bovenDoelen die helemaal in lijn zijn met je interesses, met wat je belangrijk vindt en met je waarden zijn zelfconcordante doelen. Hoe meer het doel dat je nastreeft past bij je interesses, bij wat je belangrijk vindt en bij je persoonlijke waarden en principes, hoe meer zelfconcordant dat doel is. Zelfconcordante doelen nastreven is goed voor je psychologische en fysieke gezondheid, voor je welbevinden terwijl je het doel nastreeft, voor het volhouden als je bezig bent je doel te bereiken en voor de mate waarin je uiteindelijk je doel bereikt. Waarom zouden mensen dan kiezen voor een doel dat niet zelfconcordant is?

Het antwoord op die vraag kunnen we beginnen te vinden door te kijken naar de context waarin mensen hun keuze voor een bepaald doel maken en dan met name naar de mate waarin de psychologische basisbehoeften (autonomie, competentie en verbondenheid) van de persoon worden vervuld. In drie experimenten vonden de onderzoekers Milyavskaya, Nadolny en Knoester, aanwijzingen voor de rol van de vervulling van de psychologische basisbehoeften bij de mate van zelfconcordantie van de gekozen doelen.

Ten eerste bleek dat mensen meer zelfconcordante doelen kiezen wanneer hun psychologische basisbehoeften zijn vervuld. Dus als mensen zich verbonden voelen, de perceptie hebben dat ze autonome keuzes mogen maken en zich competent voelen in het betreffende domein, dan kiezen ze doelen die in lijn zijn met hun interesses en bij wat ze belangrijk en waardevol vinden. Dit geldt zowel voor algemene doelen als voor korte termijn doelen (doelen voor de komende dagen). Worden de drie basisbehoeften minder goed vervuld, dan zijn mensen ook meer geneigd doelen te kiezen die niet in lijn liggen met hun interesses en waarden. Het bleek uit de experimenten dat dagelijkse fluctuaties in de perceptie van de vervulling van de drie basisbehoeften, correspondeert met de mate waarin het doel zelfconcordant is.

De mate waarin de psychologische basisbehoeften zijn vervuld, beïnvloedt daarnaast de perceptie of het doel een zelfconcordant doel is. Als de psychologische basisbehoeften meer worden vervuld, dan ervaart de persoon dat het doel dat hij nastreeft meer zelfconcordant is, ook als het betreffende doel niet van hemzelf is gekomen maar hem is aangereikt door iemand anders. Als mensen de perceptie hebben dat hun psychologische basisbehoeften in mindere mate zijn vervuld, dan zijn ze ook geneigd de perceptie te hebben dat de doelen die ze nastreven in dat domein in mindere mate zelfconcordant zijn. Dus; hetzelfde doel kan voelen als een zelfconcordant doel of een niet zelfconcordant doel, afhankelijk van de mate waarin de psychologische basisbehoeften zijn vervuld. De leering in je klas kan dus de perceptie krijgen dat de opdracht die je hem gaf zelfconcordant is, wanneer je ervoor zorgt dat hij zich competent voelt de opdracht te doen, zich verbonden voelt met jou en zijn je zijn behoefte aan autonomie ondersteunt.

Dus, wat kun je zelf doen zodat je zelfconcordante doelen kiest?

  1. reflecteer op de doelen die je momenteel nastreeft of in het verleden hebt nagestreeft in hetzelfde domein (dus bijvoorbeeld: ik heb een familiefeestje georganiseerd, en het domein is mijn sociale leven) door na te gaan of je die doelen zelf hebt gekozen of dat je het gevoel had dat je onder druk stond om het doel te bereiken, of je je competent voelde om het doel te bereiken en of je je gewaardeerd voelde door anderen en verbonden voelde met anderen terwijl je het doel nastreefde.  Als je onder druk stond, je je niet competent voelde en je niet verbonden voelde met anderen, was je doel waarschijnlijk niet zelfconcordant. Als je achter je doel stond, er zelf voor gekozen had, je je competent voelde en je je verbonden voelde, was je doel waarschijnlijk zelfconcordant. Benut deze reflectie voor doelen die je in de toekomst wilt gaan bereiken.
  2. ga na waar je interesses liggen in een bepaald domein (je werk, je sociale leven, hobby’s et cetera). Formuleer doelen op langere en korte termijn die gerelateerd zijn aan die interesses in dat domein.
  3. ga na wat je belangrijk en waardevol vindt in een bepaald domein (je werk, je sociale leven, je hobby’s et cetera). Formuleer doelen op langere en korte termijn die gerelateerd zijn aan wat je belangrijk en waardevol vindt.
  4. ga na welke activiteiten je onderneemt in een bepaald domein (je werk, je sociale leven, je hobby’s et cetera) omdat je je onder druk voelt staan ze te doen, waar je spanning en stress bij ervaart en waar je met tegenzin mee bezig bent. Bedenk hoe je de tijd die je aan deze activiteiten besteedt kunt verminderen of zelfs kunt stoppen of ga op zoek naar een betekenisvolle reden voor jezelf waarom je toch door wilt gaan met deze activiteit.
  5. zoek contexten op waarin je je verbonden voelt met anderen, waarin je je competent voelt en waarin je de perceptie hebt dat je je eigen keuzes maakt. Ga in die context werken aan het doel dat je wilt/moet bereiken. Het doel gaat dan voelen als een zelfconcordant doel.