Jezelf bewijzend: nieuw boek van Jakob Hohwy, dat is getiteld The self-evidencing agent: mind, existence and predictive processing. Hohwy is de directeur van het Monash Centre for Consciousness & Contemplative Studies.

Self-evidencing

Self-evidencing (jezelf bewijzend) gaat over het menselijk bestaan. Mensen vormen modellen van zichzelf en de wereld. Het concept self-evidencing betekent in de kern dat een model (een mens) een observatie verklaart en die observatie vervolgens bewijs wordt voor het model. Hoe meer de observaties overeenkomen met het model, hoe sterker het bewijs voor het model zal zijn, hoe meer er sprake is van self-evidencing. Een organisme, een mens, is daarmee zijn model. De mens ‘heeft’ geen model, maar ‘is’ het, volgens deze theorie. Self-evidencing speelt zich daarbij uitsluitend af in ons brein. De actor is epistemisch afgescheiden van de wereld om hem heen (inclusief van het eigen lichaam). Zelf-evidencing wordt door Hohwy gesuggereerd als een overkoepelende theorie voor ons hele bestaan.

Model

Hohwy stelt dat de self-evidencing theorie revolutionair is, omdat het ons bestaan niet verklaard vanuit het proberen te bereiken van doelen zoals overleving, welbevinden, nut of rationaliteit, maar vanuit het doel van ‘bestaan’. De kernvraag is niet ‘Hoe bereikt de actor zijn doelen?’, maar ‘Welke overtuigingen karakteriseren het bestaan van deze actor?’ Mensen hebben daarmee 1 doel; het in overeenstemming brengen van hun model van de wereld en van zichzelf met de observaties die ze ontvangen of opzoeken. Dit is een proces dat volledig door de actor zelf wordt gedreven.

Internalistisch

Hohwy propageert een puur internalistische visie. Het internalistische perspectief dat Hohwy suggereert heeft iets circulairs; een mens verwacht een bepaalde lichaamstemperatuur te hebben, dus als hij het te warm heeft is dat verrassend, dus zoekt de mens een koelere plek op of doet een trui uit, en waarom verwacht hij die bepaalde lichaamstemperatuur, omdat hij een mens is. Hoewel het uitgangspunt van predictive processing wordt gedeeld door andere wetenschappers, zijn er verschillen tussen het concept self-evidencing van Hohwy en andere predictive processing wetenschappers. Anil Seth en Lisa Feldman Barrett benadrukken bijvoorbeeld dat het brein in relatie en interactie staat met de rest van het lichaam en met de omgeving (embodied). En vergeleken met Andy Clark propageert Hohwy een afgesloten geest, terwijl Clark een open geest die in wisselwerking staat met de omgeving benadrukt (extended).

Abstract

Het is naast, Fristons boek Active Inference: the free energy principle in mind, brain and behavior, een van de meest abstracte boeken die ik over predictive processing heb gelezen. Hohwy zet in 11 hoofdstukken de volgende thema’s uiteen: het free energy principle en self-evidencing, de werking van het generatieve model, nauwkeurigheid van de voorspellingen, self-evidencing en objectieve waarheid, self-evidencing en beslissingen nemen, het concept ‘zelf’, vrijwilligheid/vrije wil, emoties en waarden, bewustzijn, wijsheid en betekenisvolheid in het leven.

Empirisch

Ik denk dat er zeker waarde zit in het concept van de zichzelf bewijzende mens. Het idee dat mensen een model creëren van zichzelf en de wereld en daarbij observaties opmerken en opzoeken die dat model bevestigen, resoneert met mijn ervaringen. Maar de meer empirische benadering van Anil Seth, Andy Clark en Lisa Feldman Barrett, die elk op hun eigen specifieke vakgebied empirisch onderzoek doen naar bewustzijn, emoties en ons voorspellende brein, spreekt me meer aan omdat het bij hen om meer toetsbare concepten gaat. De puur internalistische invalshoek van Hohwy resoneert ook in mindere mate voor mij. Daarnaast vind ik het verwarrend dat hij suggereert dat universele basisemoties en geconstrueerde emoties beiden bestaan, waarbij ze twee verschillende Markov blankets zouden zijn. Hij werkt dit onvoldoende uit om deze stelling te kunnen beoordelen. Ik heb er wel twijfels bij, gezien dit artikel van Feldman Barrett.