Search results for:

Wat doe jij om je impulsen te beheersen?

Zelf discipline is geassocieerd met vele voordelen. Zoals betere relaties met anderen, beter kunnen aansluiten op de sociale context, beter presteren en lange termijn doelen bereiken. Maar verlies je dan niet je spontaniteit? Zijn mensen met veel zelf discipline niet saai, rigide en horkerig? Het blijkt dat mensen met veel zelf discipline juist degenen zijn die het meest sociaal zijn. Ze hebben namelijk geleerd om hun impulsen te beheersen en goede relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden, ze kunnen hun agressie beteugelen en hun behoeften uitstellen en zich aanpassen aan de sociale context waarin ze verkeren.
Zelf discipline is een vaardigheid, die het product is van socialisatie en die je kan helpen als je begeerlijke doelen die op lange termijn spelen wilt bereiken. De boodschap is “Je hoeft niet te reageren op de eerste impuls die je in je voelt opkomen, vooral niet wanneer toegeven aan de impuls het minder waarschijnlijk maakt dat je je langere termijn doelen zult bereiken.”
Er is een simpele mentale ombuigingstechniek die door iedereen ongeacht je leeftijd ingezet kan worden werkt versterkend voor je zelf discipline. We zijn in staat om onze sensorische ervaringen om te zetten in gedachten. Dat kunnen we goed gebruiken als mentale ombuigingstechniek. Een voorbeeld is het bekende marshmallow experiment. Tegen kinderen werd gezegd dat ze die marshmallow die ze daar zagen liggen konden zien als een wolkje, rond en wit als de maan. Door een verleidelijke stimulus te transformeren in je hoofd in een prettige afleiding wordt het effect van hete cognitie (ik wil het NU) omgebogen naar koele cognitie (beredeneren en verwerken van informatie).
Een andere manier om verleidingen te weerstaan is een implementatie-intentie formuleren. “Als mij een sigaret wordt aangeboden zeg ik nee dank je..”
Wat doe jij om je impulsen te beheersen?
 

Ervaringsleren als zelfovertuigingstechniek

In onze trainingen plaatsen we deelnemers afwisselend in verschillende rollen, in de rol van coach, in de rol van cliënt, kind of student en in de rol van observator. Dit levert meestal  compleet verschillende ervaringen op. Zo zegt de beginnende progressiegerichte coach vaak dat hij vond dat de cliënt zo langzaam vooruit ging, zegt de observator vaak dat hij de letterlijke samenvattingen van de coach irritant vond en zegt de cliënt vaak dat hij in korte tijd zoveel verder is gekomen in zijn denken. Maar het komt maar zelden voor dat mensen zeggen “Ach, het was allemaal niet echt”. Integendeel, hoewel men rationeel weet dat het een oefensituatie betreft, toch voelt het heel echt. Voor zowel de cliënt als de coach als de observator.
In het boek van Milton Ericskon, my voice will go with you, staat een mooi stukje over “leren door te ervaren”:
“Ik (Erickson) zei tegen mijn zoon Lance dat hij geen snoepjes meer mocht. Ik zei hem dat hij al genoeg had gehad. De volgende ochtend werd hij heel blij wakker. Hij vertelde me:”Ik heb de hele zak opgegeten”. En toen ik hem liet zien dat de zak nog vol met snoepjes zat, dacht hij dat ik zeker even weg was gegaan en nieuwe had gekocht, want hij wist zeker dat hij ze had opgegeten. En dat had hij ook – in zijn droom.”
Erickson vervolgt: ”Leren door te ervaren is het meest leerzaam. Je kunt alle zwemslagen leren terwijl je op een pianokruk ligt op je buik. Je kunt je ritme, ademhaling, hoofdbewegingen, voet bewegingen enzovoort uitvoeren. Maar als je vervolgens in het water terecht komt kun je alleen maar poedelen zoals een hondje. Je moeten leren zwemmen in water. Ervaringsleren is het meest belangrijke. Ervaringsleren is een individuele aangelegenheid. Ervaringsleren kan het best gedaan worden door het simpelweg te ervaren en niet door tijdens de ervaring te  analyseren wat je ervaart. Het werkt beter om pas te gaan analyseren een tijdje nadat je de ervaring hebt gehad.”
Dit is ook één van de redenen waarom wij niet aan het einde van onze trainingen evalueren wat mensen ervan vonden. In plaats daarvan helpen we ze een implementatie-intentie te formuleren omtrent wat ze willen gaan uitproberen. Het ervaringsleren gaat zo verder tussen de trainingssessies. En dat ervaringsleren is ook het meest overtuigend. Ervaringsleren is daarmee een zelfovertuigingstechniek. In plaats van naar iemand te luisteren die je vertelt hoe goed iets werkt, ervaar je zelf wat werkt en zo overtuig je jezelf wat je wilt toepassen en wat niet.
NOAM trainingen
 
 

Gedragsovertuigingen

Gedragsovertuigingen zijn de basis voor daadwerkelijk gedrag. De theorie van planned behavior stelt dat de attitude ten opzichte van een bepaald gedrag wordt bepaald door de overtuigingen ten aanzien van de consequenties van dat gedrag. De overtuiging dat bepaald gedrag zal leiden tot bepaalde uitkomsten. Hoe sterk die overtuigingen zijn bepaalt de mate waarin iemand een positieve of negatieve attitude heeft ten aanzien van het betreffende gedrag.

Intentie

Attitudes, subjectieve norm en ervaren gedragscontrole bepalen de intentie om gedrag te gaan vertonen. De attitude ten opzichte van bepaald gedrag is het resultaat van de gedragsovertuiging dat het gedrag zal leiden tot een bepaalde uitkomst maal de waarde die aan die uitkomst wordt toegekend.

De subjectieve norm refereert aan de overtuigingen hoe anderen (individuen of groepen) ten opzichte van het gedrag staan. Keuren zij het goed of af? Als iemand de perceptie heeft dat een belangrijk individu of een belangrijke groep het gedrag afkeurt of juist verwacht, dan fungeert dat als sociale norm die druk legt op de persoon om het gedrag al dan niet te gaan uitvoeren.

De perceptie ten aanzien van de controle over het gedrag wordt bepaald door de overtuigingen ten aanzien van de aanwezigheid of afwezigheid van factoren die het gedrag of de prestatie faciliteren of blokkeren. Dit wordt gevormd door ervaringen in het verleden maar ook door te kijken naar hoe het anderen lukt om het gedrag uit te voeren. Hoe meer mensen de perceptie hebben dat er middelen en kansen zijn om het gedrag succesvol uit te voeren, en hoe minder obstakels en blokkades ze ervaren, hoe sterker de perceptie van gedragscontrole.  Deze controle overtuigingen bepalen hoe de persoon de kans inschat dat hij het gedrag kan uitvoeren.

Gedragsovertuigingen

Kortom:

  1. gedrag wordt bepaald door de aanwezige intentie om het gedrag te gaan vertonen en de controle die men ervaart over het gedrag te hebben
  2. de intentie om gedrag te vertonen wordt bepaald door de attitude, de subjectieve norm en de perceptie van controle over het gedrag
  3. de attitude, subjectieve norm en perceptie van controle wordt bepaald door de overtuigingen over de uitkomsten van het gedrag, de normatieve verwachting van belangrijke anderen en de aanwezigheid van factoren die het gedrag mogelijk of onmogelijk zullen maken
  4. het gedrag van een persoon wordt verklaard door te kijken naar de overtuigingen van de persoon
1-s2_0-S0148296307000483-gr2

Universeel

Interessant is dat achtergrondfactoren zoals ras, sekse, leeftijd etc de intentie om gedrag te vertonen niet direct verklaren. Ajzen beschrijft dat de onderzoeken aantonen dat de achtergrondfactoren zoals sekse, leeftijd, ras, inkomensniveau en religie geen direct effect hebben op de intentie om bepaald gedrag te gaan uitvoeren. Het zijn de overtuigingen die een correlatie hebben met de gedragsintentie.

Beïnvloeden van gedrag

Om gewenst gedrag te stimuleren adviseert Ajzen dit: begin met het veranderen van de determinanten van de gedragsintentie, zodat er motivatie ontstaat om het gedrag te gaan vertonen. Als er positieve intenties zijn om het gedrag te gaan vertonen, zorg dan dat de obstakels worden verholpen en dat er implementatie intenties worden gevormd.

Hoe kom ik af van mijn slechte gewoonte?

Iedereen heeft ze: gewoontes. Goede gewoontes. Maar helaas ook slechte gewoontes.. Hoe verander je gewoontes?

Charles Duhigg schreef er een boeiend boek over. Klik hier om meer te lezen