tranenDe afgelopen weken vertelden meerdere deelnemers in mijn trainingen dat ze gebukt gingen onder negatieve collega’s. Collega’s die klagen, die overal problemen zien, die zeuren, die kritiek hebben, negatieve oordelen en die pessimistisch zijn. Omdat emoties erg besmettelijk zijn, voel je je zelf al snel somber worden als je collega zijn negatieve emoties uit. Hier kun je vijf tips vinden die gaan over progressiegerichte (gespreks-) technieken en hieronder staan vijf tips die gaan over hoe je kijkt naar de situatie (mindsettips):

  1. Activeer je groeimindset. Als je last hebt van negatieve uitingen van een collega dan kun je makkelijk een statische mindset gaan krijgen ten aanzien de collega, jullie relatie en de situatie. Je gelooft dan niet meer dat het mogelijk is dat je collega gaat veranderen, dat jullie relatie kan verbeteren en dat in de situatie progressie geboekt kan worden. Deze statische en pessimistische mindset wordt een probleem op zich. Doordat je gelooft dat verbetering niet meer mogelijk is, en je ervan uit gaat dat het probleem blijft bestaan of erger wordt, ga je dingen zeggen en doen die leiden tot een self fulfilling prophecy. Ook als je iets positiefs zegt tegen je collega, sijpelt je negatieve oordeel, je pessimisme en vermoeidheid door in je woorden en je intonatie. Je collega reageert daar weer negatief op, en wantrouwt je goede bedoelingen, omdat wat je zegt en wat je denkt niet congruent zijn. De eerste tip is dan ook om bewust een groeimindset te hebben ten aanzien van je collega, jullie relatie en de situatie. Hoe je een groeimindset bij jezelf kunt stimuleren kun je lezen in Hersenvitaminen en hier.
  1. Ga uit van de goede intenties van je collega. Mensen zijn sociale wezens, die liever goede relaties hebben met anderen dan slechte (zie ook hier). Een psychologische basisbehoefte van mensen is om zich verbonden te voelen met anderen. Ruzie en haat roepen spanning bij mensen op, ze gaan zich onveilig voelen en dat kan ertoe leiden dat ze defensieve of agressieve reacties gaan vertonen. Maar over het algemeen denken mensen niet ‘s ochtends als ze naar hun werk gaan:”ik ga vandaag weer eens lekker zieken op mijn werk en anderen het leven zuur maken”. Dus, als je collega zich erg negatief uit, dan kun je ervan op aan dat je collega uiteindelijk uit is op iets beters dan wat er nu is. Dat hij uiteindelijk goede intenties heeft, maar nog niet in staat is om zijn klachten op een constructieve manier te communiceren. Achter zijn negatieve uitingen schuilen belangrijke waarden, doelen, intenties, betrokkenheid. De tweede tip is dan ook om ervan uit te gaan dat je collega, hoe negatief hij zich ook uit, goede bedoelingen heeft en veel liever constructief zou samenwerken met anderen.
  1. Boor je eigen optimisme aan door eerdere successen te analyseren. Geen enkel probleem doet zich 24 uur per dag in dezelfde intensiteit voor. Er zijn altijd fluctuaties in hoe erg de problemen zijn. Soms zijn ze misschien zelfs helemaal afwezig, soms zijn ze erger, soms zijn ze iets minder erg, soms gaat het zelfs goed. Zo ook met je negatieve collega. Ook hij heeft betere dagen, betere momenten, minder slechte momenten en soms loopt jullie samenwerking soepeler dan op andere dagen. Je kunt je eigen mindset positief beinvloeden door eens na te gaan wanneer het recentelijk tussen jou en je collega iets beter ging. Wat gebeurde er toen? Hoe kregen jullie dat toen voor elkaar? Wat werkte er toen goed tussen jullie? Door deze analyse word je waarschijnlijk optimistischer gestemd dat verbetering mogelijk is. Dus de derde tip is: analyseer de eerdere successen tussen jou en je collega of de positieve uitzonderingen in jullie samenwerking en communicatie.
  1. Je kunt je collega niet NIET veranderen. Als je gaat denken dat je je collega niet kunt veranderen, zet je alles vast en klem. Natuurlijk kun je je collega wel veranderen. Je kunt je collega niet niet veranderen! De actie zit altijd in de interactie, dus als jij iets anders gaat doen in jullie interactie dan krijg je een andere reactie van je collega. Geen enkel mens is altijd in elke omstandigheid precies hetzelfde. Veel menselijk gedrag is verklaarbaar door te kijken naar de situatie waarin die persoon zich bevindt. Dus de vierde tip is: ga ervan uit dat als jij verandert, als jij iets anders zegt en doet, dit een effect zal hebben op het gedrag van je collega. Je collega is, net als iedereen, iemand die kan veranderen.
  1. Stop met denken in termen van persoonsbeschrijvingen. Denken in termen van ‘mijn negatieve collega’ stimuleert een statische mindset bij jezelf over die collega. Je plakt je collega immers een label op: hij is een negatieve persoon. In plaats van te denken in termen van wat je collega voor persoon is, wat voor persoonlijkheidskenmerken hij heeft, hoe intelligent hij is, welk ras hij is, van welk geslacht et cetera, kun je beter kijken naar zijn gedrag in een context. In jullie overleg uit je collega zich misschien heel negatief, terwijl hij tijdens de lunchpauzes lacht en grapjes maakt met andere collega’s? Hij is dus geen negatief persoon, maar in jullie overleg zit iets in de context wat ertoe leidt dat hij zich negatief uit. Verander iets in de context, in jullie interactie, en je collega verandert. Denk ook niet over jezelf in termen van wat voor soort persoonlijkheidstype je bent. Daarmee stimuleer je bij jezelf een statische mindset. Denken in termen van “ik ben….” brengt het risico met zich mee dat je jezelf vast zet in je persoonlijkheidskenmerken en helpt je dan niet om progressie te boeken in de interactie met je collega. Dus tip vijf is: label jezelf en je collega niet in termen van persoonlijkheidskenmerken, maar kijk naar jullie gedrag in de context.

Deze tips gingen over het anders naar je collega, jezelf en jullie situatie kijken. Als je hier echt instapt, neemt je optimisme toe en begin je mogelijkheden te zien om progressie te boeken met je collega. Hier zijn vijf tips die gaan over progressiegerichte (gespreks-)technieken.