https://doi.org/10.1037/0000342-009

Morele motivatie. Als je ziet dat een grote man een klein kind schopt, voel je waarschijnlijk direct: ‘Dit is fout.’ Je hoeft er niet over na te denken, je morele oordeel is er direct. Psychologen hebben verschillende theorieën over de oorsprong van die morele oordelen. Theriault (2023) beschrijft in dit hoofdstuk hoe ons voorspellende brein en de theorie van geconstrueerde emoties een biologische en sociale verklaring bieden voor onze morele motivatie en normatieve oordelen.

Normatieve motivatie en morele verplichting

Normatieve motivatie en morele verplichting voelen beide als ‘moeten’. Bij normatieve motivatie ervaar je dat bepaald gedrag normaal en correct is, ongeacht of het leidt tot persoonlijke voordelen of niet. Als je oma je vraagt om het zout even aan te geven, voelt het als normaal om dit zonder erbij na te denken direct te doen. Bij een morele verplichting heb je de ervaring van je een moreel standpunt in moet nemen, ongeacht wat anderen denken. Een leerling wordt gepest door anderen en jij staat op om die leerling te beschermen, bijvoorbeeld. Bij normatieve motivatie conformeer je je aan normen, bij een morele verplichting ga je juist tegen bestaande normen in, omdat je ze het gedrag verwerpelijk vindt.

Voorspellend brein

Om tot een biologisch onderbouwde verklaring van morele psychologie te komen moet er een koppeling worden gemaakt tussen psychologische ervaring en hersenbiologie. Die koppeling biedt de theorie van het voorspellend brein en de theorie van geconstrueerde emoties. Ons brein doet voortdurend voorspellingen en reguleert zo de interne omgeving (ons lichaam). Zintuiglijke ervaring is zowel interoceptief (vanuit het lichaam) als exteroceptief (van buitenaf). De fundamentele taak van het brein is om de interne toestand te reguleren zodat het organisme kan overleven.

Hiërarchisch voorspellend model

Het brein gebruikt eerdere ervaringen om een hiërarchisch voorspellend model van de wereld te bouwen. Daarbij is sprake van een hiërarchie. Er zijn hogere niveaus die voorspellingen genereren en lagere niveau die onverwachte signalen doorgeven. Die onverwachte signalen heten predictie fouten. Bijvoorbeeld; hogere niveaus in je brein voorspellen dat er een kind de straat oversteekt, maar lagere niveaus corrigeren deze voorspelling op basis van de daadwerkelijk binnenkomende signalen: het kind is een hondje. Naarmate signalen hoger in de hiërarchie komen, worden ze abstracter en gecomprimeerder. Emoties zijn voorbeelden van dergelijke abstracte concepten. Die concepten zijn voorspellingen. Je voelt je bijvoorbeeld gespannen en negatief en je brein voorspelt de emotie ‘angstig’ of ‘boos’. Maar wat als je het mis hebt, en je een verkeerde voorspelling het geconstrueerd? Het verwerken van predictiefouten is metabolisch ‘duur’, de metabole kosten van het verwerken van predictiefouten zijn hoog omdat dit het lichaam veel energie kost.

Voorspellend en correct

Theriault legt uit dat dit twee dingen impliceert voor morele psychologie: het brein is voorspellend in plaats van reactief, en de kosten van informatieverwerking kunnen worden verminderd door een accuraat intern model of een voorspelbare omgeving. Normatieve motivatie ontstaat doordat verwachtingen van anderen, via interoceptie, een affectieve ervaring oproepen die aanzet tot conformeren. Immers, als je je gedraagt zoals anderen van je verwachten en je je dus houdt aan de norm, gaat dit samen met een gevoel dat je doet wat hoort, je brein voorspelt correct en er is geen predictiefout. Dat is metabolisch gunstig, het kost geen energie.

Spanning

Maar als je je niet conform een norm gedraagt, wordt gedrag van jezelf en anderen onvoorspelbaarder. Dat gaat samen met spanning en arousal. Er is sprake van een onduidelijke situatie, en van voorspellingsfouten. Dit proces is metabolisch ‘duur’. De metabolische kosten van informatieverwerking nemen toe. Je voelt je ongemakkelijk en gespannen. Als iemand verwachtingen schendt, veroorzaakt dat onvoorspelbaar gedrag bij anderen, wat de metabole kosten van informatieverwerking verhoogt. Je gaat je liever snel conformeren aan de norm. Je wilt de voorspellingsfouten oplossen. Normatieve motivatie is daarmee adaptief, omdat het gedrag stimuleert dat onzekerheid en energieverbruik vermindert.

Moeten

Dat levert een gevoel op van ‘moeten’. Specifieke lichamelijke signalen (zoals verhoogde voorspellingsfouten) komen samen met een sociale context waarin conformeren juist voorspelbaarheid oplevert. Dat gevoel van ‘moeten’ ontstaat uit dus sociale interacties en hersenprocessen.  Bij normatieve motivatie richt je je op het stabiel maken van je huidige situatie (lokaal), bij morele motivatie richt je je op het stabiel maken van de globale sociale omgeving (familie, partners, gemeenschap). Een voorbeeld van normatieve motivatie is dat je in een stille bibliotheek niet snel zal gaan schreeuwen (lokale stabiliteit). Een voorbeeld van morele motivatie is dat je trouw zijn kunt beschouwen als goed, omdat je fundamentele verwachtingen hebt over wat goed is voor relaties. Morele motivatie kan ook leiden tot niet-conform gedrag op lokaal niveau, zodat je consistent blijft met je diepere principes. Zowel normatieve als morele motivatie voelen hetzelfde (een gevoel van “moeten”), waardoor het moeilijk is om ze subjectief te onderscheiden. Pas wanneer morele principes botsen met lokale verwachtingen wordt duidelijk of gedrag echt moreel gemotiveerd is.

Interoceptie

Hoe heeft de relatie tussen jouw gedrag en de verwachtingen van andere mensen interoceptieve gevolgen? Theriault legt dit uit aan de hand van de drie in het voorgaande behandelde uitgangspunten:

  1. Het coderen van voorspellingsfouten brengt een metabole kosten met zich mee.
  2. Gemiddeld genomen zijn mensen (en andere dieren), wanneer zij een voorspellingsfout ervaren, geneigd om hun gedrag te veranderen.
  3. Concepten worden geleerd om adaptief gedrag te genereren en het interne milieu te reguleren, inclusief metabole efficiëntie en de metabole kosten van het verwerken van voorspellingsfouten.

Contextafhankelijk

Normatieve motivatie is dus een proces. Het kan als proces worden verklaard vanuit de eenvoudige principes van metabolisme en ons voorspellend brein (corticale organisatie). Maar de implicaties voor gedrag zijn flexibel en contextafhankelijk. Wat je in de ene sociale groep normaal vindt om te doen, vindt je gek om te doen in een andere sociale groep. Je blowt bijvoorbeeld met je vrienden, maar niet met je grootouders. De inhoud van normatieve motivatie is daarmee contextafhankelijk, en verschillende sociale contexten, met hun uiteenlopende sociale verwachtingen, zullen je motiveren om verschillend gedrag te vertonen. Het is mogelijk dat morele principes qua inhoud heel verschillend kunnen zijn voor verschillende individuen en verschillende samenlevingen. Die verschillende mensen hebben verschillende concepten ontwikkeld op basis van hun eerdere ervaringen en ervaren daardoor ook verschillende gedragingen als moreel of juist niet moreel.

Uniform

Toch leidt dit biologische en psychologische proces tot inhoudelijke morele motivaties en principes die gaan prevaleren in een samenleving. Er zijn namelijk verwachtingen waarvan het schenden bijna altijd leiden tot een verstoorde sociale omgeving. Iemand fysiek schade toebrengen is zo’n voorbeeld. Mensen die fysiek geweld zien of ervaren krijgen een vlucht- of vechtreactie om zo aan de pijn te ontkomen. Ze passen hun gedrag aan in reactie op fysieke pijn. Het schenden van de verwachting dat je iemand anders geen schade toebrengt (of pijn doet) vergoot dus de kans op een predictiefout, immers de sociale norm is dat schade toebrengen aan anderen sociaal ontwrichtend is. Mensen hebben (tenzij ze zichzelf getraind hebben om het anders te ervaren) een anticiperende afkeer van schade en geweld, en geweld zien roept een anticiperende arousal en spanning op.

Proces leidend tot universaliteit

Normatieve motivatie en morele motivatie vormen een biologisch en psychologisch proces, dat uitgelegd kan worden aan de hand van ons voorspellend brein en de theorie van geconstrueerde emoties. De inhoud van de morele en normatieve motivatie kan verschillend zijn voor verschillende mensen en samenlevingen, en zijn afhankelijk van de concepten die het individu of de gemeenschap heeft ontwikkeld. Maar de inhoud van morele motivatie en normatieve motivatie ontwikkelt zich voor individuen en in groepen wel deels op dezelfde manier, omdat ontwrichtende gedragingen in sociale groepen bedreigend zijn voor iedereen. Dergelijke gedragingen roepen spanning en arousal op, via voorspellingsfouten die metabolisch kostbaar zijn. Zo is het logisch dat er deels sprake is van universaliteit.