Wat is de groeimindset?

Carol Dweck maakt onderscheid tussen een statische mindset (fixed mindset) en een groeimindset (growth mindset).
De fixed mindset gaat zo: ”Mijn prestatie is een weerspiegeling van wie ik ben, qua intelligentie en persoonlijkheid. Intelligentie en persoonlijkheid zijn aangeboren en vrijwel onveranderbaar. Ik ben nu eenmaal wie ik ben en een dubbeltje wordt nooit een kwartje. Als ik dus goed presteer komt dat omdat ik slim ben of door mijn persoonlijkheidskenmerken. Mijn slechte prestaties komen doordat ik dom ben of door mijn persoonlijkheidskenmerken. Gaat iets mij gemakkelijk af, dan past het bij mij. Maar gaat iets mij moeilijk af, dan past het niet bij mij en kan ik het ook niet leren. Als ik me erg moet inspanning voor iets, is dat een teken van lage aanleg of intelligentie. Succes van iemand anders is confronterend, want het drukt me met mijn neus op mijn eigen tekortkomingen. Omdat ik er toch niets aan kan veranderen, omzeil ik liever situaties waarin ik iets moet doen waar ik niet goed in ben of waarin anderen meer uitblinken.”
Een dergelijke mindset werkt belemmerend voor het boeken van progressie. Als we iets moeilijk vinden en we zien onszelf als onveranderbaar, dan heeft het niet zoveel zin om te proberen beter te worden. Het resultaat is dat we de moeilijke situaties omzeilen en we er dus ook niet beter in worden, wat ons weer versterkt in onze overtuiging dat we het niet kunnen leren.
De groeimindset gaat zo: ”Mijn prestatie is een weerspiegeling van wat ik heb geleerd en de inspanning die ik heb geleverd. Intelligentie en persoonlijkheid zijn veranderbaar. Ongeacht waar ik nu sta, ik kan altijd beter worden. Dat geldt voor mijn intelligentieniveau en voor mijn vaardigheidsniveau. Dus als ik goed presteer heb ik een slimme leerstrategie gevolgd en goed mijn best gedaan. Als ik faal heb ik nog niet de juiste leerstrategie gevonden of niet genoeg inspanning geleverd. Als iets mij moeilijk afgaat moet ik wat meer mijn best doen of op een andere manier gaan leren. Als iemand succesvoller is dan ik dan is dat stimulerend voor mij want dat betekent dat ik iets van die persoon kan leren. Ik zoek het liefst situaties op die uitdagend voor me zijn, want als ik iets moeilijk vind ben ik volop aan het leren en leren is wat ik graag wil.”
Met een groeimindset benadert iemand de situatie heel anders dan met een statische mindset. Met een statische mindset is verbetering erg moeilijk. Met een groeimindset wordt verbetering goed mogelijk. De overtuiging dat verbetering mogelijk is, is een voorwaarde om ook daadwerkelijk te verbeteren. Dat is kort samengevat wat Carol Dweck’s onderzoek naar groeimindset en fixed mindset ons leert. Iedereen kan leren een groeimindset te ontwikkelen bij zichzelf en anderen.
 Training groeimindset NOAM

Zelfcoaching met het progressie-experiment

Zelfcoaching. Dat kan volgens mij een goed alternatief zijn voor coaching. Mensen kunnen denk ik veel problemen zelf oplossen. Zelfcoaching kan kort duren, bijvoorbeeld als je jezelf tot de orde te roept als je aan het piekeren slaat. Het kan ook een zelfcoachingstraject worden, waarbij je op gezette tijden stil staat bij je probleem en jezelf een stapje verder helpt.
Er zijn veel manieren om jezelf te helpen en waarschijnlijk doe je, bewust of onbewust, al van alles wat voor jou werkt. Maar hoe doe je het zelf zodat het ook echt helpt? Je wilt jezelf immers niet van de regen in de drup helpen. Een extra glas wijn drinken als je je zorgen wilt vergeten werkt misschien even, maar heeft ook schadelijke bijeffecten en je zorgen komen terug als je je roes hebt uitgeslapen. Sommige manieren om jezelf te helpen werken nu eenmaal beter dan andere. En vaak is dat wat voor ons werkt niet wat we intuïtief zouden verwachten.
Een tijdje geleden deed ik nodigde ik mensen via deze site uit om deel te nemen aan een zelfcoachingsexperiment. De zeven zelfcoachingsexperimenten waaruit mensen konden kiezen waren allemaal gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over wat werkt.
Eén van de experimenten was het “progressie-experiment”. Het progressie experiment kun je hier inzien.
Enkele ervaringen van mensen die dit experiment deden waren de volgende:

  •  Door er dagelijks mee bezig te zijn ervaar je dat je meer vooruit gaat. Je ziet meer mogelijkheden voor het toepassen en zo ga je nog meer vooruit.
  • Ik zie duidelijk mijn progressie en ik ben me bewust dat ik vooruit ga in het leren van wat ik wil leren. Nu ben ik er nog meer van overtuigd dat dit is waar ik mee bezig wil zijn.
  • Ik was me bewust van het feit dat jij me na een tijdje zou gaan vragen hoe het experiment was bevallen en dat motiveerde me om ermee aan de slag te gaan
  • Ik ben me bewuster geworden van het belang “gewoon te beginnen”.
  • Door de tijd te beperken ga ik gerichter nadenken over wat ik kan bereiken in die tijd en evalueer ik ook na die tijd.
  • De omschrijving van mijn doelen werd steeds concreter en daarmee ook de weg ernaar toe.
  • Ik heb veel winst geboekt, niet alleen ten aanzien van het doel dat ik wilde bereiken maar ook op andere gebieden. Dat is erg stimulerend om te merken. Het is leuk een beetje gegroeid te zijn. daar kan ik een volgende keer ook van profiteren als ik eerst denk dat een doel onhaalbaar is.
  • Door het doel en de reden waarom het belangrijk voor me is op te schrijven, is mijn focus helderder en concreter. De vervolgstappen rollen er dan gemakkelijk uit.
  • Door maar een half uur de tijd te nemen merk ik dat ik zin heb om te vlammen, omdat het een hele overzichtelijke korte actie is waarbij ik me ook niet wil laten afleiden gezien de korte tijd
  • Dagelijks nadenken over je vervolgstappen maken het makkelijk om de volgende dag verder te gaan.

NOAM trainingen

Verandering of Verbetering?

Progressiegericht werken gaat om verbetering he, maar kan ik niet gewoon het woord ontwikkeling en verandering gebruiken? Dat is toch hetzelfde?
Een vraag die me de afgelopen week meerdere malen werd gesteld.

Kiezen

Uiteraard kan niemand je voorschrijven om de term ‘progressie’ of ‘verbetering’ of ‘vooruitgang’ te gebruiken. Wat je zelf kiest kan niemand voor je bepalen. Als “verandering” of “ontwikkeling” je voorkeur, dan ben je vrij om nee te zeggen tegen de term ‘progressie’.

Verandering en ontwikkeling

De definitie van ‘verandering’ is: iets dat anders is geworden. De term ‘ontwikkeling’ verwijst naar de manier waarop iets verandert. In deze termen zit geen inherente verbetering of progressie verpakt. Veranderingen of ontwikkelingen kunnen ook verslechteringen zijn.

Niet precies genoeg

Als iemand zegt dat hij iets wil veranderen, dan bedoelt die persoon natuurlijk vaak niet dat hij graag wil dat het slechter wordt. Impliciet of expliciet heeft degene die wil veranderen een betere situatie voor ogen. Waarom zou je anders veranderen? Als je iets wilt veranderen, dan doe je dat omdat je denkt dat de andere situatie op een of andere manier voordelen heeft ten opzichte van de huidige situatie. Kortom; er wordt verbetering, vooruitgang en progressie bedoeld.
Doelbewust veranderen en ontwikkelen gaat om het bereiken van een verbetering. Ik heb nog nooit gehoord van de situatie dat een cliënt tegen zijn coach zegt: ”Deze coaching zou nuttig zijn als mijn situatie er slechter op zou worden”.

Anders is niet altijd beter

Ontwikkeling is niet inherent ‘beter’. ‘Anders’ is niet altijd beter. Veranderen en ontwikkelen zijn termen die m.i. niet precies genoeg zijn voor wat iemand ermee bedoelt: verbetering.

Progressie

Natuurlijk staat het iedereen vrij om te kiezen voor verslechtering of de status quo. Niet iedereen hoeft altijd te verbeteren. Maar als je een probleem hebt waar je last van hebt, of als je een doel hebt dat je wilt bereiken, of je wilt veranderen en ontwikkelen in de juiste richting, dan zoek je een verbetering. En het woord dat daarbij het meest precies is, is: progressie.
 

Maar je bent vrij…..

Je bent het meest overtuigend als je niet probeert te overtuigen. Zodra mensen namelijk het gevoel hebben dat iemand ze ergens van probeert te overtuigen, gaan ze zichzelf beschermen tegen de beïnvloeding. Het reactance effect heet dit (Brehm, 1966).
Maar wat gebeurt er als je je vrije keuze weer terug krijgt? Als je het gevoel krijgt dat je vrij bent om nee te zeggen? Zou je dan meer geneigd zijn om te voldoen aan een verzoek dat op je afkomt? Dat was de vraag die in vele onderzoeken onder de loep is genomen. De BYAF techniek stond in die onderzoeken central. But You Are Free.
Je wordt bijvoorbeeld gevraagd om een donatie te doen, en aan dat verzoek wordt toegevoegd “Maar u bent vrij om nee te zeggen”. Het blijkt dat de toevoeging van die zin een enorm effect heeft op je bereidheid aan het verzoek te voldoen. Door te benadrukken dat je een vrije keuze hebt, ben je tweemaal zo geneigd om te voldoen aan het verzoek.
In een meta analyse van alle onderzoeken stond de vraag centraal: werkt de BYAF techniek in alle situaties? Ook als degene die het verzoek doet niet fysiek aanwezig is (dus per email)?
Uit de meta analyse bleek dat de BYAF techniek in elke context werkt. Dus ook in een sales context, waar de potentiele koper zeer goed op de hoogte is van de doelen van de verkoper. Zowel als er een verzoek werd gedaan om bij te dragen aan een pro-sociaal doel als wanneer er een verzoek werd gedaan uit eigen belang, bleek de simpele toevoeging van een zin waaruit bleek dat degene vrij was om nee te zeggen, de kans te verdubbelen dat de persoon “ja” zei.
De BYAF techniek bleek niet zo goed te werken als degene die het verzoek doet niet fysiek aanwezig is. Het is niet helemaal duidelijk waarom dat zo is, maar als er een verzoek per email wordt gedaan waarbij de BYAF zin werd toegevoegd, dan bleek dat mensen niet zozeer meer bereid waren om aan het verzoek te voldoen.
De BYAF techniek past naadloos in de progressiegerichte aanpak. Met de interventies ondersteun je voortdurend de autonomie van de ander om zijn eigen keuzes te maken.
Lees hier het volledige artikel

Van overnemen naar waarderen

Zaken overnemen. Oplossingen aanreiken. Dingen voor de ander oplossen. En ervan balen omdat je het zelf drukker krijgt en de ander niet zelfredzamer wordt. Veel leidinggevenden zeggen hier last van te hebben. De medewerker komt met een probleem en voor de leidinggevende het weet heeft die het probleem…
De oplossingsgerichte stuuraanpak  reikt handvatten aan om de medewerker te activeren om eigen oplossingen te bedenken. Dat werkt goed, maar is nog niet altijd even gemakkelijk om consequent te doen.
Een leidinggevende die ik de afgelopen week zag heeft de volgende oplossing voor zichzelf gevonden. Als hij merkt dat hij zaken wil gaan overnemen, dan focust hij zich in plaats daarvan op wat hij waardeert in wat de medewerker al heeft gedaan. Hij geeft de medewerker een compliment en erkent diens inbreng. Het effect is tweeledig. De leidinggevende zelf kan niet twee dingen tegelijk, dus zaken overnemen en de medewerker waarderen. Door de medewerker te waarderen, neemt hij automatisch de zaken niet over. Het tweede effect heeft met de medewerker te maken. Door de erkenning en waardering wordt die optimistischer over zijn eigen competentie, gestimuleerd om na te denken over oplossingen en actief in het gesprek.

Schrijven over de meest positieve ervaringen in je leven

Niet alleen schrijven over traumatische ervaringen kan helend werken, ook schrijven over positieve levenservaringen kan een positief effect hebben op je gemoedstoestand en fysieke gezondheid. Dat blijkt uit onderzoek van King, 2004. Proefpersonen schreven gedurende drie dagen 20 minuten over de meest positieve ervaringen in hun leven. De resultaten? De proefpersonen die schreven over hun positieve ervaringen rapporteerden een significant betere gemoedstoestand en bezochten significant minder vaak een dokter, in vergelijking tot een controlegroep die schreef over neutrale onderwerpen (zoals hoe hun woonkamer eruit zag).
Wil je het zelf eens proberen? Dit is de instructie die proefpersonen in het onderzoek kregen:
Denk aan de meest prachtige ervaring of ervaringen van je leven, de gelukkigste momenten, extatische momenten, momenten van grote vreugde, misschien omdat je liefde voelde of omdat je naar muziek luisterde of omdat je opeens werd geraakt door een boek of schilderij of een ander creatief moment. Kies 1 moment of ervaring. Neem dat moment zo specifiek mogelijk in gedachten, met alle gevoelens en emoties die erbij hoorden. Schrijf zo gedetailleerd mogelijk over deze ervaring, inclusief alle gevoelens, gedachten en emoties die toen aanwezig waren. Doe je best om de gevoelens opnieuw te beleven.
Op dag 2 en 3 kun je over dezelfde of over een andere prachtige ervaring schrijven.
 

Expressief schrijven kan je gezondheid verbeteren

Schrijven kan een effectieve manier zijn om betekenis te geven aan gebeurtenissen in je leven en om (traumatische) ervaringen te verwerken. Schrijven kan zowel je fysieke gezondheid als je geestelijke gezondheid verbeteren. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van onder andere J. W. Pennebaker, J.M. Smyth en L.A. King. James W. Pennebaker is professor aan de Universiteit van Texas, heeft veel onderzoek gedaan naar schrijven, taal en emoties en is auteur van vele boeken en artikelen, waaronder het boek The Secret Life of Pronouns.
Waarom kan schrijven over een traumatische gebeurtenis in je leven zulke positieve effecten hebben?
Kacewicz, E., Slatcher, R.B., & Pennebaker, J.W. (in press) zeggen hierover in het Handbook of Low-Cost Interventions to Promote Physical and Mental Health: Theory research and Practice het volgende:

