Skip to content

Spiegelneuronen leren van ervaringen

In de jaren 90 identificeerde een Italiaanse neurowetenschapper cellen in het brein van aapjes die een bijzondere activiteit vertoonden. Deze neuronen in de premotorische cortex vertoonden activiteit wanneer de aapjes bepaalde handelingen verrichten en ook wanneer ze een ander aapje diezelfde bewegingen zagen maken. Sindsdien zijn deze neuronen en hun activiteit misschien wel het meest gehypte onderwerp geworden in de neurowetenschap, zo beschrijft Christian Jarrett in zijn boek Great Myths of the Brain.

Zo stelde Ramachandran dat spiegelneuronen voor de psychologie zouden zijn als DNA is voor de biologie. Een framework dat allerlei mentale functies zou verklaren inclusief een verklaring voor allerlei mentale ziektes. Velen zien spiegelneuronen als de essentie van menselijke empathie. En empathie is dan het neurobiologische fundament van de menselijke beschaving. Volgens Ramachandran zijn spiegelneuronen de onderliggende basis van empathie, maken ze het mogelijk om andere mensen te imiteren, zorgden ze voor versnelling van de evolutie van ons brein en verklaren ze de neuropsychologische conditie anosognosia (de ziekte waarbij de patient zijn verlamming of lichamelijke handicap ontkent), zijn ze de verklarende factor voor de ontwikkeling van taal en stonden ze aan de basis van de enorme progressie die de mensheid 60000 jaar  geleden doormaakte (onder andere in het gebruik van hulpmiddelen).

De waarheid ligt anders. Spiegelneuronen hebben inderdaad fascinerende eigenschappen, maar de bovengenoemde claims zijn speculatief en overtrokken. Dat begint al met de term ‘spiegelneuronen’. Die term doet vermoeden dat er een specifieke neuron bestaat die actief wordt in reactie op activiteit van iemand anders, de spiegel. Maar het blijkt dat er vele soorten ‘spiegelneuronen’ zijn, elk met hun eigen kenmerken en reacties (sommige van die neuronen worden juist onderdrukt wanneer ze een activiteit waarnemen, andere van die neuronen reageren op geluid dat bij de betreffende beweging hoort en zo zijn er nog vele andere kenmerken van deze neuornen. Daarnaast blijkt het zo te zijn dat er grote gebieden in de hersenen zijn waar deze neuronen te vinden zijn, niet alleen in de premotorische cortex. Er is  dus eerder sprake van een netwerk van ‘spiegelneuronen’ en dit netwerk heeft allerlei functies. Dus om te stellen dat spiegelneuronen de basis vormen van emptahie is net zo vaag als te zeggen dat ons brein empathie verklaart.

Het idee dat spiegelneuronen veroorzaken dat wij voelen wat iemand anders voelt is onjuist. Dat idee ontstond en is gebaseerd op de aanname dat spiegelneuronen mensen in staat stelt om de doelen achter andermans acties te begrijpen. Immers de neuronen in het aapje werden actief als hij een ander aapje bepaalde acties zag vertonen. Dus het aapje begreep wat het andere aapje wilde doen. Door de acties van anderen te representeren in de bewegingsnetwerken van ons brein, zo was de redenering, geven deze cellen ons een directe simulatie van de intenties van die ander. En dat is de basis van empathie. Maar deze redenering klopt niet. Zo zijn wij heel goed in staat om allerlei acties van anderen te begrijpen zonder dat wij zelf in staat zijn om die acties uit te voeren. We kunnen begrijpen hoe vliegen in zijn werk gaat zonder dat we het zelf kunnen doen en zonder dat we zelf vliegcellen hebben.

Het blijkt ook nog eens zo te zijn dat er meer spiegelneuronenactiviteit te zien is wanneer we acties zien waar we juist niet zo bekend mee zijn. De betere redenering is dat de functie van spiegelneuronen niet is om anderen te begrijpen (iets wat we heel goed kunnen zonder spiegelneuronen), maar om de acties van anderen te gebruiken in het keuzeproces hoe we onze eigen acties zullen inrichten. Spiegelneuronen activiteit kan dus net zo goed een consequentie zijn van het begrijpen van een actie van een ander, als dat het een oorzaak kan zijn van het begrijpen van de actie van de ander.

Spiegelneuronen verwerven hun kenmerken door ervaring. Leerervaringen beïnvloeden de kenmerken van de spiegelneuronen. Als je kijkt hoe iemand anders zijn wijsvinger opsteekt en tegelijkertijd doe je zelf je pink omhoog, verandert de reactie van je spiegelneuronen. Elke keer als je iemand zijn ringvinger ziet opsteken, is activiteit te zien in jouw spiegelneuronen die correspondeert met het omhoog doen van je pink.

Spiegelneuronenactiviteit wordt dus zeker beinvloedt door ervaring, en beinvloedt ook hoe wij activiteit om ons heen verwerken. Er is dus geen bewijs voor de claim dat spiegelneuronen verwijzen naar aangeboren imitatie en empathie, maar in plaats daarvan veranderen spiegelneuronen op basis van onze ervaringen. Ze leren. Ze kunnen daarmee dus net zo goed het resultaat zijn van empathisch begrip voor anderen, als de oorzaak ervan.

Tenslotte; er is geen bewijs dat in mensen met autisme de spiegelneuronen niet goed zouden functioneren of dat ze minder spiegelneuronen zouden hebben als mensen zonder autisme.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *