Agentische betrokkenheid bij feedback. Het verstrekken van feedback aan studenten leidt niet automatisch tot een verbetering van hun vaardigheden of hogere cijfers. Deze uitkomst is afhankelijk van de actieve inzet en betrokkenheid van de leerlingen met de ontvangen feedback. Immers, of er progressie wordt geboekt naar aanleiding van ontvangen feedback hangt af van wat de student met de feedback doet. Winstone et al (2016) beschrijven het SAGE-model in dit artikel. Vaak wordt gefocust op hoe de feedbackgever de feedback formuleert, maar er zijn veel meer factoren die bepalen of er progressie wordt geboekt naar aanleiding van de feedback.
Onbedoelde schade van negatieve feedback. Hoewel veel docenten met goede intenties negatieve feedback geven aan studenten, blijkt uit een meta-analyse van Mercer et al (2023) dat negatieve feedback vaak onbedoelde schade toebrengt. Die schade uit zich op vier vlakken: self-efficacy, affect, cognitie en gedrag. In deze bijdrage een samenvatting van hoe negatieve feedback kan doorwerken op die vier gebieden, blijkend uit deze meta-analyse.
Van nee zeggen naar sturen. Een docent vroeg aan een teamleider: ‘Kan ik uitgeroosterd worden op maandag, want ik ben gevraagd om drie nieuwe klussen op me te nemen en ik heb geen tijd om alles te doen?’ Deze teamleider wilde ‘nee’ zeggen tegen dat verzoek, en daarnaast was het helemaal niet de goed dat de docent de drie nieuwe klussen zou accepteren. Deze teamleider vroeg zich af of hij meerdere progressiegerichte interventies kon combineren in een dergelijke situatie.
Mindset en zelfgestuurd leren. Hertel et al (2024) deden onderzoek naar het effect van iemands overtuigingen over het belang van zelfgestuurd leren en diens overtuigingen over de ontwikkelbaarheid van capaciteiten op leren, presteren en welbevinden van die persoon.
Misverstanden over progressiegericht werken. Na afloop van een eerste trainingssessie afgelopen week kwam een leidinggevende naar ons toe en zei: ‘Ik dacht dat deze training zwaar en zweverig zou worden, maar het is super concreet en praktisch!’ Daarom in deze bijdrage een paar veelvoorkomende misverstanden over progressiegericht werken.
We beïnvloeden alles, hoewel we niets kunnen controleren. Brian Klaas beschrijft in zijn boek Fluke hoe ieder van ons niet beheerst en controleert wat er in ons leven en dat van anderen gebeurt, maar dat we tegelijkertijd voortdurend alles wat er gebeurt beïnvloeden. Klaas stelt dat kleine variaties worden gezien als ruis (noise) en worden gefilterd om het echte patroon en signaal te kunnen ontdekken, terwijl ruis wel eens het meest invloedrijk zou kunnen zijn in hoe de dingen in de wereld zich ontwikkelen.
Instructie en motivatie. Om een hoge kwaliteit van motivatie mogelijk te maken is zowel autonomie-ondersteuning als het bieden van structuur nodig. Autonomie-ondersteuning betekent dan ook niet ‘doe maar waar je zin in hebt’, maar betekent dat je de ander ondersteunt in zijn ervaring dat zijn gedrag voortkomt vanuit hemzelf. Dat hij geen marionet is die wordt aangestuurd door krachten van buitenaf, maar dat hij zelf aan het roer staat van wat hij doet. Om die ervaring te kunnen hebben is juist de aanwezigheid van sturing en structuur gewenst. Want dan pas kun je betekenisvolle keuzes maken en dan pas kun je betekenisvolle progressie boeken; je weet dan immers wat je probeert te bereiken en waar je energie voor actie zich op kan richten.
Hoe harder je drukt, hoe erger het wordt. Dat er zoiets bestaat als intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie is de meeste mensen wel bekend. Intrinsieke motivatie betekent dat iemand met een activiteit aan de slag gaat omdat de activiteit hem interesseert en hij die leuk vindt om te doen. Extrinsieke motivatie betekent dat iemand met een activiteit aan de slag omdat hij zich onder druk gezet voelt om het te doen, denkt men. Veel mensen denken ook dat de enige manier om iemand iets te laten doen wat die niet leuk vindt is om die persoon te dwingen en onder druk te zetten. De redenering is dan dat intrinsieke motivatie natuurlijk mooi is, maar dat extrinsieke motivatie via dwang noodzakelijk is.
In selfperceptions as mechanisms of achievement inequality: evidence across 70 countries
De rol van zelfperceptie in leesvaardigheid. In een recent artikel van Hofer et al. (2024), gepubliceerd in Nature, wordt de complexe relatie tussen zelfperceptie van kinderen, sociaal-ecenomische status en hun leesvaardigheid onder de loep genomen. Deze studie belicht specifiek hoe kinderen met verschillende sociaaleconomische achtergronden (SES) zichzelf zien en hoe dit zelfbeeld gerelateerd is aan hun leesvaardigheid.
Wij gebruiken cookies op onze website om u de meest relevante ervaring te bieden door uw voorkeuren en herhaalbezoeken te onthouden. Door op "Accepteren" te klikken, stemt u in met het gebruik van ALLE cookies.
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.