  1. Schrijven helpt je om je individueel en sociaal te ontremmen. Om “je hart te luchten”. Het delen van je ervaringen lucht op en verbetert de fysieke en geestelijke gezondheid.
  2. Erkenning van je emoties en je emotioneel uiten helpt bij het verwerken van traumatische gebeurtenissen. Door te schrijven erken je je emoties en je gedachten.
  3. Gewenning. Door meerdere malen woorden te geven aan je gevoelens en gedachten treedt gewenning op, waardoor je minder gevoelig wordt voor de gedachten aan de traumatische gebeurtenis.
  4. Structureren. Het structuren van je verhaal helpt om betekenis te geven. Als het verhaal coherent is opgebouwd helpt dat beter dan wanneer het verhaal chaotisch wordt opgeschreven. Als het verhaal kan worden afgemaakt werkt dat beter dan wanneer het verhaal wordt onderbroken Als je schrijft vraagt dat om meer coherentie dan als je je verhaal vertelt, waardoor schrijven beter helpt om structuur aan te brengen in je traumatische ervaringen.
  5. Door te schrijven kun je begrip en inzicht krijgen. Als mensen cognitieve woorden gebruiken in hun verhaal helpt het ze om het trauma te verwerken. Zinsconstructies als “ik begrijp nu dat…”of “ik realiseer me dat…” geven aan dat mensen betekenis geven aan hun verhaal en dat helpt ze bij de verwerking ervan. Mensen die al in sessie 1 dit soort zinnen gebruiken hebben geen baat bij het schrijven en mensen die in de loop van hun schrijfsessies meer van deze woorden gaan gebruiken hebben er wel baat bij om te schrijven.
  6. Door te schrijven kun je de gebeurtenissen vanuit andere perspectieven gaan bekijken. Mensen die in de loop van de schrijfsessies veranderden van bijvoorbeeld de “ik-vorm” naar de hij/zij/wij vorm of andersom (de volgorde maakt niet uit, de verandering in vorm is waar het om gaat) hadden veel baat bij het schrijven. Ze keken naar het verhaal vanuit verschillende perspectieven.

Gevoelens als informanten van je gedrag

De kern van de zelfperceptietheorie is dat we ons op een bepaalde manier voelen omdat we ons op een bepaalde manier gedragen en niet andersom. Dat is tegenintuïtief voor veel mensen. Over het algemeen geloven mensen dat ze zich op een bepaalde manier gedragen omdat ze bepaalde gevoelens hebben. Ik voel me vrolijk en daarom lach ik. Ik voel me verdrietig en daarom huil ik. De zelfperceptie theorie zegt het tegenovergestelde; ik huil en daarom voel ik me verdrietig.
Dus:
Ik schreeuw tegen mijn collega——————> daarom voel ik me boos
En niet:
Ik voel me boos—————————> daarom ik schreeuw tegen mijn collega
We doen iets en vervolgens worden we geïnformeerd door onze gevoelens hoe we ons aan het gedragen zijn. Ons gedrag is vaak automatisch en onbewust. Ons gedrag wordt grotendeels aangestuurd door het zogenaamde Systeem 1, ons onbewuste. De gevoelens die door ons gedrag worden opgeroepen maken ons bewust van hoe we ons aan het gedragen zijn. Onze gevoelens zijn onderdeel van het zogenaamde Systeem 2, ons bewuste.
Gevoelens zijn daarmee informanten. We hoeven dus niet te vechten tegen ons gevoel of ons gevoel te veroordelen. Het gevecht dat we soms moeten voeren speelt zich af tussen ons automatische, reflexmatige gedrag en de bewuste regulatie van ons gedrag. Door ons bewust te zijn wat we voelen, kunnen we ons gedrag vervolgens reguleren. Het gaat er dus niet om je gevoel te volgen, maar om je gevoel te zien als signaal van hoe je je aan het gedragen bent. Wil je je liever anders voelen? Gedraag je dan anders. Dan volgt je gevoel vanzelf.
William James (1884) was de eerste die stelde dat gevoelens voortvloeien uit gedragingen in plaats van andersom (James, William, “Principles of Psychology” 1890). In de jaren ’60 begon James Laird deze theorie van William James te onderzoeken. Gedurende vele jaren van onderzoek en experimenten bewees Laird dat gevoelens een gevolg zijn van ons gedrag en vervolgens ons toekomstige gedrag ook weer leiden en beïnvloeden. Een indrukwekkend aantal onderzoekers heeft in de loop der jaren dit fenomeen op diverse terreinen onderzocht.
Sabine Koch van de Heidelberg University deed onder andere onderzoek naar het effect van fysieke bewegingen en ritmes op gevoelens en cognitie. Maak je ronde, zachte bewegingen, dan wordt je vrolijker en beoordeel je situaties positiever. Maak je scherpe, abrupte bewegingen dan voel je je vervolgens negatiever en beoordeel je situaties negatiever.
Elaine Hatfield van de Universiteit van Hawai is een bekende onderzoekster op het gebied van de liefde en haat. Zij schreef onder andere een onderzoeksartikel over de besmettelijkheid van emoties. In dat artikel zet zij uiteen dat wij onbewust de gezichtsuitdrukkingen van onze gesprekspartners nadoen, waardoor wij ons hetzelfde gaan voelen als zij. Zo verandert je lichaam je brein op een manier waarvan je je niet bewust bent, want mensen zijn zich niet bewust van hun copieergedrag. Sterker nog, zodra iemand bewust iemand anders gelaatsuitdrukkingen gaat nadoen, ziet het er onecht uit.
Gunter Kreutz die onderzoek doet aan Goethe Universiteit in Frankfurt toonde aan dat zingen een positief effect heeft op je gemoedstoestand en ook op je immuunsysteem. Ook hier weer geldt: gevoel volgt gedrag. Dus wil je je goed voelen, zing een liedje.
Laura M. Hsu, Jaewoo Chung and Ellen J. Langer deden onderzoek naar het effect van leeftijdsgerelateerde cues op gezondheid en langlevendheid. Het blijkt dat leeftijdsgerelateerde cues een effect hebben op de fysieke gezondheid, de mentale prestaties en het gevoel over jezelf.  Zie je jezelf als oud, dan ga je je oud gedragen en sterf je eerder. Zie je jezelf als jong, dan gedraag je je jong en leef je langer.
Er zijn nog veel meer onderzoeken te vermelden. Richard Wiseman bedacht een ingenieus paraplubegrip voor dit alles: het “As If-princple’. In zijn boek Rip it Up beschrijft Wiseman op een hele toegankelijke manier dit principe.

