building autonomous learnersHoewel het onderzoek consequent laat zien dat een controlerende lesstijl negatieve consequenties heeft voor het leren, presteren, psychologische welbevinden en de fysieke gezondheid van leerlingen, hebben sommige docenten overtuigingen die toch leiden tot het adopteren van een autoritaire lesstijl.

De docent kan bijvoorbeeld de overtuiging hebben dat een autoritaire lesstijl effectief is. In dat geval gelooft hij dat het nodig is om autoritair op te treden en een  controlerende lesstijl te hebben. Zonder straf of beloning, dreigementen en kritiek gaan leerlingen immers niet aan het werk, is dan de gedachte.

Een tweede overtuiging die sommige docenten hebben is dat het te moeilijk is om niet autoritair op te treden in de klas. Een klas vol gedemotiveerde, ongeïnteresseerde leerlingen is moeilijk te hanteren en autoritair optreden is makkelijker dan autonomieondersteunend lesgeven, zo gelooft men dan.

Als de leerlingen na een autoritaire uiting van de docent gehoorzaam aan het werk gaan, kan de docent ook nog eens concluderen dat zijn aanpak goed werkt. Dat kan hem aanmoedigen om vaker zo autoritair met zijn leerlingen om te gaan.

Maar de slechte effecten van deze manier van omgaan met leerlingen worden vooral duidelijk wanneer de druk even wegvalt en de leerlingen niet meer onder supervisie aan het werk zijn. Ze leren namelijk alleen wat puur noodzakelijk is en dat op een oppervlakkige manier, ze stoppen met werken zodra de docent weg is, ze verliezen hun interesse in wat ze moeten leren helemaal en dit alles gaat gepaard met emotionele schade (verminderd psychologisch welbevinden, verhoogde angst en stress en depressieve symptomen).

Waarom gaat een docent dan soms toch een controlerend klimaat creëren in zijn klas? Er zijn drie bronnen van druk die dat gedrag verklaren (met telkens hetzelfde type effect op de leerling).

Bron van druk

 

Beschrijving van de druk

 

Gedrag van de docent Effect op de leerling
Druk van bovenaf Prestatiedruk voor de school door competitie, afrekenen op resultaten, nadruk op testscores, docenten worden afgerekend op de cijfers van hun leerlingen De docent draagt de prestatiedruk over op de leerlingen door controlerende uitingen en gedragingen

Leerlingen klaarstomen voor tests, zodanig lesgeven dat de tests goed worden gemaakt

Autonome motivatie van leerling staat onder druk

Betrokkenheid van de student neemt af

Oppervlakkiger leren neemt toe

Stof wordt minder betekenisvol en interessant voor leerlingen

Druk van binnenuit De docent reguleert zijn gedrag vanwege de inwendige druk die hij ervaart door wat mensen van hem verwachten, de sociale normen en de culturele waarden. De docent neigt naar meer controlerende interacties met anderen, doordat hij zelf probeert te voldoen aan externe eisen, beoordelingen, druk van het management of de eigen rigide lesdoelen. Autonome motivatie van leerling staat onder druk

Betrokkenheid van de student neemt af

Oppervlakkiger leren neemt toe

Stof wordt minder betekenisvol en interessant voor leerlingen

Druk van onderop De leerling gedraagt zich niet gemotiveerd (passief, geeft op, spant zich niet in) of misdraagt zich (rebellie, opstand) Docent zoekt interactie met de leerling minder op

Docent reageert met autoritaire lesstijl, druk opvoeren, controlerende uitingen

Autonome motivatie van leerling staat onder druk

Betrokkenheid van de student neemt af

Oppervlakkiger leren neemt toe

Stof wordt minder betekenisvol en interessant voor leerlingen

Training progressiegericht leidinggeven