Van goede intenties naar goede acties

Van goede intenties naar goede acties. Op het UAF Live event 2025 sprak professor Ghorashi, van de VU Amsterdam. Ze doet onderzoek naar de processen van in- en uitsluiting in het leven van migranten en vluchtelingen. In dit onderzoeksartikel beschrijft ze twee componenten van categorisch denken die negatief werken: migranten zien als culturele anderen en migranten beschouwen als mensen met een achterstand. Veel mensen hebben de goede intentie om migranten te helpen integreren, maar kijken tegelijkertijd vanuit een deficiet model (wat ontbreekt er) en vanuit het idee dat de ander ‘anders’ is. Ze pleit voor kennisgebaseerde samenwerkingen, waarbij de ervaringen van migranten zelf een belangrijke input vormen voor beleid.
Hoogopgeleide migranten
Ondanks de groei van een hoogopgeleide migrantse middenklasse in Nederland blijft het beeld van migranten als afkomstig uit lage sociaaleconomische milieus hardnekkig. Ghorashi verklaart dit door de ideologie van verzorgingsstaten om achtergestelde groepen te helpen en gelijke kansen te creëren. Het onbedoelde neveneffect van die ideologie was dat etnische minderheden werden gefixeerd als zwak. Diversiteit werd vervolgens een morele verplichting voor nationale verzorgingsstaten om kwetsbare etnische minderheden te helpen. Migranten hebben dus gebreken, in plaats van dat wordt gesproken in termen van ‘verschillen’. Je zou kunnen spreken van een integratieparadox, legt Ghorashi uit; hoe hoger de opleiding van de migrant, hoe negatiever hun eigen migratie-ervaring en hoe minder ze zich geaccepteerd voelen.
Integratiestrategieën
Ghorashi legt uit dat er een groeiende aandacht is voor de ‘geleefde ervaringen’ asielzoekers en vluchtelingen; hoe ervaren zij hun integratie? Door deze ervaringen en kennis centraal te stellen in onderzoek en beleid kunnen meer adequate en inclusieve beleidsmaatregelen ontwikkeld worden die aansluiten bij hun realiteit. Vluchtelingen die verschillende systemen van opvang en integratie hebben doorlopen, kunnen beleidsmakers het beste vertellen wat wel en niet werkt in beleid en praktijk. Hun perspectieven zijn bijzonder relevant en noodzakelijk voor de huidige integratie-uitdagingen in Nederland en de rest van Europa, zo stelt Ghorashi. Niet meer via overleg- en adviesorganen, die dan worden geacht hele gemeenschappen te vertegenwoordigen (essentialistische kijk) of te kijken naar puur individuele ervaringen, maar via ingebedde narratieven.
Ingebedde narratieven
Ghorashi pleit voor deze alternatieve benadering van ingebedde narratieven. Ingebedde narratieven verschillen van individuele verhalen omdat ze een combinatie dragen van praktische, reflectieve en relationele bewustzijnsvormen. Vluchtelingenadvocaten die deze narratieven presenteren maken al lang genoeg deel uit van de nieuwe samenleving om de praktische aspecten van de structuur ervan te kennen en tegelijkertijd staat de ervaring van het thuisland nog dicht genoeg bij om hen zich ook als buitenstaander te laten voelen (insider/outsider-positie), zo legt Ghorashi uit. Ingebedde narratieven zijn geen representatieve verhalen, maar door hun ingebedheid bieden ze een perspectief dat nu vaak ontbreekt in onderzoek en beleid. Om ingebedde narratieven effect te laten hebben, moeten beleidsmakers en instellingen ontvankelijk zijn voor het erkennen van de eigenheid van de epistemische kennis van vluchtelingenadvocaten. Ingebedde narratieven centraal stellen is een belangrijke stap om te komen van goede intenties naar goede acties. Niet vanuit een deficiet model, alsof er iets ontbreekt en mis is met migranten. En niet vanuit een idee dat migranten ‘anders’ zijn. Lees ook de universaliteit van psychologische basisbehoeften.