Vertrouwen op je intuïtie: gevaarlijk of gewenst?

Vertrouw op je intuitie want je gevoel klopt!
Koers niet op je intuïtie, want de kans is groot dat je het mis hebt!
 
Twee stellingen die haaks op elkaar staan.

Mechanische of klinische voorspellingen

William M. Grove, David H. Zald, Boyd S. Lebow, Beth E. Snitz, and Chad Nelson deden een meta analyse waarbij ze onderzochten wat beter werkt klinische of mechanische voorspellingen.

Klinische oordelen zijn oordelen die worden gevormd door psychologen en dokters, waarbij de beoordelaar alle beschikbare informatie bestudeert en tot een oordeel komt op een informele en subjectieve manier. De logica van deze oordelen is niet 100% repliceerbaar.

Mechanische oordelen zijn oordelen die voortkomen uit statische analyses en algoritmes (computerprogramma’s). Deze oordelen zijn 100% repliceerbaar.

Meta-analyse

Uit hun meta analyse bleek dat mechanische oordelen vaak accurater zijn dan klinische oordelen. Dit gold voor beoordelingen op de volgende gebieden: medische gebied, geestelijke gezondheidszorg, persoonlijkheidsbeoordelingen, beoordelingen in educatie en in trainingssettings. Het geldt zowel voor medisch getrainde experts als voor psychologen en zowel voor onervaren als voor ervaren experts. Het bleek zelfs dat ervaren psychologen vaak niet betere voorspellingen doen dan onervaren psychologen.

Beoordelingsfouten

De verklaring ervoor lijkt te zijn dat mensen snel ten prooi vallen aan allerlei beoordelingsfouten. Daarnaast krijgen deze experts weinig accurate feedback over hoe goed hun voorspelling was, dus krijgen ze weinig kans om hun beoordelingsvermogen te verbeteren. Deze meta studie doet vermoeden dat je beter niet te snel op je intuïtie moet vertrouwen.

Kahneman en Klein

Wat zeggen de experts op het gebied van intuitie ervan? Daniel Kahneman en Gary Klein zijn twee experts op het gebied van intuïtie die het vaak hartgrondig met elkaar oneens zijn.

Waar Kahneman hamert op de fouten die mensen maken wanneer zij hun intuïtie volgen, wijst Klein op hoe accuraat de intuïtie van mensen vaak is.

Kahneman komt van de school “heuristics en biases”  oftewel de school die geïnteresseerd is hoe wij tot onze heuristieken komen en de school die erop wijst dat wij onze beslissingen vaak nemen op basis van “verkeerde aannames en vooroordelen”.

Klein komt van de school “Naturalistic Decision Making” oftewel de school die mensen aanmoedigt om in de besluitvorming te vertrouwen op de intuïtie van experts. 

Condities voor intuïtieve beslissingen

In 2009 hebben Kahneman en Klein een gezamenlijk artikel uitgebracht, getiteld “Conditions for Intuitive Expertise”. In dit artikel doen zij verslag over een jarenlange zoektocht naar een gemeenschappelijke visie op het vertrouwen op de intuïtie van experts.

Conclusies

Ze zijn tot de volgende gezamenlijke conclusies gekomen:

  1. Intuïtieve oordelen kunnen gebaseerd zijn op diepgaande kennis van een bepaald vakgebied, maar ze kunnen ook gebaseerd zijn op foutieve heuristieken en vooroordelen
  2. Vaardige beoordelaars zijn zich vaak niet bewust van de cues die hen tot een bepaald intuïtief oordeel brengen en individuen die geen expertise hebben op het betreffende gebied zijn nog minder in staat om te kunnen uitleggen waarom ze tot een bepaald intuïtief oordeel komen
  3. Echte experts weten het wanneer ze het niet zeker weten. Maar zij die geen expert zijn hebben geen idee dat zij het eigenlijk niet weten. Het subjectieve vertrouwen dat mensen hebben in hun eigen intuïtie is daarom geen goede graadmeter voor de validiteit van intuïtieve oordelen en beslissingen
  4. Om te kunnen bepalen of een intuïtief oordeel kan worden vertrouwd moet je informatie hebben over de situatie waarin het oordeel is gevormd en over of de beoordelaar de mogelijkheid heeft gehad om de wetmatigheden in die situatie te leren kennen.
  5. Situaties zijn hoog-valide wanneer er stabiele relaties zijn tussen objectief herkenbare cues en daarop volgende gebeurtenissen of tussen cues en de uitkomsten van bepaalde acties. De brandweer is een voorbeeld van een omgeving die redelijk hoog-valide is. Uitkomsten zijn daarentegen vrijwel onvoorspelbaar in 0-validiteitssituaties. Het voorspellen van politieke gebeurtenissen is daar een voorbeeld van, die zijn vrijwel niet te voorspellen.
  6. Validiteit en onzekerheid zijn twee verschillende dingen. Sommige omgevingen zijn zowel hoog-valide en als hoog-onzeker. Poker is een voorbeeld van een hoog-valide en tegelijkertijd heel onzekere situatie. Er bestaan “beste beslissingen” in dergelijke situaties en die kunnen het succes in grote mate bepalen.
  7. Een hoog-valide omgeving is nodig om vaardige intuïtie te kunnen ontwikkelen. in zo’n omgeving kunnen mensen gedurende langere tijd oefenen en krijgen ze duidelijke en snelle en ondubbelzinnige feedback over de kwaliteit van hun beslissingen. Als een omgeving objectieve cues verschaft en goede feedback verschaft, dan kunnen individuen zich ontwikkelen tot experts met de juiste intuïtie
  8. Hoewel expert-vaardigheden zich niet kunnen ontwikkelen in omgevingen die onvoorspelbaar zijn, hebben mensen soms oordelen en nemen ze soms beslissingen die succesvol zijn door toeval. Dan ontstaat snel de illusie dat men heel vaardig is en dat leidt tot overmoedigheid en te sterk vertrouwen op je intuïtie.
  9. Vaardigheden zijn vaak “gefractioneerd” dat wil zeggen dat de vaardigheid heel specifiek gericht is op een klein onderdeel van een heel vakgebied. Professionals die veel vaardigheid hebben op een bepaald gebiedje worden regelmatig gevraagd om een advies of beslissing te nemen op een net iets ander vlak. Doordat ze zoveel kennis en vaardigheid hebben op het ene deelgebied is het moeilijk voor henzelf en anderen om te onderkennen dat ze geen expert zijn op een gebied dat zo dicht bij hun expertisegebied ligt. Daardoor ontstaat vaak overmoedigheid in het vertrouwen op het intuïtieve oordeel van deze professionals.
  10. De zwakke regelmaat in laag-valide omgevingen leidt er soms toe dat algoritmes betere voorspellingen kunnen doen dan mensen. Deze algoritmes doen het beter dan mensen omdat de algoritmes consistenter zijn dan mensen. De verwachting is dat het vertrouwen op algoritmes in plaats van op menselijke intuïtie bij mensen snel op weerstand zal stuiten.

