Harder fietsen

femkeFemke van Roozendaal stuurde me deze mooie mail:
Progressiegericht communiceren, dat kun je overal oefenen. Vooral ook door te luisteren. Ik hoorde een prachtig gesprek tussen twee kleine jongens. Dat wilde ik je niet onthouden.
Mijn zoontje uit groep 4 had afgesproken met een jongetje uit groep 3. Met ons drieën fietsten we naar huis.
Zoontje: “Zo joh, jij kunt echt al hard fietsen!”.
Vriendje, glimmend van trots: “Ja hè?!”.
Zoontje: “Ja! Wil je weten hoe je nóg harder kunt fietsen?”.
Vriendje: “Ja!”.
Zoontje: “Als jij rent, dan doe jij $%#$%#@%$&*^ met je benen” (hier kwam een uitleg die je alleen kunt begrijpen en onthouden als je 6 of 7 bent).
Vriendje, begreep het helemaal: “Ja…”.
Zoontje: “Als je datzelfde nou ook doet als je fietst, dan ga je nog harder”.
Vriendje vond het een goede tip en racete er op zijn kleine fietsje vandoor :-).
Ik herkende er een paar progressiegerichte interventies in. Zoals ‘mandaat vragen voordat je een tip geeft’, analyse van succesvolle dingen uit andere situaties en natuurlijk prachtige procesgerichte feedback :-).
Mooi.

Je plafond is het vertrekpunt

“Je plafond is het vertrekpunt, niet het eindpunt”, zo zou je vrij vertaald kunnen samenvatten wat Reuven Feuerstein’s visie op ontwikkeling is. Feuerstein heeft de theorie van de structurele cognitieve modificeerbaarheid en een leermethode ontwikkeld om kinderen met allerlei beperkingen te helpen. Niet zozeer te helpen om te accepteren dat ze nu eenmaal die beperkingen en dat plafond hebben. Maar helpen om via oefeningen hun brein te veranderen zodat er progressie wordt geboekt ten aanzien van de beperkingen. Ik ben twee boeken van en over Feuerstein aan het lezen: Beyond Smarter en Changing Minds and Brains en zal er later meer over schrijven in deze nieuwsbrief.
Over plafonds gesproken. Laatst kwam er iemand in een training naar me toe met een overzicht van zijn sterktes en zwaktes. In het overzicht stond waar zijn talenten en zwaktes lagen. Bij zijn zwaktes was het advies: “Dit is je zwakte, investeer hier maar geen energie in want het zou je heel veel kosten zonder dat je er goed in kunt worden”. Hij baalde ervan. Want één van die zwaktes was juist iets dat hem erg interesseerde. Dus vroeg hij me:”Ik vind dit heel interessant en ik zou het graag willen leren, maar ik heb het advies gekregen er maar geen energie in te steken omdat ik nu al aan mijn plafond zit ten aanzien van deze vaardigheid…Zal ik het advies maar opvolgen en accepteren dat ik aan mijn plafond zit?”
Mijn reactie zal je niet verbazen. Ik adviseerde hem zijn interesse te volgen en heel gericht te gaan oefenen wat hij nu nog niet kon. Want als je doelgericht oefent wat je niet kunt, verander je je brein en word je beter. Dat geeft heel veel voldoening en komt je welbevinden ten goede.

Doe eens wat niet werkt, daar leer je van

IMG_3705 (2)Een middelbare scholier, in zijn eindexamen jaar VWO, stuurde me zijn groeimindset geschiedenis. Hij schrijft:
“In mijn omgeving zie ik heel veel mensen die denken in termen van sterktes, talenten en aanleg. Mijn omgeving, overigens, is de middelbare school. Veel leerlingen zien hun vaardigheden bij verschillende vakgebieden als iets wat zij niet meer kunnen veranderen. Een vriend van mij, bijvoorbeeld, heeft geaccepteerd dat hij ‘niet goed is’ in woordjes stampen.’ Hij ziet dus woordjes leren als een niet ontwikkelbare zwakte. Het resultaat? Hij leert niet meer voor toetsen waarop woordjes gevraagd worden. Dat is precies het resultaat dat je bereikt wanneer je mensen erop wijst dat ze ergens wel of niet goed in zijn; ze denken dat ze ‘nou eenmaal zo zijn’ en proberen zich vervolgens niet op een andere manier te ontwikkelen. Maar juist de autonome ontwikkeling is datgene wat mensen ‘sterk’ maakt, en niet hun “aangeboren sterktes”.
Click here to read more »

Progressie in ons taalgebruik

camielCamiel Beukeboom beschrijft in zijn hoofdstuk getiteld “Mechanisms of linguistic bias: how words reflect and maintain stereotypic expectancies” over hoe we in ons taalgebruik stereotypen oproepen en bevestigen of versterken. Hoewel de meesten van ons expliciete stereotyperingen afkeuren, zo schrijft Beukeboom, blijkt dat ons taalgebruik impliciet doorspekt is van stereotyperingen. Een aantal interessante kanten die hij beschrijft zijn: Click here to read more »

De goede dood

9789460360701-178.jpgDoodgaan, daar denken mensen gewoonlijk waarschijnlijk niet elke dag aan. We hebben een sterke overlevingsdrang en de gedachte aan ons eigen dood of de dood van belangrijke anderen gaat juist in de andere richting dan overleven. Er zijn zoveel interessante en mooie dingen te doen in het leven, we kiezen over het algemeen liever voor volop leven dan voor veel denken aan onze dood. Toch zijn er (op gezette tijden) interessante en belangrijke vragen rondom het sterven. Bijvoorbeeld de vraag: wat is een goede dood en voor wie?
Click here to read more »

Sterktes en talent

Focus op sterktes en talent, is dat een goed idee? Ik betwijfel het. Als iets je goed lukt, dan gaat dat samen met welbevinden. Sommigen zeggen dat dit een bewijs levert voor de stelling dat het toepassen van je sterktes leidt tot meer welbevinden. Bijvoorbeeld het artikel “using personal and psychological strenghts leads to increases in well-being over time” stelt dat het gebruiken van je sterktes leidt tot verbeterd welbevinden.

 

Click here to read more »

De effecten van mindsets op leren en presteren

carol dweckEr is ruim veertig jaar onderzoek gedaan de effecten van mindsets op leren en presteren. Zo is er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de volgende vragen: Wat is het effect van de mindset op prestaties? Welk type compliment en welke soort feedback stimuleert een statische of een groeimindset? Wat is het effect van groeimindsetinterventies op wiskunde prestaties en bij kinderen op achterstandscholen? Hoe wordt agressief gedrag en pestgedrag beïnvloedt door mindsets? In dit document kun je de antwoorden die uit onderzoek naar voren komen lezen. De effecten van mindsets op leren en presteren

De CPW zeven stappen aanpak: stap 2

Bij stap 2 van de CPW zeven stappen aanpak draait het om het verhelderen van de verbeterbehoefte. Hier kon je een nadere toelichting bij stap 1 vinden. Het doel van stap 2 is om de cliënt te helpen concreet te formuleren waaraan hij iets wil verbeteren. Vaak gaat het om dingen waar de cliënt last van heeft, om problemen. Maar ook zonder dat de cliënt een probleem ervaart kan hij de behoefte voelen iets verder te verbeteren. Bij deze stap vraagt de coach door totdat de cliënt zijn verbeterbehoefte zodanig heeft geformuleerd dat het binnen zijn invloedssfeer ligt. Zo legt de cliënt zijn eigen puzzel.
Voorbeelden van hoe de vragen bij stap 2 NIET klinken zijn: Click here to read more »

Progressiegerichte dialoog "geen zin"

IMG_3003Soms hebben cliënten niet direct een bruikbaar antwoord op de nuttigheidsvraag van de coach. Omdat ze bijvoorbeeld niet zelf hebben gekozen voor de coachingssessie of omdat ze het nut nog niet goed weten te formuleren. Progressiegerichte coaches gaan dan cliëntgeleid onderzoeken of de coaching nuttig zou kunnen worden en zo ja wat de coaching voor de cliënt nuttig zou kunnen maken. Hier is een voorbeeld dan een dialoog met een cliënt die geen zin heeft. Wat de progressiegerichte coach zegt is weggelaten. Wat vermoed jij dat de coach zegt?
progressiegerichte dialoog met een cliënt die geen zin heeft
Als je interesse hebt om je antwoorden te vergelijken met wat de progressiegerichte coach deed in deze situatie, kun je hier de uitgewerkte dialoog met cliënt die geen zin heeft vinden.

De microstructuur van deliberate practice

expertiseIedereen die start met een nieuwe activiteit heeft oefening en training nodig. Er zijn geen voorbeelden bekend van hele jonge kinderen die zonder enige oefening direct een expert niveau lieten zien in een bepaalde vaardigheid. Hoewel de ene persoon meer aanleg kan hebben voor iets dan de andere persoon, is het niet zo dat degenen met aanleg bij het starten van een nieuwe activiteit direct op topniveau presteren. Alle mensen hebben oefening nodig willen ze een vaardigheid leren beheersen.
Als mensen een nieuwe vaardigheid leren, zoals autorijden, dan oefenen ze gedurende een bepaalde periode geconcentreerd totdat ze een niveau hebben bereikt waarop ze de vaardigheid zo beheersen dat er geen bewuste aandacht meer nodig is. Afhankelijk van de specifieke vaardigheid duurt het bereiken van dit geautomatiseerde niveau een bepaalde periode. Het leren van een nieuwe activiteit en het beter worden in die activiteit kost energie. Verbeteren gaat namelijk gepaard met aanpassingen in cognitieve mechanismen die een beroep doen op ons zenuwstelsel, ons brein en ons fysiologisch systeem. Ons lichaam streeft ernaar om ons metabolisme zo min mogelijk te belasten. Het zal dus hard aan het werk gaan om de nieuwe activiteit te automatiseren. Want als iets is geautomatiseerd, zijn er simpelere cognitieve mechanismen gaande die minder energie kosten. Helaas zorgen die simpelere cognitieve mechanismen er tegelijkertijd voor dat we niet meer automatisch verbeteren en leren. Click here to read more »