Foto: Walter Schlundt Bodien

Is de aanpak van Dreamschool progressiegericht? Laatst vroeg een lezer van de CPW-nieuwsbrief ons of Dreamschool past bij de progressiegerichte aanpak. Dreamschool is een programma waarin jongeren die zijn vastgelopen op TV gevolgd worden als ze een paar weken naar deze school gaan. Om een antwoord te kunnen geven op de vraag van deze lezer heb ik de eerste vijf en de laatste aflevering van het Dreamschool-seizoen 2023 bekeken. Hierbij een paar invalshoeken en gedachten over of en zo ja, welke elementen in de aanpak van Dreamschool passen bij de progressiegerichte aanpak.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Dreamschool

Het woord Dreamschool suggereert dat de leerlingen moeten gaan dromen. Het effect van het dromen over een fantastische toekomst lijkt echter niet zo positief te zijn. Een doel als ‘gelukkig worden’ is vermoedelijk niet zo’n goed doel om te hebben. Vaak worden leerlingen in de afleveringen aangemoedigd om hun doelen concreet te maken, wat een betere invalshoek is dan het aanwakkeren van dromen. De keuze voor het woord Dreamschool is me niet helemaal duidelijk, wellicht is het een verwijzing naar de droomanalyses van Freud of een uitnodiging om te gaan dromen. De termen ‘de gewenste situatie-school’ en ‘de gewenste progressie-school’ zouden beter passen bij de progressiegerichte aanpak. Zie ook hier: dromen over een fantastische toekomst.

Wetenschappelijke onderbouwing

Het theoretisch kader voor de aanpak van Dreamschool lijkt de Transactionele Analyse te zijn. Zo wordt gesproken van ‘ik ben oké, jij bent oké’ en wordt geredeneerd vanuit de dramadriehoek, twee belangrijke concepten in TA. TA is een voortvloeisel van de niet-wetenschappelijke gedachtenspinsels van Freud. De wetenschappelijke onderbouwing van TA is (nog) niet zo stevig en daarvoor wordt de aanpak vanuit diverse hoeken bekritiseerd en gezien als pseudowetenschappelijke aanpak. In 2022 is een explorerende meta-analyse verschenen waarin de onderzoekers voorzichtig suggereren dat TA zou voldoen aan de criteria die worden gesteld aan een bonafide psychoanalytische aanpak. Die meta-analyse geeft slechts tentatieve conclusies, onder andere vanwege het beperkt aantal studies naar TA. Er zijn robuustere wetenschappelijke theorieën beschikbaar, zoals de zelfdeterminatietheorie en de groeimindsettheorie. De progressiegerichte aanpak benut de inzichten van onder andere die twee wetenschappelijke bronnen en niet van TA.

Welkom

Elke ochtend staat de rector buiten om de leerlingen te verwelkomen. Zowel de mentor als de rector laten merken blij te zijn als de leerling er is en blij te zijn als de leerling iets goed aanpakt. En wanneer er een leerling niet komt opdagen belt de rector ze op en start met de vraag: ‘Hoe gaat het met je?’ Zowel de mentor als de rector geven in hun uitingen blijk van oprechte betrokkenheid bij de leerlingen. Je kunt natuurlijk nooit weten wat de intenties van mensen zijn, maar dit soort uitingen zouden de leerlingen kunnen opvatten als verwelkomend: ik mag je, je hoort hier thuis. Als leerlingen de perceptie hebben dat hun docent hen ziet zitten en het fijn vindt dat zij er zijn, zijn leerlingen meer gemotiveerd voor school, zie onder andere hier. Dit aspect in Dreamschool past goed bij de progressiegerichte aanpak.

Kern

In een van de afleveringen wordt de kern van wat men bij Dreamschool probeert te bereiken zo verwoord: doelen stellen en stappen zetten om die doelen te bereiken. In die aflevering worden de leerlingen uitgenodigd om nieuwe gewoontes te ontwikkelen, die hen helpen om hun zelfgekozen doelen te bereiken. Hoewel de leerlingen deze les heel saai vinden en niet goed begrijpen is er zeker veel voor deze invalshoek te zeggen. Wanneer mensen gewoontes opbouwen waarmee ze hun zelfgekozen doelen stap voor stap dichterbij brengen komt dit hun welbevinden ten goede. Implementatie-intenties bijvoorbeeld, worden veel benut bij de progressiegerichte aanpak.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Manier van helpen

De manier waarop de rector en de mentor in Dreamschool de leerlingen proberen te helpen lijkt gebaseerd op hun intuïtieve overtuigingen over psychologie. Zo lijken beiden ervan uit te gaan dat je mensen een spiegel moet voorhouden, moet confronteren, terug moet gaan naar wat er mis is gegaan in de jeugd, en een combinatie moet hanteren van liefde en een harde hand. In de dialogen is veel sprake van probleemanalyse, confrontatie en probleeminductie. Er wordt de leerlingen een spiegel voorgehouden. In de progressiegerichte aanpak gebeurt dat niet, zie ook hier: van spiegel naar dartboard. In de progressiegerichte aanpak wordt ervan uitgegaan dat het vervullen van de psychologische basisbehoeften van mensen (verbondenheid, competentie en autonomie) EN het niet frustreren van de psychologische basisbehoeftenvervulling de beste manier is om autonome motivatie mogelijk te maken voor het bereiken van doelen die de persoon wil en moet bereiken. Een spiegel voor houden, confronteren en analyseren van probleemoorzaken in het verleden passen hier niet bij.

Bouwstenen

Op de eerste dag wordt samen met de leerlingen een set aan zogenoemde bouwstenen geformuleerd. De rector legt uit dat regels gewoonlijk altijd gaan over wat er niet mag en dat Dreamschool expliciet kiest voor bouwstenen in plaats van regels. Een bouwsteen is bijvoorbeeld op tijd komen. De rector vraagt de leerlingen welke bouwstenen zij willen formuleren. Doordat de leerlingen mee mogen beslissen over de bouwstenen zouden ze er meer achter kunnen gaan staan om de regels op te volgen. Dit past goed bij de progressiegerichte aanpak (zie ook psychologisch eigenaarschap).

Het frame voor deze regels is dat ze bouwstenen voor succes zijn. Het is wellicht een wat eufemistische woordkeuze, omdat de bouwstenen zeker niet vrijblijvend zijn. Zo beslist de rector over bepaalde bouwstenen, zoals het moeten inleveren van de mobieltjes. Daarmee is de bouwsteen een verplichting waaraan de leerlingen zich moeten houden. In de progressiegerichte aanpak maken we onderscheid tussen helpen en sturen. Als er sprake is van een verplichting dan pleit de progressiegerichte aanpak ervoor om te gaan sturen, over progressiegericht sturen kun je hier lezen. In Dreamschool lijkt er geen expliciet onderscheid gemaakt te worden tussen helpen en sturen, stuursituaties worden regelmatig helpend aangevlogen. Dat is bijvoorbeeld te zien aan het gebruik van de vraag Wat heb je nodig?

Wat heb je nodig?

In de gesprekken in Dreamschool wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de vraag Wat heb je nodig? Hoewel die vraag soms zijn nut heeft, wordt de vraag in het programma ook gesteld als de leerling iets moet gaan doen, aan een verwachting moet voldoen. In situaties waarin iemand moet voldoen aan een progressieverwachting zouden we in de progressiegerichte aanpak kiezen voor de stuurvraag, niet voor de vraag wat heb je nodig. Ook in een helpsituatie wordt de wat heb je nodig-vraag in de progressiegerichte aanpak niet vaak gesteld. De vraag nodigt namelijk uit om antwoord te geven in termen van een middel (ik heb een auto nodig, of ik heb zelfvertrouwen nodig). In de progressiegerichte aanpak stellen we vragen die antwoorden ontlokken in termen van het eigen positieve concrete gedrag, niet in termen van (vage) middelen. Een voorbeeld is de dialoog tussen de rector en een leerling, die op hoofdlijnen als volgt gaat:

  • Rector: Ik zie twee mensen als ik naar jou kijk, ik zie iemand die heel slim is en op het vwo hoort te zitten en ik zie een stukje straat. Hoe kom jij aan geld?
  • Leerling: Op allerlei manieren, als ik maar iets kan eten.
  • Rector: Als jij een boodschappenbriefje moest schrijven wat je nu nodig hebt in je leven, wat staat er dan op?
  • Leerling: Brood, boter, beleg.
  • Rector: Hoeveel dingen moet jij oplossen?
  • Leerling: Genoeg…, een huis, werk, een opleiding…
  • Rector: Hoe is je relatie met je moeder en zus?
  • Leerling: Het is wel oké, we praten meer, eerst was er alleen ruzie.
  • Rector: Is je vader nog in beeld?
  • Leerling: Het wisselt. Ik heb nu voor mezelf gekozen, ik heb het nu aan de kant gezet. Ik moet eerst aan mezelf werken voor ik weer met hem ga praten.
  • Rector: Dat is wel iets grootst om op te lossen, je hebt een woning nodig en die zijn er niet en je hebt een baan nodig maar je hebt geen opleiding. Je hebt het wel goed op een rij. Is er licht aan het einde van de tunnel?

De analyse van de rector na afloop van dit gesprek is: ‘Deze leerling is een moeilijke vogel om te lezen, hij laat zich niet lezen, hij zal moeten leren mensen te vertrouwen.’ Deze analyse lijkt opnieuw te komen vanuit het framework van TA. De rector ziet het wellicht als zijn taak om patronen die hij denkt te zien bij de leerlingen op te sporen, met als doel dat ze deze patronen gaan doorbreken. Hij vult zijn rol regelmatig in als de aanklager, degene die de leerling confronteert met de slechte patronen die de rector denkt te zien. In de interventies van de rector is daarnaast het stimuleren van een statische mindset te zien (jij bent heel slim). Geen van die interventies past bij de progressiegerichte aanpak. Meer over progressiegericht helpen kun je hier lezen.

Probleeminductie

Dat de dialogen soms een probleem-inducerend effect hebben zie je bijvoorbeeld ook in de volgende interactie tussen de rector en een leerling:

  • Rector: Je bent een ideale schoonzoon, je bent op tijd, je bent beleefd, ben je altijd zo? Ik maak me zorgen om je. Volgens mij kunnen we doorgaan zo tot het einde van Dreamschool, in die nice guy bubble, met je sociale wenselijkheid. Maar dan vraag ik me af wat jij eruit hebt gehaald. Leerplicht belt je 1 keer per jaar, je moeder ziet je te weinig, je oma is in de negentig. Waarom woon je niet bij je vader?
  • Leerling: Die is depressief.
  • Rector:  Dit zijn grote dingen.
  • Leerling: Klopt maar ik voel het niet zo, ik stop het weg.
  • Rector: Waar zit jouw boosheid?
  • Leerling: Al mijn gevoelens zitten in een pot.
  • Rector: Waarom benoem je niet de dingen waar je boos om bent?
  • Leerling: Omdat ik ze niet weet, ik weet niet waar ik boos om ben.
  • Rector: Waarom zitten ze in een pot?
  • Leerling: Ik heb geen zin om de pot open te doen. Ik moet me wel staande houden. Jankbal noemde ze me vroeger, schijt dat ga ik niet meer doen.
  • Rector: Als je drie dingen moet noemen waarvan je zeker weet dat die in de pot zitten, wat zijn die dan?
  • Leerling: Angst, dat ik niet goed genoeg ben.
  • Rector: Zitten pa en ma niet in de potje? Ben je daar niet boos over?
  • Leerling: Tuurlijk wel, maar ik heb geen reden boos te zijn, ik ben volwassen.
  • Rector: Je vindt dit een lastig gesprek, wat vind je lastig.
  • Leerling: Omdat er gevoelens opkomen.
  • Rector: Welke gevoelens dan.
  • Leerling: Ongemakkelijkheid.

