Nieuwigheid als fysieke en psychologische basisbehoefte

Nieuwigheid als fysieke en psychologische basisbehoefte. Mensen zouden wel eens zowel fysiek als psychologisch behoefte kunnen hebben aan nieuwigheid. Een fysieke basisbehoefte is een behoefte die vervuld moet worden wil je als organisme binnen de levensvatbare bandbreedtes blijven. Een psychologische basisbehoefte moet worden vervuld willen mensen zich psychologisch goed kunnen voelen. Wordt een basisbehoefte niet vervuld, dan gaat dat samen met fysieke en psychologische problemen. In dit artikel duik ik wat dieper in de breinprocessen die erop wijzen dat nieuwigheid een basisbehoefte zou kunnen zijn.
Vertrouwen in je voorspelling
Ons brein is waarschijnlijk een voorspellend brein. In dit artikel zet ik de vier componenten van ons voorspellend brein op een rij, gebaseerd op het boek van Andy Clark. Een kernelement van dit proces van voorspellingen is het vertrouwen dat we hebben in onze eigen voorspellingen. Het vertrouwen dat we hebben in de precisie van onze voorspellingen is een doorslaggevende factor in onze ervaring. Als er een grote spijker dwars door de laars die we dragen heen is geslagen, dan voorspelt ons brein dat we enorme pijn zullen hebben omdat de fysieke schade aan onze voet groot moet zijn. Ook als die spijker tussen onze twee tenen door is geschoten en dus geen daadwerkelijke fysieke schade heeft aangebracht. Ons vertrouwen in onze eigen voorspelling van grote fysieke schade is zo groot, dat we daadwerkelijk enorme pijn ervaren. Die pijn is niet structureel (er is geen gapende wond), maar functioneel (er is daadwerkelijke fysieke pijn).
Volledig voorspelbare omgevingen
Clark beschrijft in hoofdstuk 4 van zijn boek waarom mensen de voorkeur geven aan prettig onvoorspelbare ervaringen. Mensen voelen zich goed wanneer ze vertrouwen hebben in hun eigen voorspellingen, en die voorspellingen niet hoeven te worden gecorrigeerd door afwijkende daadwerkelijk binnenkomende sensorische informatie. We hebben dan terecht vertrouwen in ons eigen vertrouwen over de accuraatheid van onze voorspellingen. Ik weet zeker dat mijn autosleutels op tafel liggen. Mijn brein voorspelt dat ze daar zullen zijn, als ik kijk blijkt dat ze er inderdaad liggen. Ik voel me goed, de inkomende sensorische informatie die mijn voorspelling ontmoet bevestigt mijn voorspelling en bevestigt mijn vertrouwen in mijn eigen voorspelling.
Prettig, maar niet genoeg
De sensorische informatie kan dus van buitenaf komen, zoals wanneer je brein met een hoge mate van zekerheid voorspelt dat je sleutels op de tafel liggen en je inderdaad je sleutels op tafel ziet liggen. Je voorspelling, waarop je sterk vertrouwt, en de sensorische informatie die binnenkomt via je ogen liggen in lijn met elkaar. Je hoeft je voorspelling, noch je vertrouwen in je voorspelling, bij te stellen. Dit is gunstig voor je effectieve overlevingskans in je omgeving. Je zou denken dat we het liefst alleen maar in situaties verkeren waarin ons vertrouwen in onze eigen voorspellingen steeds hoog zijn en niet hoeven worden bijgesteld. Maar als deze mentale en fysieke staat zo prettig en goed is voor mensen, waarom gaan ze dan niet in een donkere kamer zitten? De voorspelling dat de kamer donker zal zijn en blijven wordt dan immers steeds bevestigd door de onveranderde sensorische input en het vertrouwen in de voorspelling is hoog. Toch doen mensen dat niet. Ze verblijven over het algemeen niet graag hun leven lang in een donkere kamer. Waarom?
