Zekerheid is de vijand van de waarheid

tunnelvisieAls mensen ergens zeker van zijn, absoluut overtuigd ergens van zijn, dan stoppen ze met kijken en onderzoeken. Ze hebben hun conclusies getrokken, ze weten hoe het zit. Een dergelijke positie gaat niet gepaard met open onderzoeken of hun overtuigingen berusten op de waarheid. Op wat werkelijk waar is en is bewezen. Click here to read more »

Bestuurder: welke vragen zou je willen dat je RvT aan je zou stellen?

frons‘Vanuit een onzekerheid en angst voor hun eigen verantwoordelijke taak, bejegent mijn Raad van Toezicht me met een strenge en wantrouwende ondertoon in alles wat ze zeggen en vragen”, zo zei een bestuurder een maand geleden tegen me: ‘Bij de koffie vooraf is alles een en al vriendelijkheid, maar begint de vergadering dan slaat de sfeer om naar druk en gefronste wenkbrauwen’.
Hier schreef ik al eens iets over progressiegerichte helpende vragen voor toezichthouders. Hierbij een oproep aan bestuurders: welke vragen zou je willen dat je RvT aan je zou stellen en op welke manier zou je graag bevraagd en bejegend willen worden?
Je reactie wordt uiteraard volstrekt vertrouwelijk behandeld. Op deze site ga ik binnenkort een artikel plaatsen over progressiegerichte interventies voor Raden van Toezicht die in overleg zijn met hun bestuurder.
Reacties zijn welkom via dit email adres: gwendaschlundtbodien@kpnmail.nl
 

Psychologische basisbehoeften van iemand anders vervullen

SDT
Hoe kunnen ouders, leidinggevenden, coaches en docenten de psychologische basisbehoeften van hun kinderen, medewerkers, clienten en leerlingen vervullen? Hier zijn enkele voorbeelden van concrete gedragingen die de psychologische basisbehoeften van de ander vervullen:
Click here to read more »

De relatie tussen psychologische basisbehoeften en zelfconcordante doelen

bovenDoelen die helemaal in lijn zijn met je interesses, met wat je belangrijk vindt en met je waarden zijn zelfconcordante doelen. Hoe meer het doel dat je nastreeft past bij je interesses, bij wat je belangrijk vindt en bij je persoonlijke waarden en principes, hoe meer zelfconcordant dat doel is. Zelfconcordante doelen nastreven is goed voor je psychologische en fysieke gezondheid, voor je welbevinden terwijl je het doel nastreeft, voor het volhouden als je bezig bent je doel te bereiken en voor de mate waarin je uiteindelijk je doel bereikt. Waarom zouden mensen dan kiezen voor een doel dat niet zelfconcordant is?
Het antwoord op die vraag kunnen we beginnen te vinden door te kijken naar de context waarin mensen hun keuze voor een bepaald doel maken en dan met name naar de mate waarin de psychologische basisbehoeften (autonomie, competentie en verbondenheid) van de persoon worden vervuld. In drie experimenten vonden de onderzoekers Milyavskaya, Nadolny en Knoester, aanwijzingen voor de rol van de vervulling van de psychologische basisbehoeften bij de mate van zelfconcordantie van de gekozen doelen. Click here to read more »

Een aardig compliment?

Een goede manier om jezelf te trainen zijn invuloefeningen. Bijvoorbeeld door een progressiegerichte dialoog in een van onze boeken te nemen, af te dekken wat de progressiegerichte leidinggevende of coach zegt en bedenken wat die zegt in reactie op de medewerker of client, waarna je wat jij hebt bedacht vergelijkt met wat er in het boek staat. Een andere invuloefening is de onderstaande. In de matrix zie je dat er onderscheid wordt gemaakt tussen directe en indirecte complimenten en tussen persoonsgerichte en procesgerichte. Een direct compliment betekent dat je tegen de ander zegt wat je goed vindt. En indirect compliment betekent dat je een vraag stelt aan de ander, die hem uitnodigt om in positieve termen te antwoorden. Een persoonsgericht compliment gaat over de eigenschappen, capaciteiten, kenmerken van de persoon. Een procesgericht compliment gaat over de aanpak, de strategie, wat werkt. Bedenk in elk van de vier vakjes een voorbeeldformulering. De procesgerichte complimenten stimuleren een groeimindset, de persoonsgerichte een statische mindset.
Dia1
 
 
 
 
 
 
Training groeimindset
Hersenvitaminen

Als het ego van de docent op het spel staat

068_2f28b814801cd1e61ffbdad6465492a2Ook als docenten het principe van autonomie ondersteuning van harte onderschrijven, kunnen zij, onbewust en bewust, soms toch controlerende motivatie strategieën gebruiken. Een van de omstandigheden waarin dat kan optreden is wanneer hun ego op het spel staat. Click here to read more »

Mobiel in je tas tijdens de les: motivatiecontinuum

“Dit is zo belangrijk, en ook zo moeilijk om te doorgronden!”, zei een docent in mijn training laatst over het onderwerp ‘de kwaliteit van motivatie’. Belangrijk omdat de kwaliteit van de motivatie van een student grote effecten heeft op de kwaliteit van zijn leren en zijn prestaties en zijn gevoel. Moeilijk te doorgronden omdat het eenvoudige onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie bij lange na de subtiliteit van de kwaliteit van motivatie niet weergeeft. Er zijn vier verschillende vormen van extrinsieke motivatie, waarvan sommige gecontroleerd en andere autonoom zijn. De zelfdeterminatietheorie onderscheidt zes verschillende vormen van motivatie, die op een continuum gezet kunnen worden.
Een praktisch voorbeeld.
Stel een student zit in de klas en hij heeft zijn mobiele telefoon in zijn tas laten zitten. Er zijn zes verschillende mogelijke vormen van motivatie die aan dit gedrag ten grondslag kunnen liggen:

  1. a-motivatie: de student heeft zijn mobiel toevallig in zijn tas laten zitten, hij heeft helemaal niet de perceptie dat het iets uitmaakt of hij zijn mobiel nu wel of niet in zijn tas laat zitten, voor hoe de docent zich ten opzichte van hem gedraagt en hoe het met hem zal gaan in de les
  2. gecontroleerde extrinsieke motivatie vanwege beloning/straf (externe regulatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij niet betrapt wil worden door de docent, want als hij wordt betrapt wordt zijn mobiel afgepakt
  3. gecontroleerde extrinsieke motivatie vanwege inwendige druk (geïntrojecteerde regulatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij zich een loser voelt als hij door de docent wordt betrapt op het spelen met zijn mobiel
  4. enigszins autonome motivatie vanwege een belangrijke/waardevolle opbrengst (geïdentificeerde regulatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij het respectvol vindt om te luisteren naar de docent (hoewel saai)
  5. autonome motivatie vanwege een belangrijke/waardevolle activiteit (geïnternaliseerde regulatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij het voor zichzelf belangrijk en waardevol vindt om te leren op school
  6. autonome motivatie vanwege interesse (intrinsieke motivatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij de les interessant vindt

Gecontroleerde motivatie is een lage kwaliteit van motivatie. Zodra de druk wegvalt, valt het gedrag ook weg. Hoe groter de druk van de docent om mobiele telefoons in de tas te laten (straffen, dreigementen, beloningen), hoe moeilijker het wordt voor de student om het gedrag “opletten in de klas” te internaliseren. Autonome motivatie is een hoge kwaliteit van motivatie. Een manier om die vorm van motivatie mogelijk te maken bij studenten is door respect te hebben voor hun perspectief, erkenning te geven voor hun perspectief, duidelijk en vriendelijk uit te leggen wat de bedoeling van de les is en waarom dit belangrijk is om te leren, keuzemogelijkheden te bieden ten aanzien van de aanpak van de taak, vriendelijk te communiceren, eerlijke feedback te geven die gericht is op de aanpak van de student en niet op de persoon is gericht en ervoor te zorgen dat studenten waar mogelijk hun interesses kunnen volgen.
motivatiecontinuum
Training progressiegericht leidinggeven
Voordelen en kenmerken van een autonomieondersteunende doceerstijl
 

Wat is de groeimindset wél?

mindsetxStel je eens voor. Een grote groep kinderen groeit op in een achterstandswijk en doet het slecht op school. De hele school doet het slecht in vergelijking tot de andere scholen in dezelfde provincie. De kinderen hebben een laag IQ, volgens de gestandaardiseerde IQ tests. De kinderen leven in armoede. Hun ouders moeten worstelen om het hoofd boven water te houden en hebben slecht betaalde baantjes voor laaggeschoolden. Kunnen deze kinderen, met al hun achterstand, ooit op een universiteit terecht komen? Click here to read more »

Progressiegerichte helpende vragen voor toezichthouders

loesjeAls bestuurders wakker liggen ‘s nachts zijn ze vaak aan het piekeren over hun Raad van Toezicht, zo stelt Jan Moen, (voormalig) hoogleraar Management en Organisatie aan de Universiteit van Tilburg. Dat heeft dan regelmatig te maken met relationele ineffectiviteit. Moderne Raden van Toezicht die een constructieve dialoog willen met hun bestuurder, terwijl ze tegelijkertijd goed invulling geven aan hun controlerende en toetsende rol, moeten effectieve vragen stellen.
Je kunt effectieve vragen stellen als je weet waar je mee bezig bent: ben je aan het helpen, controleren, meten, toetsen? In dit stukje zoom ik in op helpende vragen, die erop gericht zijn als sparring partner van de bestuurder nuttige ondersteuning te bieden. Dat zijn andere vragen dan de vragen die erop gericht zijn zorgvuldig te kunnen beoordelen of de bestuurder op de goede weg is de gewenste progressie met zijn organisatie te bereiken. Als de bestuurder een vraag krijgt, die op een helpende manier gesteld wordt terwijl er eigenlijk een controlerende ondertoon in zit, dan kunnen de doorvragen die de leden van de Raad stellen worden ervaren als wantrouwende vragen. Als ‘hang yourself’-vragen. Click here to read more »

Grootschalig groeimindset onderzoek in de UK

tenIn september 2016 gaat een grootschalig onderzoek van start in de United Kingdom, naar de effecten van groeimindsetinterventies op prestaties van leerlingen. Een voorstudie in 2013 richtte zich op twee type interventies: 1) het aanleren van een groeimindset bij leerlingen zelf en 2) het aanleren van interventies die docenten kunnen inzetten om een groeimindset bij leerlingen te stimuleren. De resultaten van deze studie zijn echter, hoewel interessant, niet zo geschikt voor het trekken van conclusies. Zo waren de docenten die getraind werden in de groeimindsetinterventies voordat ze die interventie ondergingen al bekend met de groeimindset en pasten ze die al toe in hun interacties met leerlingen en de docenten in de controlegroep waren deels ook al bekend met de groeimindset. De leerlingen die in de groeimindsetinterventiegroep zaten, waren van dezelfde school als de kinderen die in de controlegroep zaten, dus het is niet uit te sluiten dat er deze leerlingen elkaar beinvloed hebben en met elkaar gepraat hebben over wat ze hadden gehoord en geleerd.
Click here to read more »