In progressiegerichte coachingsgesprekken zijn de emoties van de cliënt belangrijk, maar niet in de zin dat de coach actief en vanuit zichzelf focust op of vraagt naar de emoties van de cliënt. In plaats daarvan focust de coach de aandacht op de gewenste progressie voor de cliënt. Die gewenste progressie bestaat vaak uit betere situaties, betere gedragingen, betere gevoelens en betere gedachten.

Aansluiten

De coach sluit aan op de uitingen die de cliënt doet, dus als de cliënt zegt:”Ik wil me graag beter voelen”, dan reageert de coach daar altijd op (aansluiten en evt. doorvragen). De cliënt doet vaak zelf emotie-uitingen, bijvoorbeeld door te zeggen:”Die medewerker zit in mijn allergie, alles wat hij zegt en doet maakt mij boos’.

Affectief realisme

Dit is een voorbeeld van affectief realisme. De cliënt heeft de perceptie dat er sprake is van een feit (de medewerker die iets zegt en doet dat ergerlijk is) en dit roept de emotie ‘boosheid’ op in de cliënt. De theorie van geconstrueerde emotie zegt dat het brein van de cliënt een voorspelling doet dat er een aanspraak gemaakt wordt op het body budget (het lichaam heeft energie nodig om te dealen met de in de ogen van de cliënt ergerlijke medewerker), waardoor hij de sensatie van negatief en opgewonden affect ervaart, welke hij interpreteert als de emotie ‘ergernis of boosheid’.

Uitleggen

In een trainingssituatie kan het nuttig zijn om uit te leggen dat emoties kunnen voelen als iets dat binnen in je ontstaat zonder dat je daar direct invloed op hebt, maar dat het feitelijk emotionele concepten zijn die je (onbewust) zelf construeert op basis van je eerdere ervaringen. In een coachingssituatie zal de coach eerder kiezen voor aansluiten en doorvragen dan voor het geven van uitleg.

Progressiegericht doorvragen

Als de cliënt last heeft van zijn emotionele ervaringen in relatie tot deze medewerker, dan kan de coach via progressiegerichte vragen de cliënt helpen om steeds beter zicht te krijgen op welke progressie hij zoekt en wat voor hem werkt om die progressie te bereiken. Als de cliënt hiervan een steeds helderder en concreter beeld krijgt, veranderen zijn emoties mee omdat hij andere emotieconcepten construeert. Een paar interventies die de progressiegerichte coach kan doen om de cliënt of deelnemer in een training progressie te laten boeken als hij een onbruikbaar emotioneel concept heeft opgeroepen zijn:

  1. normaliseren: veel mensen zouden het lastig vinden om met die situaties effectief om te gaan
  2. vragen naar de gewenste progressie: waaraan zou je merken dat je beter omgaat met deze lastige situatie?
  3. vragen naar het platform: wat weet je al over wat goed voor je werkt om beter om te gaan met deze lastige situatie?
  4. vragen naar eerdere successen: wanneer lukte het je al eens om beter om te gaan met deze lastige situatie?

Positieve gedragsbeschrijvingen

Het vragen naar positieve gedragingen heeft goede effecten, die je hier kunt lezen. In een trainingssituatie kan het nuttig zijn om de deelnemer te helpen om een ander emotieconcept op te roepen. Zo vertelde een deelnemer in een training mij laatst dat hij zich wild ergert aan een medewerker en dat het daarom zo moeilijk was om te blijven aansluiten op diens perspectief. Hij wilde dit oefenen, en tijdens het oefenen bleek inderdaad dat hij de aansluiting niet met volle overtuiging voor elkaar kreeg omdat hij ergernis voelde. Toen deze deelnemer zijn emotie concept ‘deze medewerker is ontzettend ergerlijk’ had veranderd in ‘de interactie met deze medewerker is voor mij goed leermateriaal’ kreeg het gesprek met de medewerker een andere betekenis. Die betekenis had zowel emotionele als cognitieve aspecten, maar die zijn eigenlijk niet strikt van elkaar te onderscheiden; cognitie en emotie zijn altijd verweven met elkaar (zie ook hier).

Hoe zou je je willen voelen?

Dit zijn dus interventies die focussen op de gewenste progressie in de emoties (hoe zou je je willen voelen), omdat de deelnemer aan de hand daarvan het emotieconcept gaat construeren dat hoort bij de gewenste progressie.