Interoceptie
Andy Clark legt uit dat de inkomende sensorische input vanuit onze omgeving slechts 1 aspect is dat een rol speelt in ons voorspellende brein. Een andere belangrijke factor zijn de signalen vanbinnenuit ons lichaam. Ons brein voorspelt voortdurend wat ons lichaam nodig heeft om binnen de bandbreedtes te blijven waarin we kunnen overleven. Een simpel voorbeeld is water drinken. We krijgen de behoefte om iets te drinken ver voordat ons lichaam daadwerkelijk vloeistof nodig heeft. Onze dorst voelt als onmiddellijk gelest wanneer we een glas water hebben gedronken, terwijl het fysiologisch 20 minuten duurt voordat het water in onze bloedbaan is opgenomen. Het proces van ‘voor’ zijn wat ons lichaam nodig heeft heet allostasis. Ons brein zorgt er zo voor dat mogelijke toekomstige problemen zich niet zullen voordoen. Dit proces gaat gepaard met voelen. Als ons brein opmerkt dat we in de toekomst niet meer binnen de normale bandbreedtes voor overleving zitten, dan is er sprake van voorspellingsfouten, die samengaan met ons slecht voelen. Dat slechte gevoel categoriseren we vervolgens als een emotie, zie ook hier. Om het slechte gevoel te verhelpen zullen we geneigd raken om acties te gaan ondernemen om weer binnen de normale bandbreedtes te komen. We verlaten de donkere kamer en gaan op zoek naar iets te eten of te drinken.
Interoceptie en gevoel
Als mensen zich slecht voelen zijn ze geneigd zich terug te trekken en zich behoudend te gedragen. Als mensen zich goed voelen zijn ze geneigd om te exploreren en actief te zijn. Dit fenomeen is direct terug te voeren op ons vertrouwen in onze eigen voorspellingen. Als we in een situatie zitten waarin we een behapbaar niveau van voorspellingsfouten ervaren, die we effectief weten op te lossen, dan voelen we ons goed. Mensen geven dan ook de voorkeur aan omgevingen waarin een goede voorspellingsfoutendynamiek mogelijk is. Dan ervaren ze dat ze ‘in flow’ zijn. Ze worden prettig uitgedaagd en ervaren dat ze effectief kunnen zijn en aan het leren zijn. In leertheorieën wordt dit wel de zone van naaste ontwikkeling genoemd, waarbij de persoon met begeleiding kan leren wat het nu nog net niet kan.
Behoefte aan nieuwigheid
De behoefte aan nieuwigheid die ons op het juiste niveau uitdaagt is gunstig voor onze overlevingskansen. Door nieuwe dingen te leren krijgen we immers meer grip op onze situatie, en groeit ons vertrouwen in onze eigen voorspellingen. Dit breinproces is als een dans tussen ons vertrouwen in onze eigen voorspellingen en in hoeverre dat vertrouwen wordt bevestigd als correct. We voelen ons het beste wanneer we vloeiend meer en belangrijker voorspellingsfouten weten op te lossen. Dat ervaren we het meest wanneer we in een situatie zitten die noch te voorspelbaar, noch te onvoorspelbaar is.
Intrinsieke motivatie
Dit breinproces is daarmee een logische verklaring voor intrinsieke motivatie, waarbij we willen spelen en willen doen wat we interessant vinden. Je zou het een fysieke basisbehoefte aan nieuwigheid kunnen noemen. En tegelijkertijd zou je dit ook een psychologische basisbehoefte aan nieuwigheid kunnen noemen (hoewel een strikt onderscheid tussen die fysiek en psychologisch waarschijnlijk een door mensen bedachte categorisatie is). Vanuit de zelfdeterminatietheorie is er een tijdje geleden een vierde kandidaat psychologische basisbehoefte geopperd; de behoefte aan nieuwigheid. Vanuit de theorie van ons voorspellende brein zie ik daarvoor ondersteuning. Een psychologische basisbehoefte moet worden vervuld willen mensen zich goed kunnen voelen. Wordt die niet vervuld, dan gaat dat samen met je slecht voelen. Precies wat de theorie van ons voorspellend brein zou voorspellen. Waarschijnlijk is daarom ook het boeken van progressie zo stimulerend voor mensen (het progressiesignaal).

1 Reactie
[…] « Vorige Artikel […]