Drie typen intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie refereert aan het doen van een activiteit omdat die activiteit in zichzelf prettig en interessant is en voldoening schenkt. Er zijn drie typen intrinsieke motivatie. De eerste is de intrinsieke motivatie om te weten. Je kunt intrinsiek gemotiveerd zijn om bepaalde kennis te vergaren, informatie te verwerken, kennis op te bouwen. Iemand die vrijwillig een studie oppakt vanwege interesse in het onderwerp is intrinsiek gemotiveerd om kennis over dat onderwerp te vergaren. Het tweede is de intrinsieke motivatie om iets te creëren. Je kunt intrinsiek gemotiveerd zijn om zelf iets voor elkaar te krijgen, op te bouwen, te maken. Iemand die een boek schrijft of een liedje componeert of een training in elkaar zet of fotografeert ervaart voldoening om dit te creëren. Het derde type intrinsieke motivatie gaat om stimulerende ervaringen. Je kunt intrinsiek gemotiveerd zijn om stimulerende sensorische ervaringen te hebben, om prettige, leuke en opwindende dingen te ervaren. Dat kan gaan om sensorische stimulatie, zoals het luisteren naar muziek. Om esthetische stimulatie, zoals het kijken naar een mooi schilderij. Om het ervaren van flow, zoals je kunt ervaren wanneer je helemaal opgaat in dansen, tennissen, les geven, piano spelen, zingen en ga zo maar door. Click here to read more »

Reflectieve opstandigheid

Als leerlingen de perceptie hebben dat ze de docent een controlerend klimaat schept in de klas, dan kunnen ze op verschillende manieren reageren. Click here to read more »

Hoe frustreren docenten de vervulling van psychologische basisbehoeften van leerlingen?

liu_woon_chia

 

 

 

 

 

 

Iedereen die iets aan het leren is, is er bij gebaat wanneer die zich autonoom, competent en verbonden voelt. Docenten kunnen deze drie basisbehoeften vervullen, niet vervullen of actief frustreren. Over het vervullen van de drie psychologische basisbehoeften kun je hier en hier en hier meer lezen.

Click here to read more »

Autoritaire lesstijl door drie bronnen van druk op de docent zelf

building autonomous learners

 

 

 

 

 

 

Hoewel het onderzoek consequent laat zien dat een controlerende lesstijl negatieve consequenties heeft voor het leren, presteren, psychologische welbevinden en de fysieke gezondheid van leerlingen, hebben sommige docenten overtuigingen die toch leiden tot het adopteren van een autoritaire lesstijl.

Click here to read more »

Creativiteit en deliberate practice

Bij deliberate practice vergelijk je jouw prestaties steeds met een norm, met de prestaties van een expert. Of het nu gaat om een muziekstuk leren spelen of zingen of om een nieuwe gesprekstechniek leren toepassen of om schaken of tennissen of welke vaardigheid dan ook maar. Je vergelijkt nauwgezet wat jij doet met wat de expert doet en stelt je fouten bij zodra je ze maakt.

Click here to read more »

The practice of practice

practiceHet boek The practice of practice van Jonathan Harnum is een interessant boek voor iedereen die goed wil leren oefenen. Hoewel Harnum inzoomt op muzikale vaardigheden, is zijn beschrijving van effectief oefenen net zo relevant voor andere vaardigheden. Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt de theorie van deliberate practice op een praktische manier behandeld. Deel 2 bevat praktische tips van experts. Harnum benadrukt het belang van langzaam oefenen, zo langzaam dat je het in 1 keer goed doet. Het voordeel daarvan is dat je direct de juiste myelinevorming in gang zet. Myelinevorming vindt immers plaats ongeacht of wat je leert goed of fout is. Als je heel vaak dezelfde fouten maakt, raken die net zo goed geautomatiseerd als wanneer je heel vaak het goede doet. Click here to read more »

De RELAX-paradox

Laatst vertelde een jonge vrouw, ik noem haar Lucia, me over haar voorbereidingen voor een koorauditie. Haar ervaring klinkt mij in de oren als iets dat ik noem “de relax-paradox”. Die paradox ziet er zo uit:
Lucia heeft geen zangervaring, maar heeft wel veel enthousiasme om zich bij een koor aan te gaan sluiten. Zingen vond ze altijd al leuk, hoewel ze nooit verder is gekomen dan wat eenvoudige liedjes bedenken om familiefeestjes mee op te vrolijken. Om zich te kunnen aansluiten bij het koor van haar keuze, moet ze auditie doen. En dus oefent Lucia zich suf. Ze begint met het leren van het nummer dat ze moet gaan zingen tijdens de auditie. Ze kent het principe van deliberate practice, dus ze oefent langzaam, noot voor noot, woord voor woord, zin voor zin. Op die manier lukt het haar 80% van het nummer foutloos te zingen. Dat is natuurlijk niet genoeg. Dus hoe krijgt ze die laatst 20% te pakken? Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Want, als je geen zangervaring hebt, waar begin je dan met verbeteren? Waar haal je de technieken vandaan, die je nog niet hebt? Lucia heeft het gevoel dat ze tegen haar plafond zit. Hartelijke mensen in haar omgeving zeggen:”Relax!” en “Werk niet zo hard” en “Ontspan” en “Zingen klinkt het mooist als je er plezier in hebt”. En zie daar, zo ontstaat wat ik noem: de relax-paradox.
Natuurlijk klinkt het veel beter als je ontspannen zingt. Maar hoe kan Lucia zich ontspannen als het zo moeilijk is wat ze probeert te doen? Lucia realiseert zich dat ze expert begeleiding nodig heeft. Bij gebrek aan een leraar, zoekt ze tips in de literatuur. Dit is wat ze vindt: Click here to read more »