Foto: Walter Schlundt Bodien

Het proces van zelfbeheersing. De ene persoon heeft meer zelfbeheersing dan de andere en we zijn geneigd om zelfbeheersing te zien als een persoonlijke eigenschap, een karaktereigenschap. Maar in dit artikel beschrijven Napolitano et al (2024) zelfbeheersing als proces, en als vaardigheid die mensen kunnen ontwikkelen (die op den duur onderdeel kan worden van je stabiele persoonskenmerken).

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Roken

Inge en Paul willen willen allebei graag stoppen met roken. Op hun werk zijn ze gewend om met rokende collega’s buiten rookpauzes te houden. Paul heeft er nu echter voor gekozen om in zijn pauzes te gaan wandelen met collega’s die niet roken. Inge staat in de pauzes nog steeds bij haar rokende collega’s en doet dan heel erg haar best om geen sigaret op te steken.

Zelfbeheersing

Zelfbeheersing als proces stelt de vraag hoe de persoon zelfbeheersingsgedrag voor elkaar krijgt, zowel hoe de persoon dat gedrag genereert als hoe de persoon het gedrag reguleert. Impulsen om te denken, voelen of handelen (of die impulsen nu goed of slecht voor ons zijn op langere termijn, in het licht van onze doelen) worden gegenereerd in vier fasen, zo beschrijven de auteurs.

Vier fasen

Eerst is er volgens de auteurs de situatie waarin de persoon zich bevindt. Dat gaat zowel om de fysieke situatie als de sociale situatie. De tweede fase is de aandacht die de persoon besteedt aan aspecten in zijn situatie. De derde fase is de beoordeling, de interpretatie van de aspecten in de situatie waarvan de persoon zich bewust is. De vierde fase is het handelen, waarbij de impuls om op een bepaalde manier te denken, voelen of handelen worden gegenereerd en waarbij er soms naar wordt gehandeld. (De volgtijdelijkheid van deze fasen lijkt mij overigens tegenstrijdig met de theorie van het voorspellende brein, die de vierde fase (de impuls) juist op 1 zou zetten).

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Vier impulsstrategieën

De auteurs onderscheiden vier impulsstrategieën, gerelateerd aan de vier fasen:

  1. Situationele strategieën: de persoon zorgt dat de situatie waarin hij zich bevindt past bij wat hij wil bereiken, zodat zijn aandacht en beoordeling en impulsen passend zijn bij zijn doelen. Paul, bijvoorbeeld, zorgt dat zijn fysieke en sociale situatie geen rokende collega’s bevatten.
  2. Aandachtsstrategieën: de persoon zorgt dat zijn aandacht gaat naar het conflict tussen zijn lange termijn doelen en zijn impuls in het hier en nu. Inge kan bijvoorbeeld haar aandacht richten op hoe ze zal balen als ze ’s avonds thuis komt en moet constateren dat ze toch heeft gerookt.
  3. Beoordelingsstrategieën: de persoon kiest voor een interpretatie van de situatie die past bij zijn lange termijn doelen. Bijvoorbeeld door zichzelf te willen zien als iemand die zich goed kan beheersen. Paul bijvoorbeeld definieert zichzelf als vader die een goed rolmodel wil zijn voor zijn kinderen.
  4. Gedragsmodulatie: de persoon forceert zichzelf op wilskracht om de goede keuze te maken. Deze strategie kost de meeste moeite. Inge, bijvoorbeeld, balt haar vuisten in haar jaszakken om te voorkomen dat ze een sigaret aanneemt van haar collega en bijt op haar tong om niet om een sigaret te vragen.

Intentionele regulatie

Gedrag kan worden gezien als zelfbeheersing wanneer het voldoet aan twee eisen, zo stellen de auteurs. Het gedrag is in lijn is met de langetermijn doelen van de persoon, terwijl er tegelijkertijd een impuls is om te kiezen voor een plezieriger alternatief. En de persoon kiest vrijwillig voor het zelfbeheersingsgedrag via diens keuze voor de situatie waarin hij zich bevindt, waar hij zijn aandacht op richt, hoe hij de situatie beoordeelt en interpreteert of hoe hij zichzelf dwingt tot gedrag dat in lijn is met zijn langetermijn doelen.

Van zelfbeheersing naar gewoonte

Zelfbeheersing is dus niet alleen die laatste vorm, waarbij de persoon op wilskracht in het hier en nu zichzelf dwingt om iets niet te doen wat wel heel verleidelijk is. Zelfbeheersing kan ook vorm krijgen door te zorgen dat je situatie geen slechte impulsen in je oproept, of door bewust je aandacht af te leiden van de slechte impuls of door je interpretatie van je situatie in lijn te brengen met je langetermijndoelen. De auteurs suggereren dat die drie strategieën tot succesvoller zelfbeheersing zullen leiden. Daarnaast kan wat eerst zelfbeheersingsgedrag was, een gewoonte worden, waardoor het je minder of zelfs geen moeite meer kost. Heel veel mensen die vroeger hebben gerookt, kost het nu geen enkele zelfbeheersing meer om niet te roken. Niet-roken is nu hun gewoonte. Hun brein voorspelt iets anders dan het opsteken van een sigaret.

 
Trainingen Progressiegericht Werken