Foto: Walter Schlundt Bodien

Je bent echt een doorzetter! (en dus niet zo slim). Onderzoek van Brummelman et al (2026) nam stereotiepe overtuigingen over hard werken versus intelligentie zijn en de relatie met een lage sociaaleconomische klasse onder de loep. Zowel de overtuigingen van ouders als die van hun kinderen werden in samenhang met elkaar bekeken. Zou er een nadeel kunnen kleven aan het labelen van een kind van arme ouders als ‘hardwerkend’? Dit onderzoek werpt een licht op die vraag.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Stereotiepe overtuiging

De onderzoekers onderzochten of kinderen uit gezinnen met armere ouders worden gezien als meer ‘hardwerkend’ dan als ‘intelligent’. Dit stereotype noemen zij: ‘lage SES is harder werkend dan slim’. Het stereotype houdt in dat het succes van kinderen uit lage-SES-gezinnen eerder toegeschreven moet worden aan hard werken dan aan intelligentie. Mislukkingen komen dan juist door een gebrek aan intelligentie, meer dan door een gebrek aan inzet. Mensen zijn geneigd te denken in termen van of, of. Dus je bent of slim, of je bent hardwerkend. Je hebt of een talenknobbel, of je bent goed in wiskunde. Je bent of theoretisch of praktisch aangelegd. Het onderzoek spitste zich niet zozeer toe op de vergelijking tussen kinderen uit een hogere sociaaleconomische klasse en kinderen uit een lagere sociaaleconomische klasse, maar juist op hoe naar kinderen binnen een en dezelfde sociaaleconomische klasse wordt gekeken.

Drie biases

Er zijn drie overtuigingssystemen die belangrijk zijn voor de vorming van het stereotype ‘lage SES = harder werkend dan slim’, zo beschrijven de onderzoekers. Het eerste overtuigingensysteem gaat over essentialistische overtuigingen over sociaaleconomische klassen. Verschillen tussen sociaaleconomische groepen worden door iemand met essentialistische overtuigingen gezien als stabiel, onveranderlijk en biologisch bepaald. Het tweede overtuigingensysteem zijn meritocratische overtuigingen, waarbij de persoon ervan uitgaat dat succes vooral afhangt van inzet en hard werken, en minder van geluk of de gezinssituatie. Het derde overtuigingensysteem gaat over sociale dominantie, en verwijst naar de mate waarin mensen maatschappelijke hiërarchieën tussen groepen accepteren en ondersteunen.

Biasscores

In het onderzoek kennen de auteurs vervolgens aan ouders en hun kinderen drie biasscores toe. De eerste bias is de eigenschapsperceptiebias. Ouders en kinderen die deze bias in sterkere mate hebben geloven dat kinderen uit lage-SES-gezinnen, vergeleken met kinderen uit hoge-SES-gezinnen, eerder harder werkend dan intelligent zijn. De tweede bias is de succes attributiebias. Ouders en kinderen die deze bias in sterkere mate hebben geloven dat het succes kinderen uit lage-SES-gezinnen komt door hun harde werken in plaats van hun intelligentie. De derde bias is de foutenattributie bias. Ouders en kinderen die deze bias in sterkere mate hebben geloven dat het falen van kinderen uit lage-SES-gezinnen toe te schrijven is aan een gebrek aan intelligentie in plaats van een gebrek aan inzet.

Resultaten

Uit het onderzoek bleek dat het stereotype ‘lage SES = harder werkend dan slim’ inderdaad ten grondslag lag aan de manier waarop kinderen uit lage-SES-gezinnen vaak worden beschreven. Kinderen zagen leeftijdsgenoten uit lage-SES-gezinnen meer als hardwerkend dan als slim. Zij schreven hun successen vaker toe aan hard werken en hun mislukkingen vaker aan een gebrek aan intelligentie. Zowel ouders als kinderen dachten in termen van deze stereotiepe beelden en de stereotypen van kinderen hingen samen met die van hun ouders. Kinderen uit hoge-SES-gezinnen koesterden sterkere SES-stereotypen. Ouders met sterkere essentialistische overtuigingen hadden vaker kinderen met dezelfde stereotiepe overtuigingen.

Nadelig

Wat is er mis met deze stereotiepe overtuiging dat een kind uit een lage economische klasse wel eerder hardwerkend dan intelligent zal zijn? Het is immers prima om goede resultaten toe te schrijven aan inzet? De onderzoekers stellen dat de verhalen over ‘doorzetters’ niet zozeer het probleem zijn en ook juist belangrijke culturele waarden weerspiegelen (je kunt succesvol worden als je doorzet en hard en effectief werkt). Maar het nadeel van het stereotype is dat mensen denken in termen van of, of. Dus als je hard werkt, zul je wel niet zo slim zijn. En we leven in een samenleving waarin talent en intelligentie als heel begerenswaardig worden gezien. Als we naar kinderen uit sociaaleconomisch lagere klassen kijken als automatisch minder slim, dan krijgen die kinderen minder kansen en andere schooladviezen dan kinderen over wie het stereotype niet de ronde doet.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Groeimindset

De resultaten benadrukken volgens de onderzoekers dan ook het belang van het aanleren van een groeimindset; vaardigheden ontwikkelen zich door effectieve inspanning. Een groeimindset kan echter pas benut worden in een vruchtbare omgeving. Structurele maatschappelijke barrières zouden dan ook weggenomen moeten worden (groeimindset en kansengelijkheid). Schoolprestaties van kinderen uit lage-SES-gezinnen zouden niet moeten worden toegeschreven aan persoonlijke eigenschappen. Scholen zouden een groeimindsetcultuur moeten ontwikkelen en koesteren. Ouders en docenten zouden zelf groeimindsetovertuigingen moeten adopteren. Om vervolgens die overtuigingen ook concreet te laten merken in wat ze zeggen en wat ze doen.

 
Trainingen Progressiegericht Werken