pinkDeze week vroeg iemand me over de publicaties van Dan Pink en wat mijn mening daarover is. Ik antwoordde dat ik de voorkeur geef aan de boeken en artikelen van de wetenschappers in het domein van de zelfdeterminatietheorie, waarvan de grondleggers Deci en Ryan zijn. Hieronder zet ik een paar dingen op een rij, ten aanzien van Dan Pinks terminologie en de gehanteerde termen en definities in de zelfdeterminatietheorie.

Een paar termen van Pink

Dan Pink schrijft in zijn boek Drive, bijvoorbeeld:
1. Dat er twee categorieën van menselijk gedrag zijn, twee duidelijke disposities, waarin je mensen kunt plaatsen (met nuances). De ene categorie is type I en de andere categorie is type X.
2. Type I zijn de mensen voor wie het inherente plezier in een activiteit de belangrijkste drijfveer is. Hun intrinsieke behoeften (die zijn aangeboren bij alle mensen) zijn hun motivator. Ze willen in vrijheid iets creëren en bijdragen.
3. Type X zijn de mensen voor wie de belangrijkste drijfveer de beloning (bonus, geld) is.
4. Type I mensen drijven op drie voedingsbronnen: autonomie, mastery en purpose.
5. Autonomie is de voedingsbron van de zelfsturing. Die zelfsturing gaat over de taak, de tijd, de techniek en het team. Mensen kunnen verschillen in de mate waarin ze ten aanzien van deze T’s autonoom willen zijn.
6. Mastery is de wens om steeds beter te worden in iets dat ertoe doet. Om flow te ervaren. Mastery voldoet aan deze drie wetten. 1) Mastery is een mindset (hier haalt hij de groeimindset van Carol Dweck aan), 2) Mastery is pijnlijk (hier haalt hij het Grit concept van Angela Duckworth aan, alsmede deliberate practice van Anders Ericsson) en 3) Mastery is een asymptote (dat betekent dat je het nooit helemaal kunt bereiken)
7. Purpose staat voor de behoefte aan doel na te streven dat groter is dan jijzelf, een antwoord te hebben op het ‘waarom’ van je leven en de activiteiten die je onderneemt.

Vergelijking met de zelfdeterminatietheorie

Hoe verhoudt zich dit tot de zelfdeterminatietheorie?
1. De zelfdeterminatietheorie maakt geen onderscheid in twee categorieën van menselijk gedrag noch in twee typen mensen. In plaats daarvan beschrijft de zelfdeterminatietheorie verschillende kwaliteiten van motivatie en de daarbij behorende gedragsregulatie. Zie hier voor het motivatiecontinuüm dat wordt gehanteerd in de zelfdeterminatietheorie.
2. De zelfdeterninatietheorie maakt onderscheid tussen context-afhankelijk gedrag (een bepaalde kwaliteit van motivatie die wordt opgroepen door de kenmerken van de context) en relatief stabiel gedrag dat onderdeel van de persoonlijkheid is geworden (trait autonomy bijvoorbeeld is hoe autonoom functioneren mensen in het algemeen, zie ook hier)
3. In de zelfdeterminatie theorie is het belangrijkste onderscheid tussen autonome motivatie en gecontroleerde motivatie, niet tussen intrinsieke en extrinsieke categorieen van gedreven mensen. Zie hier voor de definitie van autonome motivatie en gecontroleerde motivatie.
4. In de zelfdeterminatie theorie zijn de drie basisbehoeften die vervuld moeten worden wil er een hoge kwaliteit van motivatie aanwezig kunnen zijn (autonome motivatie) en dat zijn de universele psychologische basisbehoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid. Zie hier
5. Autonomie wordt door Pink grotendeels hetzelfde gedefinieerd als in de zelfdeterminatietheorie. Maar in de zelfdeterminatietheorie wordt autonomie gezien als universele basisbehoefte, het zelf kunnen kiezen voor bepaald gedrag en het achter de dingen staan die je doet en er wordt geen onderscheid gemaakt in 4 T’s, zoals bij Pink.
6. Competentie in de zelfdeterminatietheorie is de overtuiging dat je een bepaalde actie succesvol kan uitvoeren of controle kunt hebben over de uitkomst ergens van. Het begrip selfefficacy dan Bandura komt hiermee sterk overeen. Zie ook hier. De basisbehoefte competentie is dus niet hetzelfde als Pink’s voedingsbron van mastery, wat betekent de wens om steeds beter te worden in iets wat er toe doet.
7. Verbondenheid is in de zelfdeterminatietheorie een psychologische basisbehoefte die verwijst naar verbondenheid met, erkenning door, acceptatie van belangrijke anderen. De derde voedingsbron voor het ontstaan van intrinsieke motivatie conform Pink is purpose. Purpose is niet hetzelfde als verbondenheid. Purpose als voedingsbron voor intrinsieke motivatie gaat over, wat men in de zelfdeterninatietheorie noemt, intrinsieke doelen. Zie ook hier.

Onnodig verwarrend

Ik geef de voorkeur aan de termen zoals die in de zelfdeterminatietheorie worden gehanteerd, omdat die uniform zo worden gebruikt in alle onderzoeken. Bij Pink moet ik steeds een vertaling maken van zijn termen naar de termen zoals die in de onderzoeken gebruikelijk zijn en daar raak ik van in de war; is Purpose een psychologische basisbehoefte of is het een verzameling van verbondenheid en intrinsieke doelen of nog iets anders? Is Mastery hetzelfde als groeimindset (mastery is mindset zegt Pink) of is het een verzameling van groeimindset, deliberate practice, grit (een twijfelachtig begrip) en flow en is de behoefte aan competentie dan ook een onderdeel van mastery?

Dus hoewel het gebied waarover Pink schrijft heel erg interessant is, maakt hij het wat mij betreft onnodig verwarrend.