Sociale invloed benutten als tegenwicht tegen equality bias

De equality bias is de menselijke neiging om aan ieders mening een gelijk gewicht toe te kennen ongeacht de expertiseverschillen tussen mensen.

Equality bias en de kwaliteit van een groepsbeslissing

Deze bias kan de kwaliteit van de inhoud van een gesprek negatief beïnvloeden. Als twee mensen met elkaar in gesprek zijn over een onderwerp ten aanzien waarvan de ene meer kennis en competentie heeft dan de ander, Click here to read more »

Rol van rationale bij placebo's

Een experiment dat werd uitgevoerd door de onderzoekers Locher et al, werpt een interessant licht op de rol die de rationale kan spelen bij toediening van een placebo.

Experiment

Deelnemers aan het experiment werden ingedeeld in drie groepen. Alle deelnemers ondergingen eerst een licht pijnlijke behandeling, waarbij ze een steeds hetere pad op hun arm kregen. Ze konden zelf regelen wanneer de hitte ze te erg werd en ze wilden stoppen. Na die pijnlijke behandeling begon de interventie. Click here to read more »

Control-alt-delete

Vandaag las ik dat Bill Gates de control-alt-delete toetsencombinatie graag had willen terugdraaien. Of die toetsencombinatie voor onze computers beter niet in gebruik zou zijn genomen weet ik niet. Dat is niet mijn expertise. Maar een control-alt-delete knop voor onze onbruikbare gedachten en vooral voor gesprekken die de verkeerde kant op gaan zou misschien wel handig zijn.
Mensen hebben een natuurlijke neiging om negatieve dingen meer aandacht te geven dan positieve dingen (de negativity bias). Ze hebben ook de neiging om te zeggen of anderszins te laten merken wat ze denken. Geen wonder dat er nogal wat negatieve uitingen plaatsvinden in gesprekken en in sociale situaties. Het vervelende is dat die negatieve uitingen een sterk effect hebben op de ontvanger van de negatieve uiting. Dat heeft ook te maken met de negativity bias; we hechten een wat zwaarder gewicht aan negatieve informatie dan aan positieve informatie. De ratio die vaak wordt genoemd willen negatieve en positieve dingen in balans zijn is 3:1. Dus tegenover 1 negatief ding moeten 3 positieve dingen staan wil de balans neutraal zijn. Click here to read more »

Progressiesessie met een team van managers

Heidagen kunnen energie geven, maar vaak genoeg kosten ze alleen maar energie. Oeverloze discussies en onduidelijke opbrengsten, irritaties en babbelen over dingen die er eigenlijk niet toe doen. Een progressiesessie kan een interessante manier zijn om positieve doelgerichtheid aan te brengen. Een voorbeeld is de progressiesessie van een groep bestaande uit 30 managers. De structuur van die progressiesessie van een dag zag er als volgt uit.
Men wilde graag overeenstemming krijgen over de strategische prioriteiten van de organisatie en daarnaast wilde men een leidraad ontwikkelen aan de hand waarvan managementbesluiten genomen zouden worden in de dagelijkse praktijk. De strategische doelen waren namelijk wel helder, maar er was te weinig een gemeenschappelijk idee over de prioriteitsstelling en de dagelijkse keuzes die daarbij hoorden. Daardoor ontstond ergernis en verwarring, zowel bij de managers zelf als bij de medewerkers. Click here to read more »

De zin van verwarring

Momenteel zit ik in een verwarrende fase van het schrijven van mijn nieuwe boek. Tussen ‘het is bijna klaar’ en ‘wordt het ooit wat?’ De ene dag sluit ik mijn computer af met een blij gevoel dat het hoofdstuk dat ik net vervolmaakte nu echt wel behoorlijk goed en interessant is geworden. De volgende dag zie ik in datzelfde hoofdstuk weer alle dingen die er nog aan toegevoegd zouden kunnen worden en zie ik zelfs nog kromme zinnen. Het is verwarrend. Ik stelde mezelf de volgende vragen om die verwarring te onderzoeken. Click here to read more »

Absoluut gehoor: onontwikkelbaar?

