De traditionele kijk op adolescentie is dat deze levensfase automatisch gepaard moet gaan met het ruw losbreken van de ouders. De puber moet zich wel rebels opstellen om zijn eigen identiteit te ontwikkelen, los te komen, onafhankelijk te worden van de ouders.

Binnen de self determination theory wordt fundamenteel anders gekeken naar de ontwikkeling van de adolescent. SDT ziet een rebelse houding of het heftig los proberen te komen van de ouders als een reactie op omstandigheden in het gezin en in de cultuur die de vervulling van psychologische basisbehoeften frustreren of depriveren.

Adolescentie

Er zijn verschillende definities van adolescentie in omloop. De term adolescent werd voor het eerste gebruikt door Stanley Hall in 1904. Voor de industriële revolutie werd namelijk slechts onderscheid gemaakt tussen kinderen en volwassenen, en bestond het concept van de adolescent niet.

Hall zag de adolescentie als een fase van geweld en chaos; een fase van ‘storm en stress’. Hij gaf vooral biologische verklaringen hiervoor; adolescenten waren niet in staat om analytische beslissingen te nemen en ze werden gedreven door hun pas ontdekte seksualiteit. De stelling dat pubers zich nu eenmaal afzetten tegen hun ouders en autoriteitsfiguren past goed bij Hall’s visie op adolescentie.

Identiteitsontwikkeling

Erikson kwam wat later met een andere theorie over identiteitsvorming, waarbij hij identiteit zag als ontwikkelingsproces en als product van interactie tussen het individu en de sociale omgeving. Volgens Erikson is gaat het hier om een levenslang ontwikkelingsproces.

Marcia werkte die theorie verder uit en beschreef vervolgens de ontwikkeling van de jongere in vier identiteitsstadia in. Die identiteitsstadia verschillen van elkaar op twee dimensies: commitment en exploratie.

In de achievement status heeft de adolescent bepaalde keuzes gemaakt nadat hij een tijdje heeft geëxploreerd. De adolescent is gecommiteerd en exploreert ook nog.

In de foreclosure status heeft de adolescent bepaalde keuzes gemaakt en is hij bindingen aangegaan zonder dat hij eerst heeft geëxploreerd.

In de moratorium status is de adolescent zoekend en explorerend en is hij nog geen bindingen aangegaan.

In diffuse status heeft de adolescent nog geen keuzes gemaakt en is die ook niet op zoek naar zijn identiteit, hij exploreert niet.

Het model van Marcia bleek goed bruikbaar om psychopathologie mee te verklaren en hielp in de behandeling van adolescenten, omdat er duidelijke patronen te vinden zijn ten aanzien van de gevoeligheid voor psychopathologie en het ontwikkelingsstadium van de adolescent.

‘Puberen’ is stadiumafhankelijk

Volgens de theorie van Marcia hangt rebels en moeilijk gedrag vooral af van in welk identiteitsontwikkelingstadium de adolescent zich bevindt. De achievement status gaat gepaard met weinig ‘puber’-gedrag in de zin van bijvoorbeeld angst, losbreken, middelenmisbruik et cetera, terwijl de diffuse status juist wel gepaard gaat met moeilijk gedrag en psychopathologie.

De theorie van Marcus werd veel gebruikt in onderzoek, maar werd ook bekritiseert. De latere theorieën over identiteitsontwikkeling betrokken sterker de invloed van de omgeving op de ontwikkeling van de adolescent.

De identiteitsstijlen van Berzonsky

Berzonsky, bijvoorbeeld, bracht de theorie van Marcus op belangrijke onderdelen verder en verbeterde die. In de invloedrijke theorie van Berzonsky worden drie identiteitsstijlen onderscheiden.

Informatiegeoriënteerde adolescenten verzamelen, als zij problemen ervaren of keuzes moeten maken, informatie en benutten die om kritisch na te denken over hun eigen identiteit. Normatief georiënteerde adolescenten wenden zich bij voorkeur tot een autoriteitsfiguur wanneer ze problemen ervaren of keuzes moeten maken. Vermijdend georiënteerde adolescenten stellen het nemen van beslissingen uit en wachten tot de omstandigheden hen dwingen tot bepaald gedrag.

Berzonsky ziet deze identiteitsstijlen niet als vaststaand en onveranderbaar, maar als sterk situationeel beïnvloed. Individuen kunnen de drie identiteitsstijlen alle drie in bepaalde mate vertonen en dit is mede afhankelijk van de situatie waarin ze zich bevinden. Adolescenten met een informatiegeoriënteerde identiteitsstijl blijken psychologisch gezonder te functioneren en het beter te doen op school dan adolescenten met een vermijdende stijl.

Ook in deze theorie is ‘pubergedrag’ in de zin van problematisch gedrag niet per definitie iets dat in deze levensfase onvermijdelijk is. Ouders en begeleiders kunnen veel doen om vermijdende adolescenten te helpen een gezondere identiteitsstijl te ontwikkelen.

Identiteitsontwikkeling binnen SDT

SDT beschrijft dat adolescenten, net als mensen in andere levensfasen, drie psychologische basisbehoeften hebben: de behoefte aan competentie, verbondenheid en autonomie. Hier en hier kun je daar meer over lezen.

In de adolescentie is het belangrijk om de adolescent te ondersteunen bij het kiezen van zelfconcordante doelen. Die keuzes worden ervaren als autonome keuzes, waardoor de adolescent achter zijn eigen gedrag staat en een geïntegreerde persoonlijkheid ontwikkelt.

In de adolescentie wordt het ook steeds belangrijker om belangrijke maatschappelijke waarden te internaliseren, zoals het gaan bijdragen aan de maatschappij, keuzes te gaan maken ten aanzien van studie en loopbaan. Gedragingen die in eerste instantie niet voortkomen vanuit intrinsieke motivatie worden steeds belangrijker naarmate de jongere ouder wordt.

Adolescenten kunnen autonoom gemotiveerd raken wanneer hun ouders en andere autoriteiten in hun omgeving hen ondersteunen in hun autonomie, hen helpen zich competent te kunnen voelen en het mogelijk maken om zich verbonden te blijven voelen met de ouders. Zie ook hier.

Komt een adolescent in opstand en gedraagt hij zich rebels, dan is dit volgens SDT geen onvermijdelijke fase in de relatie met je kind. Het is eerder een teken dat de adolescent zich niet autonoom, niet competent en niet verbonden voelt en niet autonoom gemotiveerd is. Daar heb je als ouder of docent zelf veel invloed op.

Meer lezen?

  • Development of self-determination through the life-course, Wehmeyer et al.
  • Self determination theory, E. Deci & R. Ryan
  • Nieuwe ontwikkelingen in onderzoek over identiteitsvorming Bart Soenens en Koen Luyckx