Iets goeds betekenen

Iets goeds betekenen, goed willen doen, liefdadigheid, dit werd een tijdje gezien als kandidaat psychologische basisbehoefte. In een artikel van Martela en Ryan verhelderen zij hoe de behoefte om iets goeds bij te dragen gezien moet worden.

Click here to read more »

Opoffering, tegen welke prijs?

Opoffering, tegen welke prijs? In twee grootschalige longitudinale onderzoeken onderzochten Holding et al wat het effect is van bepaalde carrièredoelen voor jong volwassenen. Als een jong volwassene een carrièredoel kies om snel veel geld te gaan verdienen, wat voor effect heeft dit dan op zijn psychologische basisbehoeften vervulling? En het opofferen van onderhoudsbehoeften, zoals slapen en jezelf verzorgen en goed eten, zodat je hard kunt werken aan het bereiken van je carrière doelen, wat voor effect heeft dat op het welbevinden van jong volwassenen? Dit soort interessante en belangrijke vragen werden onderzocht in dit onderzoek van Holding et al.

Extrinsieke en intrinsieke aspiraties

Eerst even kort in de herinnering roepen wat extrinsieke en intrinsieke aspiraties zijn (zie ook de goal contents theorie). Extrinsieke aspiraties zijn bijvoorbeeld het willen verwerven van status, positie, meer geld willen verdienen dan je buurman, een grote auto willen rijden. Intrinsieke aspiraties zijn bijvoorbeeld jezelf willen ontwikkelen, dingen doen die je interessant vindt, een bijdrage leveren aan de samenleving. Nog even los van welk soort doel een jong volwassene kiest, wanneer de jong volwassenen ambitieus is zal hij hard werken om zijn doelen te bereiken. Het nastreven van zijn doelen kan dan ten koste gaan van bepaalde behoeften. In dit onderzoek van Holding et al werden jong volwassenen betrokken die een bepaald carrièredoel hadden en die een studie deden die in lijn lag met hun carrièredoel. In het onderzoek werd onderscheid gemaakt tussen onderhoudsbehoeften, vrijetijdsbehoeften en psychologische basisbehoeften.

Opofferen van onderhoudsbehoeften

Jong volwassenen kunnen hun behoefte aan slaap, eten, ontspanning opofferen om hun carrièredoelen te bereiken. Uit het onderzoek van Holding et al bleek dat veel jong volwassenen die een duidelijk carrièredoel voor ogen hebben dit inderdaad doen. Ze slapen, eten en rusten minder dan ze nodig hebben vanuit een drive om hun carrièredoelen te bereiken.

Opofferen van vrijetijdsbehoeften

De tweede manier waarop jong volwassenen hun carrièredoelen kunnen laten prevaleren boven andere behoeften is door minder tijd te besteden aan hobby’s en andere vrijetijdsbestedingen. Uit het onderzoek van Holding et al bleek dat de jong volwassenen die een duidelijk carrièredoel hebben er nog vaker voor kiezen om hun vrijetijdsbestedingen op te offeren voor het werken aan hun carrièredoelen dan dat ze ervoor kiezen hun onderhoudsbehoeften te verwaarlozen.

Opofferen van vervulling van psychologische basisbehoeften

De derde manier waarop jong volwassenen hun carrièredoelen kunnen laten voorgaan op hun andere behoeften is door de opoffering van de vervulling van hun psychologische basisbehoeften. Dat zijn de behoeften aan verbondenheid, autonomie en competentie. Hoe doen de jong volwassenen die een bepaald carrièredoel nastreven dit? Ze kiezen dan voor zogenaamde extrinsieke doelen, dus bijvoorbeeld voor een doel om snel veel geld te verdienen, een doel om snel status en positie te verwerven, in competitie te gaan met anderen en te proberen om te winnen door de beste te zijn. Door het nastreven van deze extrinsieke doelen ontstaat gecontroleerde motivatie. De jong volwassene voelt zich onder druk staan en werkt hard om een beloning te verwerven of negatieve consequenties te vermijden. Hij zet zichzelf onder druk, voelt zich bijvoorbeeld een loser wanneer hij niet een bepaald salaris verdient, een positie verwerft, bewondering en goedkeuring krijgt van anderen. Deze gecontroleerde motivatie zet de vervulling van de psychologische basisbehoeften onder druk of frustreert die zelfs. De jong volwassene voelt zich niet autonoom (hij werkt hard omdat hij onder druk staat niet omdat hij het wil), competent (hij voelt zich tekort schieten) noch verbonden (hij ervaart conditionele waardering van zijn omgeving).

Onder druk

In het onderzoek bleek dat de jong volwassenen extrinsieke carrièredoelen niet kozen vanuit een positie van ‘ik wil dit zelf’ maar in plaats daarvan vanuit een positie van ‘ik moet dit kiezen’. Jong volwassenen die veel waarde hechten aan rijkdom, beroemdheid, status kiezen bepaalde carrièredoelen om ervoor te zorgen dat ze zich niet hoeven te schamen voor anderen, niet schuldig hoeven te voelen, en om beloningen te verwerven en straffen te voorkomen. Doordat ze zich onder druk voelden staan om extrinsieke carrièredoelen na te streven, voelden ze zich ook onder druk staan om persoonlijke opofferingen te doen om die carrièredoelen te bereiken.

Extrinsieke aspiraties

De onderzoeksresultaten laten zien dat jong volwassenen die de nadruk leggen op extrinsieke levensaspiraties gevoeliger zijn voor ervaren gecontroleerde motivatie voor hun carrièredoel. De gecontroleerde motivatie leidt tot grotere persoonlijke opoffering. Gecontroleerde motivatie voor het behalen van een carrièredoel en gecontroleerde motivatie voor de zelfopoffering die nodig is om het doel te behalen, veroorzaakt de positieve relatie tussen extrinsieke aspiraties en opoffering van de vervulling van psychologische basisbehoeften.

Onderhoud en vrije tijd

Uit het onderzoek bleek dat een opoffering van de vervulling van onderhoudsbehoeften (slaap, eten, ontspanning) noch de opoffering van vrijetijdsbestedingen gerelateerd was aan verminderd functioneren. Degenen die minder tijd besteedden aan hun vrije tijdsbestedingen bleken juist betere progressie te boeken in de richting van hun carrièredoelen, zonder dat hun psychologische basisbehoeften erdoor gefrustreerd werden. Het is dus niet zo erg en kan zelfs goed werken als jong volwassenen soms hun vrijetijdsbestedingen tijdelijk op een laag pitje zetten om hard te werken aan het bereiken van hun carrièredoelen.

Psychologische basisbehoeften en progressie

Uit het onderzoek bleek dat het opofferen van gevoelens van autonomie, verbondenheid en competentie ondermijnend werkten voor zowel het psychologisch welbevinden als het boeken van progressie in de richting van de carrièredoelen. Jong volwassenen kunnen best een tijdje met weinig slaap en weinig leuke dingen toe, maar als ze hun psychologische basisbehoeften een tijdje opofferen voor het bereiken van hun carrièredoelen dan heeft dit een langdurig negatief effect voor ze. Het is dus heel belangrijk voor jong volwassenen om goed te kiezen welke doelen ze nastreven en voor welke activiteiten ze zich willen inspannen, want als ze doelen kiezen of activiteiten doen die een negatief effect hebben op hun psychologische basisbehoeftenvervulling dan is dat een risico voor hun groei, progressie en goede transitie naar een gezond functionerend werkend leven.

Belangrijk, waardevol en interessant

Jong volwassenen doen er goed aan om carrièredoelen te kiezen die in lijn liggen met wat ze waardevol, belangrijk en interessant vinden. Wanneer ze die drie criteria als uitgangspunt nemen voor hun carrièredoelen vervullen ze hun psychologische basisbehoeften en zetten ze gezonde motivationele processen in werking. Ze zijn dan autonoom gemotiveerd om hun carrièredoelen te bereiken. Dit komt zowel hun psychologisch welbevinden ten goede, als de progressie die ze boeken in het bereiken van hun carrièredoelen.

Overigens hoeft dit helemaal niet op gespannen voet te staan met voldoende geld verdienen om in je levensonderhoud te kunnen voorzien. En het criterium is ook niet alleen maar ‘doe waar je zin in hebt, doe wat je leuk vindt’. Het is mooi als je geld kunt verdienen met wat je leuk vindt, maar daarnaast zijn er nog twee criteria: kies wat je waardevol en belangrijk vindt. Als je het belangrijk vindt om voldoende geld te verdienen om in je eigen levensonderhoud te voorzien, dan speelt dat belang mede een rol in je carrièrekeuzes en ben je autonoom gemotiveerd om een carrièredoel te kiezen waarmee je dat bereikt.

Iets goeds betekenen

Een vierde criterium dat jonge mensen zouden kunnen nemen is of ze met hun carrièredoel iets goeds bijdragen en betekenen voor anderen. Als je iets goeds bijdraagt in de samenleving, iets kunt betekenen voor anderen, dan ervaren mensen namelijk ook dat hun werk betekenisvol is. Iets kiezen waarmee je voor andere mensen iets waardevols bijdraagt is daarmee een versterkende factor voor je eigen psychologisch welbevinden.