Twee vaardigheden waarvan mensen snel geneigd zijn te denken dat ze onontwikkelbaar zijn, zijn absoluut gehoor en wiskunde. Absoluut gehoor ‘heb’ je (of niet) en je wordt ermee geboren is dan de gedachte. Hetzelfde geldt voor wiskunde; je hebt wiskunde-genen of je niet. Op deze site en in mijn boeken heb ik al veel geschreven over de plasticiteit van ons brein, bijvoorbeeld hier en hier en hier. Twee onderzoeken licht ik er deze week even uit. Het eerste gaat over de rol van toontaal bij de ontwikkeling van absoluut gehoor (Deutsch, 2006 en Sakakibara, 2000) en het tweede gaat over de ervaringsafhankelijke structurele breinplasticiteit bij wiskundigen (Aydin et al, 2007). Click here to read more »

Ervaringsafhankelijke structurele breinplasticiteit

Ervaringsafhankelijke structurele breinplasticiteit is een vorm van breinplasticiteit die veroorzaakt wordt door het verwerven van vaardigheden en het oefenen van vaardigheden. In een studie in 2007 onderzochten Aydin (Aydin et al, 2007) et al de parietale cortex van wiskundigen. Hun bedoeling was om te onderzoeken of er ervaringsafhankelijke structurele plasticiteit te zien was in het brein van wiskundigen, waaraan jarenlange oefening ten grondslag lag. Click here to read more »

Experimentele studies: kleinere klassen, betere resultaten

Vele correlationele onderzoeken geven aan dat de grootte van een klas niet gecorreleerd is met de prestaties van leerlingen. Maar een aantal experimentele onderzoeken laten een ander beeld zien. In een experiment werden kinderen door middel van een opgegooid muntje ingedeeld in een kleine klas (13-17 kinderen ) of een grote klas (22-25 kinderen). In de kleinere klassen bleek dat de prestaties met .22 SD toenamen en dat het effect groter was voor kinderen van minderheidsgroeperingen dan voor witte kinderen. Er zijn meerdere soortgelijke experimenten gedaan en elk laten ze dit beeld zien. De resultaten van die experimenten zouden niet moeten worden gezien als aanvullend op de correlationele onderzoeksresultaten, maar als vervangend. Het gerandomiseerde gecontroleerde experiment is veel beter dan correlationele studies en is de gouden standaard in wetenschappelijk onderzoek. De gerandomiseerde opzet zorgt ervoor dat er geen verschillen zijn in variabelen tussen de experimentele groep en de controle groep, voordat de manipulatie van de onafhankelijke variabele plaatsvindt. Dus de verschillen die na de manipulatie worden gevonden, worden veroorzaakt door die manipulatie. Double-blind experimenteel onderzoek wil zeggen dat noch de onderzoeker noch de proefpersonen weten of ze in een experimentele groep zitten of in een controle groep. Dit zorgt ervoor dat niet de menselijke theorieën over of de manipulatie al dan niet zou moeten werken de veroorzaker is van verschillen tussen de experimentele groep en de controle groep, maar de interventie zelf daarvan de oorzaak is.
Meer lezen: Mindware, tools for smart thinking  en Experimental estimates of education production functions
 

Drie gebieden waarop ik progressie heb geboekt

Deze zomer heb ik een nieuw boek geschreven en momenteel zit ik de laatste fase van het schrijven ervan. Dit boek is de uitkristallisatie van mijn leerproces, dat 50 jaar geleden begon en hopelijk verder blijft gaan. In die tijd heb ik progressie geboekt op allerlei gebieden en drie cruciale daarvan hebben geleid tot dit nieuwe boek.

Eerste cruciale progressie: mindset

De eerste cruciale verbetering gaat over mijn mindset. Ik heb lange tijd meer met een statische mindset dan met een groeimindset gekeken naar mezelf en anderen. Zo was ik er vanaf mijn zesde levensjaar van overtuigd dat ik niet kon rekenen en geen talent had voor wiskunde. Die overtuiging begon te groeien toen mijn juf dat over mij dacht, vlak nadat we in de eerste klas van de lagere school waren begonnen met rekenen. Ze vond dat ik te lang naar het bord met de cijfers 1-100 staarde. Ik herinner me nog dat ik voelde dat ze me observeerde en ik maar bleef staren naar dat bord terwijl ik me bezorgd afvroeg of ze boos op me was en wat ik fout deed. Ze haalde me uit de les, liet me testen door een testpsycholoog, die bij mij op zesjarige leeftijd de diagnose stelde dat ik lerares talen zou kunnen worden maar nooit lerares wiskunde. Click here to read more »