Enkele gedachten over inclusie en diversiteit

Enkele gedachten over inclusie en diversiteit vanuit progressiegericht perspectief. Volgens de definitie van de SER gaat diversiteit over de verschillen tussen mensen (in onder andere geslacht, leeftijd, geaardheid, etnisch-culturele achtergrond, arbeidsvermogen). En de SER stelt dat het bij inclusie gaat over het omgaan met en het optimaal benutten van deze verschillen, over gedrag en cultuur.
Samenstelling
Geslacht, leeftijd, huidskleur en lichamelijke kenmerken zijn vaak de eerste dingen die we waarnemen als we andere mensen ontmoeten. Voor iemand die in een groep in de ‘minderheid’ is kan dat een ervaring met zich meebrengen dat die persoon niet op de goede plek is. Dat de persoon er niet bij hoort. Dat hoeft overigens niet; of iemand zich thuis voelt in een groep wordt niet alleen beïnvloed door hoe anderen op die persoon reageren maar ook door hoe de persoon zichzelf in die groep ervaart. Het kan voor een vrouw prettig zijn als ze niet de enige vrouw is in de groep, het kan voor iemand met een donkere huidskleur prettig zijn als die niet de enige in de groep is met een donkere huidskleur is, het kan voor iemand met een lichamelijke beperking prettig zijn als hij of zij niet de enige is, het kan voor een man prettig zijn als hij niet de enige man in het gezelschap is. Dat kan het gevoel dat je er ‘thuishoort’ bevorderen.
Benutten van verschillen
Ik heb echter moeite met de volgende stap, namelijk dat we de verschillen zouden moeten benutten. Want voordat je tot het benutten van de verschillen kunt komen, moet je eerst benoemen wat die verschillen dan zouden zijn. Zo ga je ervan uit dat, omdat iemand tot een bepaalde groep zou behoren, die persoon ook verschilt van iemand anders die tot een andere groep behoort. Zo wordt iemand eerst gelabeld als ‘anders’ of ‘specifiek’ en daarna worden verschillen toebedeeld aan de persoon, op grond van die kenmerken.
Universele psychologische basisbehoeften
Er bestaan verschillen tussen mensen en culturele verschillen bestaan ook. Maar huidskleur, geslacht, ‘ras’ of uit welk land iemand komt, maakt nog niet dat we iets kunnen zeggen over het individu waarmee we nu te maken hebben. Wat we wel zeker weten is dat het mens met wie je te maken hebt dezelfde psychologische basisbehoeften heeft als alle andere mensen. Ieder mens heeft de behoefte aan verbondenheid (dus de behoefte om een gewaardeerd lid van een sociale groep te zijn, te kunnen helpen en geholpen kunnen worden en zichzelf te kunnen zijn). Ieder mens heeft de behoefte aan autonomie (dus de behoefte om te ervaring te hebben dat zijn gedrag voortkomt vanuit hemzelf, dat hij of zij achter zijn eigen gedrag staat). En ieder mens heeft de behoefte aan competentie (dus de behoefte om te ervaren dat hij of zij effectief kan zijn in zijn omgeving). We hoeven niet eerst te weten welke seksuele voorkeur iemand heeft om te weten dat deze persoon de behoefte aan autonomie, verbondenheid en competentie heeft. We hoeven niet eerst naar iemands culturele achtergrond te kijken om te weten dat die persoon de behoefte aan autonomie, verbondenheid en competentie heeft. En dit gaat op voor alle gemakkelijk waarneembare verschillen tussen mensen, zoals geslacht, huidskleur, religie etc.
Statische mindset
Verschillen toekennen aan mensen vanwege kenmerken zoals geslacht, huidskleur, culturele achtergrond e.d. brengt het risico van een statische mindset met zich mee. De persoon krijgt een label ‘zo ben jij’, en we kijken en reageren op de persoon via het label (en de persoon gaat wellicht ook naar zichzelf via die labelende ogen kijken). Een statische mindset cultuur gaat samen met stereotypering, spanning, onwelbevinden bij uitdagende taken, verdoezelen van fouten, minder samenwerking, minder innovatie en minder integriteit. Precies de dingen waar diversiteitsbeleid voor zou pleiten, zou dan ook wel eens verminderd kunnen worden door zo de focus te leggen op vermeende verschillen tussen mensen op basis van stereotiepe beelden. Een groeimindsetcultuur werkt beter en prettiger.
Universeel uniek
In de progressiegerichte benadering behandelen we ieder individu als ‘universeel uniek’. Enerzijds universeel, omdat ieder mens dezelfde psychologische basisbehoeften heeft en we dus niet hoeven denken dat omdat iemand uit een bepaalde cultuur komt die persoon bijvoorbeeld ook wel geen behoefte aan autonomie zal hebben. Anderzijds uniek, omdat ieder mens zijn eigen individuele ervaringen construeert en dus niemand hetzelfde is als een ander.
Haal de filters weg
Teams waarin progressiegericht wordt gewerkt en gecommuniceerd hebben filters zoals huidskleur, cultuur, geslacht etc. niet nodig om elkaars perspectief te leren kennen en begrijpen. In dergelijke teams werken mensen, geen ‘vertegenwoordigers van minderheidsgroepen’. Uitspraken zoals: ‘In jouw cultuur is te laat komen heel normaal…’ of ‘In Nederland moet je in vergaderingen je mond open doen, want wij zijn heel direct, dat ben jij natuurlijk niet gewend…’ zijn niet nuttig en plaatsen mensen in een hokje. Als iemand op tijd moet komen en vaak te laat is, kun je als leidinggevende beter gaan sturen dan dat je vergoelijkend de persoon stereotypeert. Als iemand stil is in een vergadering kun je beter werkvormen inzetten waarbij iedereen op een natuurlijke manier zijn perspectief naar voren kan brengen (zoals bij progressiegerichte intervisie en de cirkeltechniek), dan dat je de persoon een probleem verkoopt (vanwege je cultuur ben je te stil).
Progressiegericht aansluiten
Een effectieve manier van het benutten van verschillende perspectieven is onder andere door progressiegericht aan te sluiten bij het perspectief van degene met wie je aan het werken en praten bent. Dat aansluiten kan door de kernwoorden die de ander gebruikt te bewaren in je samenvattingen, waardoor je naadloos aansluit bij hoe de ander de situatie ervaart. Daarnaast kun je aansluiten bij de ander door jouw eigen perspectief en beelden er niet in te vermengen. Allerlei activerende progressiegerichte technieken, zoals de cirkeltechniek en progressiegerichte intervisie, bieden ruimte aan alle perspectieven die er aanwezig zijn, zonder eerst de omweg via geslacht, cultuur of huidskleur te hoeven nemen. Zodat iedereen, ongeacht diens kenmerken, kan zeggen: ‘Ja, dat is precies mijn perspectief!’