Maslow

Dit onderzoek werpt weer een interessant licht op Maslows behoeftepiramide in relatie tot de zelfdeterminatietheorie. Uit dit onderzoek blijkt dat mensen hun onderhoudsbehoeften en vrijetijdsbehoeften kunnen opofferen zonder schade te ondervinden aan hun psychologisch welbevinden. Maar als ze de vervulling van hun psychologische basisbehoeften opofferen, dan ondervinden ze hiervan wel schade (zowel qua welbevinden als qua progressie boeken in de richting van hun carrièredoelen). Maslow had de hypothese dat er een hiërarchie is aan behoeften, eerst fysiologische behoeften, dan veiligheidsbehoeften, dan liefde en geborgenheid, dan zelfontplooiing en actualisatie. De lagere basisbehoeften moeten dan eerst worden vervuld voor de persoon toekomt aan vervulling van de hogere behoeften. Er is natuurlijk geen 100% overlap tussen de behoeften die in dit ZDT onderzoek zijn onderzocht en Maslows behoeften, maar het lijkt logisch dat de onderhoudsbehoeften lager in de piramide thuishoren en de psychologische basisbehoeften meer aan de bovenkant thuishoren. Het is niet zo dat de behoeftebevrediging van de lagere behoeften eerst moet zijn geregeld voor de persoon kan toekomen aan de behoeften die hoger in de piramide zitten. En het blijkt ook dat de drie psychologische basisbehoeften onafhankelijk van de behoefte aan financiële en fysieke zekerheid invloed hebben op het welbevinden van de persoon.

Opoffering, tegen welke prijs?

Kortom, het opofferen van je behoefte aan autonomie, competentie en verbondenheid heeft negatieve consequenties voor jong volwassenen die bepaalde extrinsieke carrièredoelen nastreven: hun psychologisch welbevinden neemt af en hun progressie in de richting van hun doel verslechterd. En dit effect treedt op ongeacht of ze tijdelijk hun behoefte aan slaap, eten, verzorging opofferen en ongeacht of ze tijdelijk hun vrijetijdsbestedingen (tijd met vrienden, familie, daten, hobby’s, sporten, bijdragen aan de samenleving) opofferen.

Waarom en waartoe

Waarom en waartoe zijn twee vraagwoorden waarmee open vragen kunnen beginnen. In de progressiegerichte aanpak benutten we het woord waartoe vaker dan het woord waarom.

Click here to read more »

Podcast: 4 progress focused roles

This episode of the podcast is about 4 progress focused roles. The 4PR-model is a situational model, which describes these four roles:

  1. The type of interaction in which the desired progress of your conversation partner prevails, and your conversation partner develops his own ideas regarding how he wants to make progress, is called ‘helping’.
  2. The type of interaction in which the desired progress of your conversation partner prevails and the ideas regarding how he can make this progress comes from an external source, is called ‘training’.
  3. The type of interaction in which your conversation partner must achieve certain progress which is determined by you, the organisation or society and he can develop his own ideas regarding how he wants to make progress, is called ‘directing’.
  4. 4. The type of interaction in which your conversation partner must achieve certain progress which is determined by you, the organisation or society and the ideas regarding how he must make this progress comes from an external source, is called ‘instructing’.

Creating Progress

Training Progress Focused Leadership

Het fundament van de groeimindset

Het fundament van de groeimindset wordt in een onderzoeksartikel van MacNamara et al in twijfel getrokken. Hoe stevig is het fundament, zo vragen zij zich af in de titel van het artikel? De claims lijken wat hen betreft sterker dan het bewijs. Omdat in serieuze wetenschap fouten worden gezien als doel op zich is het belangrijk om de kritiekpunten in dit artikel goed te onderzoeken.

Click here to read more »

Wanneer, wat en waaraan

Wanneer, wat en waaraan; dat zijn drie vraagwoorden die je kunt gebruiken wanneer je een open vraag wilt stellen. In de progressiegerichte aanpak gebruiken we de nuttigheidsvraag en die start met een vraagwoord. Met welk vraagwoord kun je die nuttigheidsvraag het beste beginnen?

Click here to read more »

Zelfgekozen extrinsieke doelen

Zelfgekozen extrinsieke doelen, hoe kun je daar als progressiegerichte coach mee werken? Zelfgekozen doelen zijn immers autonoom gekozen doelen, dus dat zou goed moeten werken. Maar extrinsieke doelen werken juist niet zo goed omdat ze een gecontroleerde state of mind stimuleren. Is elk doel dat je cliënt zelf kiest goed? Of niet?

Click here to read more »

Believing progress is possible

Believing progress is possible has a strong impact on actually improving. What are you good at now which you never would have believed was possible? Maybe a skill which your teachers, your parents or friends told you was beyond your capabilities? Even though it might take some time to come up with an example most people will be able to find one. It could be riding a bike, playing a musical instrument, giving presentations to large groups of people, reading books, learning a foreign language or even doing maths. We’ve all learned skills that we weren’t very good at when we started. Skills we never thought we could achieve.

Click here to read more »