Skip to content

De hypothetische gedragsvraag

Een toekomst die je in levendige positieve gedragsbeschrijvingen hebt beschreven voelt als een bereikbare toekomst. Maar vaak behelst je gewenste toekomst dat iemand anders zich anders gaat gedragen. Je hebt last van iemand, iemand zit je dwars, iemand doet iets niet wat je wel graag zou willen of iemand doet is wel wat je niet graag wilt. Gewenste toekomsten die beschreven zijn in termen van waar andere mensen mee stoppen of wat andere mensen gaan doen, voelen niet erg bereikbaar. Je bent immers afhankelijk van iemand anders.

Als de gewenste toekomst van de cliënt is dat iemand anders verandert, dan heeft de progressiegerichte coachingsaanpak een interventie ter beschikking om de cliënt te helpen de gewenste toekomst in termen van zijn eigen positieve gedrag te gaan beschrijven: de hypothetische gedragsvraag.

De kenmerken van de hypothetische gedragsvraag zijn:

  • Niet confronterend (ja, dat kun je wel willen, maar iemand anders kun je niet veranderen he)
  • Aansluitend bij het perspectief van de cliënt (die wil dat iemand anders verandert)
  • Onderzoekend (hoe ziet de gewenste toekomst eruit en wat levert die op)
  • Het positieve hypothetische gedrag van de cliënt verkennen in de gewenste toekomst

 
Eerst vraagt de coach door over wat de cliënt graag wil dat de andere persoon anders gaat doen, net zo lang tot de cliënt in termen van het positieve gedrag van de ander antwoord geeft. Daarna brengt de coach die gewenste situatie binnen de invloedssfeer van de cliënt met de vraag: ‘Stel dat de ander dat zou doen, wat zou dat dan mogelijk maken voor jou? Wat zou jij dan anders kunnen doen?’ Hierbij verwijst het woordje ‘dan’ naar de situatie waarin de ander is veranderd. In de situatie dat de ander is veranderd, kan de cliënt ook anders reageren en andere dingen doen dan nu. Hoe ziet dat andere gedrag er uit? 

Dit is een heel andere vraag dan: ‘Wat kun jij eraan doen dat de ander gaat veranderen?’ Een begrijpelijk antwoord op die vraag is: ‘Geen idee, daarvoor kwam ik juist bij jou in coaching.’ De vraag naar wat de cliënt kan gaan doen om de ander te veranderen, zal snel tot ergernis of machteloosheid leiden. De cliënt zal begrijpelijkerwijze naar de coach kijken voor een advies. En dat is jammer, want adviezen in dit stadium vallen vaak niet in vruchtbare aarde. De cliënt zal denken of zeggen: ‘Dat heb ik al geprobeerd… Dat werkt niet… Heb je nog een ander idee?’, en bij het volgende niet-bruikbare advies denken: ‘Zie je wel, het is onoplosbaar, dat probleem van mij…’ 

De vraag naar wat de cliënt kan doen om zijn gewenste toekomst te bereiken, stelt de progressiegerichte coach pas wanneer de cliënt zijn eigen positieve gedrag in de toekomst, het heden en het verleden heeft kunnen visualiseren.

1 thought on “De hypothetische gedragsvraag

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *