Hoe kun je als docent een leerdoelenklimaat in de klas creëren?

building autonomous learnersOnder andere in dit  artikel kun je lezen over een gunstig klassenklimaat voor leerlingen, dat wil zeggen een klassenklimaat waarin ze op een betrokken en geïnteresseerde manier steeds beter worden in het vak dat ze aan het leren zijn. Wat kun je als docent doen om een dergelijk klassenklimaat te creëren? Je weet dat je daarin geslaagd bent wanneer je leerlingen het volgende over je zeggen: Click here to read more »

Competitie of meesterschap in de klas?

youyan nieIs het verstandig om in de klas een competitief klimaat te creëren? Of is het beter om een klassenklimaat te creëren waarin er een focus is op meesterschap, dus op beter worden in de taak en op leren? En hoe meet je dan wat beter is? Dat onderzocht Youyan Nie (chp_10.1007_978-981-287-630-0_14) bij duizenden kinderen op middelbare scholen in Singapore.
Uit meta-analyses naar de effectiviteit van leerdoelen en prestatiedoelen blijkt dat leerdoelen beter werken dan prestatiedoelen, maar dat een specifiek soort prestatiedoel (namelijk het prestatiestreefdoel) ook goed kan werken als de student er zelf voor heeft gekozen om beter te willen presteren dan iemand anders (zie ook hier). Click here to read more »

Gedragscontrole of psychologische controle

geen zinEisen stellen aan hoe je kind zich gedraagt past prima in een autonomieondersteunende opvoedstijl. Autonomie ondersteuning is immers niet hetzelfde als laissez-faire, alles goed vinden wat je kind wil en doet. (Realistische) hoge verwachtingen zijn zelfs, mits ze op een niet-autoritaire wijze worden besproken, goed voor het welbevinden van kinderen. Kinderen zijn gebaat bij een duidelijke structuur, waarbinnen zij zich competent kunnen voelen om te voldoen aan de verwachtingen. Dit is een vorm van gedragscontrole, in de zin dat je als ouder duidelijke eisen stelt aan het gedrag van je kind en daarbij uitlegt waarom je dit van je kind verwacht.
Maar psychologische controle heeft een negatief effect op het welbevinden van je kind. Click here to read more »

Onafhankelijke kinderen

alleenOuders kunnen onafhankelijkheid in kinderen stimuleren door de nadruk te leggen op hun eigen meningen en hun eigen besluitvorming, onafhankelijk van de mening van hun omgeving en hun ouders. Is dat een goede manier om het welbevinden van het kind te versterken en de band tussen kind en ouders te versterken? Uit onderzoek blijkt dat er een sterkere voorspeller is van welbevinden van het kind en een goede relatie tussen het kind en de ouders, en dat is de mate waarin het kind helemaal achter zijn mening en keuzes staat.
Dus als je kind voor de keuze staat om zijn vakkenpakket te kiezen, dan kun je als ouder beter zorgen dat je kind die keuze op zo’n manier maakt dat hij er helemaal achter staat dan dat je als ouder aanstuurt op een onafhankelijke keuze door je kind. Click here to read more »

Welk type ouderlijke betrokkenheid leidt tot goede schoolprestaties?

Nadenken-2“Dit komend schooljaar wordt een belangrijk jaar voor mijn kind, want zijn cijfers van dit jaar gaan mede bepalen of hij zal worden toegelaten tot de universiteit waar hij graag heen wil”, vertelde een ouder mij laatst:”Wat kan ik, als zijn ouder, doen zodat dat hem gaat lukken?”
Veel ouders vragen zich af wat een goede manier is om betrokken te zijn bij de schoolprestaties van hun kind. Is het verstandig om regelmatig het huiswerk samen door te nemen en te overhoren en begeleiden bij het maken van huiswerk? Is het verstandig om zelf een actieve rol op school te gaan spelen, en onderdeel te worden van de context waarin je kind elke dag functioneert? Is het verstandig om je kind te laten merken dat je het belangrijk vindt welke cijfers hij haalt op school? Is het verstandig om je kind beloningen in het vooruitzicht te stellen voor hoge cijfers? Uit een meta-analyse van onderzoeken naar de effectiviteit van verschillende typen ouderlijke betrokkenheid komen duidelijke antwoorden op dit soort vragen. Click here to read more »

Sociale besmettelijkheid van motivatie

intentieEr is sprake van een motivationele wisselwerking tussen docenten en hun studenten. Als docenten zelf autonoom gemotiveerd zijn en op een autonomieondersteunende manier lesgeven, dan zijn hun studenten ook autonomer gemotiveerd. Hoe werkt dat? Docenten die een hoge kwaliteit van motivatie hebben voor hun vak, hebben zelf meer interesse in hun vak waardoor ze ook meer kennis hebben en ze de relevantie van wat ze doceren beter kunnen uitleggen aan studenten. Ze zijn ook creatiever in het vinden van manieren om studenten te betrekken bij de les. Daarnaast begrijpen ze beter hoe belangrijk het is dat studenten autonoom gemotiveerd kunnen raken voor het vak, waardoor ze meer aandacht besteden aan het creëren van de condities waarin studenten zichzelf kunnen motiveren. Autonoom gemotiveerde docenten staan zelf ook meer open om getraind te worden en om bij te leren, waardoor de kwaliteit van hun lesgeven verder toeneemt. Zo ontstaat een positieve spiraal; de hoge kwaliteit van motivatie van de student en de docent versterken elkaar. Click here to read more »

Positieve effecten voor autonomieondersteunende docent

IMG_2527
Docenten die autonomieondersteunend lesgeven plukken daar zelf ook de vruchten van. Ze lopen namelijk veel minder kans op emotionele uitputting, depersonalisatie en burnout. Zo blijkt uit onderzoek van Fernet et al dat er een significante relatie is tussen de verschillende vormen van motivatie van de docent en burnout (depersonalisatie en emotionele uitputting). De autonome vormen van motivatie (geinternaliseerde, geïntegreerde en geidentificeerde regulatiestijlen) hadden een negatieve relatie met burnout. De gecontroleerde vormen van motivatie (geintrojecteerde en externe regulatiestijlen en nonregulatie) hadden een positieve relatie met burnout. Eyal en Roth (2011) vonden een negatieve relatie tussen autonome motivatie en emotionele uitputting. Den Berghe et al (2013) en Van den Berge et al (2014) vonden dat autonome motivatie en een combinatie van hoge autonome en hoge gecontroleerde motivatie (dus hoge kwantiteit van motivatie) samen gingen minder burnout klachten. De onderzoekers vermoeden dat hoge kwaliteit autonome motivatie ervoor zorgt dat de docent zijn energie behoudt voor op de onderdelen van het vak waarvoor hij zich gecontroleerd gemotiveerd voelt. Fernet (2008) vond een positieve relatie tussen autonome motivatie voor lesgeven en de zelfgerapporteerde perceptie van effectief zijn in lesgeven.
Bron: building autonomous learners