“Dit is zo belangrijk, en ook zo moeilijk om te doorgronden!”, zei een docent in mijn training laatst over het onderwerp ‘de kwaliteit van motivatie’. Belangrijk omdat de kwaliteit van de motivatie van een student grote effecten heeft op de kwaliteit van zijn leren en zijn prestaties en zijn gevoel. Moeilijk te doorgronden omdat het eenvoudige onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie bij lange na de subtiliteit van de kwaliteit van motivatie niet weergeeft. Er zijn vier verschillende vormen van extrinsieke motivatie, waarvan sommige gecontroleerd en andere autonoom zijn. De zelfdeterminatietheorie onderscheidt zes verschillende vormen van motivatie, die op een continuum gezet kunnen worden.

Een praktisch voorbeeld.

Stel een student zit in de klas en hij heeft zijn mobiele telefoon in zijn tas laten zitten. Er zijn zes verschillende mogelijke vormen van motivatie die aan dit gedrag ten grondslag kunnen liggen:

  1. a-motivatie: de student heeft zijn mobiel toevallig in zijn tas laten zitten, hij heeft helemaal niet de perceptie dat het iets uitmaakt of hij zijn mobiel nu wel of niet in zijn tas laat zitten, voor hoe de docent zich ten opzichte van hem gedraagt en hoe het met hem zal gaan in de les
  2. gecontroleerde extrinsieke motivatie vanwege beloning/straf (externe regulatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij niet betrapt wil worden door de docent, want als hij wordt betrapt wordt zijn mobiel afgepakt
  3. gecontroleerde extrinsieke motivatie vanwege inwendige druk (geïntrojecteerde regulatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij zich een loser voelt als hij door de docent wordt betrapt op het spelen met zijn mobiel
  4. enigszins autonome motivatie vanwege een belangrijke/waardevolle opbrengst (geïdentificeerde regulatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij het respectvol vindt om te luisteren naar de docent (hoewel saai)
  5. autonome motivatie vanwege een belangrijke/waardevolle activiteit (geïnternaliseerde regulatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij het voor zichzelf belangrijk en waardevol vindt om te leren op school
  6. autonome motivatie vanwege interesse (intrinsieke motivatie): de student heeft zijn mobiel in zijn tas laten zitten omdat hij de les interessant vindt

Gecontroleerde motivatie is een lage kwaliteit van motivatie. Zodra de druk wegvalt, valt het gedrag ook weg. Hoe groter de druk van de docent om mobiele telefoons in de tas te laten (straffen, dreigementen, beloningen), hoe moeilijker het wordt voor de student om het gedrag “opletten in de klas” te internaliseren. Autonome motivatie is een hoge kwaliteit van motivatie. Een manier om die vorm van motivatie mogelijk te maken bij studenten is door respect te hebben voor hun perspectief, erkenning te geven voor hun perspectief, duidelijk en vriendelijk uit te leggen wat de bedoeling van de les is en waarom dit belangrijk is om te leren, keuzemogelijkheden te bieden ten aanzien van de aanpak van de taak, vriendelijk te communiceren, eerlijke feedback te geven die gericht is op de aanpak van de student en niet op de persoon is gericht en ervoor te zorgen dat studenten waar mogelijk hun interesses kunnen volgen.

motivatiecontinuum

Training progressiegericht leidinggeven

Voordelen en kenmerken van een autonomieondersteunende doceerstijl