Foto: Walter Schlundt Bodien

Autisme en het voorspellend brein. Op deze site heb ik al vaak geschreven over de theorie van ons voorspellend brein. Een theorie die ik meer en meer ervaar als het fundament voor onze psychologische en fysieke ervaringen. Ik heb zeker niet de perceptie dat ik de theorie volledig doorgrond en ben er nog volop kennis over aan het vergaren. Een van de intrigerende aspecten van de theorie gaat over de mogelijke relatie tussen symptomen van autisme en de werking van het voorspellende brein.

Vier componenten

Er zijn vier componenten van ons voorspellende brein; 1) het generatieve model (priors), 2) de voorspellingen die het generatieve model van moment tot moment afgeeft, 3) de voorspelingsfouten die ontstaan als voorspellingen incompleet of incorrect zijn en 4) de schattingen van de precisie van onze voorspellingen, die de relatieve impact van sensorische input en voorspellingen wijzigt. Met dat vierde aspect wordt het volgende bedoeld: het vertrouwen dat je brein heeft in de correctheid van de voorspelling die het heeft geconstrueerd en de eventuele bijstelling die je brein doet om het vertrouwen in de voorspelling te vergroten. Een eenvoudig voorbeeld: je stapt naar buiten, er loopt een uitzonderlijk grote poes op straat, je brein geeft een voorspelling dat de inkomende sensorische informatie betekent dat er een hond loopt, het vertrouwen dat je brein heeft in de correctheid van de voorspelling is hoog, waardoor je je perceptie niet bijstelt en letterlijk niet eens ziet dat het dier een poes is en geen hond. Of je brein schat in dat het weinig vertrouwen heeft in de eigen voorspelling, waardoor je bewust aandacht gaat besteden aan de daadwerkelijk binnenkomende sensorische input en je brein de voorspelling bijstelt van hond naar poes.

Wat mis kan gaan

Er zijn twee manieren waarop het proces van ons voorspellende brein mis kan gaan. Ons brein kan te weinig gewicht geven aan voorspellingen en verwachtingen. (Verwachtingen verwijzen naar meer bewust toegankelijke aspecten van ons generatieve model. Het gaat over wat ons brein verwacht op basis van eerdere aannames (priors). Voorspellingen verwijzen naar meer onbewuste continu gegenereerde top-down signalen vanuit het hiërarchische model van het brein, die proberen in inkomende zintuigelijke informatie te voorspellen.) Als we te weinig gewicht geven aan voorspellingen en verwachtingen dan wordt het moeilijk om in een ambigue omgeving vage patronen op te merken. Als we te veel gewicht geven aan voorspellingen en verwachtingen, dan kunnen we dingen gaan zien en horen die er niet zijn.

Autisme

Eerder werd gedacht dat autisme samenging met te weinig gewicht geven aan voorspellingen en verwachtingen. Het brein verwacht en voorspelt onvoldoende, dacht men, en geeft onvoldoende voorspellingen af. Het wordt dan moeilijker om te leren van vage patronen. Het herkennen van lichte veranderingen in intonatie, gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal wordt moeilijk als het brein onvoldoende voorspellingen afgeeft. De theorie was dan ook dat bij autisme sprake is van het te weinig gewicht geven aan priors. Maar uit recenter onderzoek bleek dat het niet zozeer draait om te weinig gewicht geven aan veranderingen in vage patronen in ambigue situaties. Autisme ging namelijk niet samen met slechter presteren op het herkennen van vage patronen, dan bij hen zonder symptomen van autisme. De huidige theorie is nu juist dat autisme samengaat met te veel gewicht geven aan veranderingen in vage patronen. Er wordt relatief te veel gewicht gegeven aan de inkomende sensorische informatie, waardoor de persoon zich overweldigd gaat voelen. Wel alle bomen zien, maar niet meer kunnen zien dat ze samen een bos vormen.

