De theorie van het voorspellende brein als verklarend fundament van de progressiegerichte benadering

De theorie van het voorspellend brein als verklarend fundament van de progressiegerichte benadering. In dit artikel belichtte ik al eens hoe ik aankijk tegen de plek van emoties, en al onze mentale ervaringen, binnen ons CPW-progressiemodel. Predictive Processing, de theorie van ons voorspellende brein, is waarschijnlijk de meest invloedrijke overkoepelende verenigende theorie aan het worden binnen de cognitieve neurowetenschap en de cognitieve psychologie. Het is een verenigende theorie omdat de theorie fundamentele verklaringen biedt voor onze ervaringen in onze werkelijkheid. Voor een samenvatting van de vier componenten van ons voorspellende brein verwijs ik naar dit artikel.
Verklarend fundament
Vier kernelementen van de progressiegerichte benadering, ontwikkeld door Coert Visser en mij, zijn het boeken van betekenisvolle progressie, het leveren van duurzame inspanning, het functioneren vanuit een hoge kwaliteit van motivatie en het adopteren van de overtuiging dat progressie mogelijk is via effectieve inspanning. De theorie van ons voorspellende brein is volgens mij een heel goede kandidaat om als verklarend fundament voor die vier kernelementen van de progressiegerichte benadering te fungeren. In het pas verschenen boek De Dynamische Mens legt Coert Visser ook een verband tussen enkele hoofdaspecten van predictive processing en progressiegerichte overtuigingen. Mijn vermoeden is dat de theorie van het voorspellende brein een mechanistische verklaring biedt voor onze ervaring van betekenisvolle progressie.
Betekenisvolle progressie als adaptief succesvolle reductie van hanteerbare voorspellingsfouten
Ons brein construeert voortdurend, vanuit interne modellen, voorspellingen, die worden vergeleken met inkomende sensorische signalen. Die signalen komen zowel van buitenaf als vanuit ons eigen lichaam. Wanneer onze voorspellingen overeenkomen met deze signalen, hoeven onze interne modellen niet te worden aangepast. Wanneer er een verschil ontstaat tussen voorspelling en daadwerkelijke input is er sprake van een voorspellingsfout.
Betekenisvolle ervaringen
De voorspellingsfouten kunnen worden verminderd door onze perceptie en interne modellen bij te stellen (perceptuele inferentie), of door onze acties (actieve inferentie) zodanig aan te passen dat de inkomende signalen meer in lijnen komen met onze voorspellingen. Dergelijke ervaringen zijn biologisch betekenisvol voor het organisme, en de hypothese is dat dit zo is omdat deze ervaringen rechtstreeks verband houden met allostase. Dat wil zeggen dat ons brein voortdurend bezig is om ervoor te zorgen dat er aan onze toekomstige behoeften tegemoet gekomen kan worden. Via allostase zijn we die toekomstige behoeften vòòr.
Psychologisch betekenisvol
De voorspellingsfoutenervaringen kunnen ook psychologisch betekenisvol zijn. Betekenisvolle ervaringen zijn als het ware een dans tussen voorspellingen en voorspellingsfouten. Onze precisie-inschatting van onze eigen voorspellingen en de precisie die wordt toegekend aan voorspellingsfouten speelt hierin een moderende rol. Is onze precisie-inschatting van onze voorspelling hoog, dan besteden we minder aandacht aan inkomende signalen en stellen we ons interne model minder snel bij als er conflicterende signalen binnenkomen. Kennen we veel precisie toe aan de onze voorspellingsfouten, dan besteden we meer aandacht aan binnenkomende conflicterende signalen en stellen we ons interne model bij of ondernemen we acties zodat onze voorspellingen weer overeenstemmen met de inkomende signalen.
Optimale uitdaging
Ons voorspellende brein wordt optimaal uitgedaagd wanneer voorspellingsfouten niet te groot en niet te klein zijn en als oplosbaar worden ervaren. Als we in een situatie zitten waarin we een behapbaar niveau van voorspellingsfouten ervaren, die we effectief weten op te lossen, op een tempo dat nog beter is dan wat we hadden verwacht, dan voelen we ons goed. Mensen geven dan ook de voorkeur aan omgevingen waarin een goede voorspellingsfoutendynamiek mogelijk is.
Positief affect
Dat is een omgeving waarin voldoende onzekerheid bestaat zodat we kunnen leren. We ervaren dan dat we de voorspellingsfouten succesvol en stapsgewijs kunnen oplossen en dat gaat vaak samen met positief affect. Positief affect ontstaat niet primair door foutloosheid, maar door het ervaren van succesvolle progressie in het reduceren van hanteerbare onzekerheid.
Betekenisvolle progressie
Als deze positieve ervaring gepaard gaat met het daadwerkelijk beter afgestemd raken op onze omgeving, dan is er volgens mij sprake van betekenisvolle progressie. Dat houdt in dat we ervaren dat we adaptiever navigeren in onze omgeving en dat onze adaptieve bekwaamheid toeneemt. Dat gaat samen met handelingssucces en we kunnen dan beter anticiperen op toekomstige behoeften (allostase).
Betekenisvolle progressie is adaptief succesvolle reductie van hanteerbare voorspellingsfouten
Betekenisvolle progressie is daarom, naar ik vermoed, adaptief succesvolle reductie van hanteerbare voorspellingsfouten. Organismen streven naar adaptieve regulatie van onzekerheid en allostase speelt daarin een centrale rol, betekenisvolle ervaringen ontstaan binnen een hanteerbare voorspellingsfoutendynamiek, positief affect is een signaal van ‘beter dan verwachte voorspellingsfoutenreductie’ en betekenisvolle progressie ontstaat wanneer die progressie ook leidt tot betere adaptieve afstemming op de omgeving.
In toekomstige artikelen ga ik in op de theorie van ons voorspellend brein en de overige drie kernelementen van de progressiegerichte benadering: duurzame inspanning, de kwaliteit van je motivatie en het mindsetbetekenissysteem.