De interventies van de rector zijn hier probleem-inducerend, na afloop van het gesprekje heeft de leerling een probleem dat door de rector is aangereikt. De rector heeft de overtuiging dat de leerling boos is of moet zijn op zijn ouders en reikt hem dit perspectief aan. In de reflectie van deze leerling na afloop van het gesprek is te zien dat de leerling het probleem dat de rector hem in de dialoog aanreikte heeft geïnternaliseerd: ‘Ik had een gesprek met de rector en ik ben geconfronteerd met de waarheid en daar heb ik geen zin in. Ik heb een gevoelige kant en een steenharde kant. De gevoelige kant neemt het vaak over en dat wil ik niet. Ik druk zelf het kleine jongetje dat nog in mij zit weg, want het jongetje van zes is heel erg aan het huilen maar ik niet.’ In de progressiegerichte aanpak gaan we er niet vanuit dat gevoelens over het verleden eerst geuit moeten worden voor mensen progressie kunnen boeken naar een betere toekomst. Er is in de progressiegerichte aanpak ook geen plek voor probleeminductie. Meer over progressiegericht helpen kun je hier vinden.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

TV

Dreamschool is een televisieprogramma waarbij de leerlingen voortdurend worden gefilmd. Ik heb niet genoeg verstand van het effect van het gefilmd worden tijdens een veranderproces om hier veel over te kunnen zeggen. Maar ik denk dat de aanwezigheid van camera’s een niet te onderschatten effect heeft op alle betrokkenen. Zo vermoed ik dat de camera zelfbewuste emoties oproept bij degenen die gefilmd worden, zowel bij de rector, mentor en docenten als bij de leerlingen. Zelfbewuste emoties gaan samen met gevoelens van schaamte en kunnen een voorbode zijn van piekeren. Een paar leerlingen uiten expliciet dat ze het terugkijken van de beelden van henzelf onaangenaam en confronterend vinden. Een dikke kop, een onzeker meisje…

Ook zou het kunnen zijn dat de aanwezigheid van camera’s een extrinsieke doeloriëntatie oproept. Extrinsieke doelen zijn bijvoorbeeld beroemd willen worden, goed willen overkomen op de kijker, bezig zijn met je imago. Uit de goal contentstheorie blijkt dat het nastreven van extrinsieke doelen samenhangt met onwelbevinden, zowel tijdens het nastreven van het extrinsieke doel als bij het bereiken ervan.

Weinig progressiegerichte aspecten

Hoe incompleet deze reflectie ook is, ik zie in Dreamschool al met al weinig raakvlakken met de progressiegerichte aanpak. Het analyseren en diagnosticeren van leerlingen, het confronteren van leerlingen met zichzelf en met wat ze fout doen, het werken vanuit een theoretisch kader TA waarvoor weinig wetenschappelijke onderbouwing is, de probleeminducerende aanpak van gesprekken met leerlingen, de teambuildingsopdrachten waarvoor geen duidelijke rationale wordt gegeven zijn allemaal geen aspecten die in de progressiegerichte aanpak horen. Ook over het gekozen medium van de TV heb ik twijfels. De mentor in Dreamschool zegt dat haar aanpak gericht is op het vinden van je talenten en mensen in hun kracht zetten. Ook die invalshoek is niet progressiegericht, zie ook hier en hier. Het programma lijkt wel met de beste bedoelingen en zorgvuldig te zijn opgezet, met nazorg voor de deelnemers. Hopelijk boeken de deelnemers progressie naar aanleiding van hun deelname aan Dreamschool.

 
Trainingen Progressiegericht Werken