Interoceptie therapie

Een interessante benadering die waarschijnlijk helpt om accurater gewicht te geven aan inkomende sensorische input komt van Sarah Garfinkel en collega’s. Zij onderzochten of interoceptie therapie behulpzaam is bij de angst die vaak samengaat met autisme. Als mensen zich overweldigd voelen, gaat dat regelmatig samen met angst. Interoceptie is het vermogen om interne veranderingen in het lichaam waar te nemen, zoals de hartslag. Angst kan toenemen wanneer er een verschil is tussen hoe goed mensen denken signalen uit hun lichaam, zoals hun hartslag, te kunnen interpreteren en hoe goed zij dit in werkelijkheid kunnen. De interoceptie therapie is erop gericht om mensen te helpen zich bewuster te worden van hun vermogen om lichaamssignalen te interpreteren en om dit vermogen ook te verbeteren. Zou dat helpen om angstsymptomen te verminderen en mogelijk te voorkomen?

ADIE

De interoceptie therapie heet ‘actieve ADIE-therapie’. De therapie is ontworpen om de nauwkeurigheid van interoceptieve taakprestaties te verbeteren. Een deelnemer aan de studie kreeg hartslagdetectietaken waarbij de hartslag omhoog ging en de persoon moest aangeven wat hij dacht dat zijn hartslag was en hoeveel vertrouwen hij in zijn inschatting had. Na elke taak kreeg de persoon feedback over hoe accuraat hij zijn eigen hartslag had ingeschat. Er was ook een auditieve taak, waarbij deelnemers moesten beoordelen of een reeks van tien auditieve tonen synchroon liep met hun hartslag. Ook nu beoordeelde de deelnemer onmiddellijk zijn/haar vertrouwen in de waargenomen nauwkeurigheid van het antwoord. Er werd zowel gekeken naar interoceptieve gevoeligheid, dat wil zeggen de zelf waargenomen neiging om intern gericht en interoceptief bewust te zijn, als naar interoceptief bewustzijn, dat wil zeggen het metacognitief bewustzijn van interoceptieve nauwkeurigheid. In de controlegroep was er sprake van een prosodietaak, waarbij de deelnemer zich “zo veel mogelijk op de toon van de stem” moest richten om emoties in te schatten. De taak was te bepalen welke emotie het beste overeenkwam met de toon van de stem in de zojuist gehoorde clip.

Uitkomsten

De onderzoekers concluderen het volgende: ‘Het bleek dat er een grotere afname van trait-angst in de ADIE-groep was in vergelijking tot de prosodietherapiegroep. Daarnaast wezen de resultaten op een verandering in subjectieve interoceptieve sensitiviteit, geoperationaliseerd als een verminderde rapportage van ‘bewustzijn’ van lichamelijke sensaties. De ADIE-groep, maar niet de controlegroep, liet een toename zien in prestatie-accuratesse. Over het geheel genomen laat dit zien dat gerichte interoceptieve training trait-angst kan verminderen en interoceptieve vaardigheden kan veranderen bij autistische volwassenen, in vergelijking met een exteroceptieve controle-interventie.’

Grip

Andy Clark vermoedt dat het verbeteren van ons vertrouwen in onze voorspellingen op verschillende manieren bereikt kan worden en dat een verbetering daarin gunstig is voor ons welbevinden. In het geval van interoceptie theorie wordt aan 1 van de draaiknoppen van de werking van het voorspellend brein gedraaid; de accuraatheid van de inschatting van de eigen hartslag en het vertrouwen dat je hebt in je eigen inschatting. Mensen die er beter in werden, werden minder angstig. In deze bijdrage schrijf ik iets over de voorspellingsfoutendynamiek en de relatie met hoe je je voelt.

Groeimindset over autisme

Waarschijnlijk is het terecht om een groeimindset te hebben ten aanzien van problematische autistische symptomen. Wanneer iemand last heeft van angsten of gedragingen die hij of zij in verband brengt met autisme, dan is het op basis van het voorspellende brein en de mogelijkheid om via gerichte inspanning de voorspellingsfoutendynamiek beter te laten werken, gerechtvaardigd om te geloven dat verbetering mogelijk is. Er zijn zo aanknopingspunten voor het creëren van condities waarbinnen progressie mogelijk wordt, of we nu wel of geen diagnose (willen) hebben.