Skilled intuition

Kortom: als je echt een expert bent kun je vertrouwen op je intuïtie. Je skilled intuition is dan gegrond in een diepgaande kennis van het onderwerp waarover je een oordeel vormt.

Toch geen expert

Maar de kans is groot dat je denkt een expert te zijn, terwijl je het niet bent.  En de kans is groot dat je intuïtie niet is gebaseerd op diepgaande kennis, omdat de situatie waarin je je oordeel velt een onvoorspelbare situatie is.


Hmm, ik blijf toch maar voorzichtig in het vertrouwen op mijn intuïtie…
 
 

progressie door intentioneel oefenen

Jaren geleden las ik dit boek: Talent is overrated. En vandaag herlas ik het. Talent is overgewaardeerd, wat top presteerders echt onderscheid van alle anderen is “intentioneel oefenen”.
Dit is wat Geoff Colvin daarover schrijft:
Er is een andere factor dan aangeboren talent die top presteren verklaart. Dat is de factor van intentioneel oefenen. Intentioneel oefenen is anders dan gewoonweg bezig zijn met de activiteit. Telkens opnieuw de activiteit doen hoeft niet te leiden tot beter gaan presteren. Want als je de activiteit telkens fout doet, slijten je fouten juist steeds dieper in. Intentioneel oefenen verschilt van gedachteloos oefenen op meerdere manieren. Bij intentioneel oefenen oefen je in je leerzone. De leerzone is de zone waar je vaardigheden net buiten je bereik liggen. Je doet niet wat je al gemakkelijk afgaat (je comfortabele zone) en ook niet wat veel te hoog gegrepen is (je paniek zone), maar je oefent een veeleisende taak die je nog net niet kan. Dit oefen je 1,5 tot 5 uur per dag. Dat oefenen van die vaardigheid die net buiten je bereik ligt pak je mentaal heel bewust aan.
Hoe je dat doet? Daar zijn drie modellen voor. Het eerste model heet het muziekmodel. Als je met het muziekmodel oefent doe je dat zo:

  1. je kiest de activiteit
  2. je deelt de activiteit op in deelactiviteiten
  3. je bepaalt wat belangrijk is in elk van die deelactiviteiten. Wat maakt het verschil in elk van de deelactiviteiten tussen matig en goed presteren?
  4. je oefent elke deelactiviteit. Je zorgt dat je uitvoering observeerbaar wordt, bijvoorbeeld door het op te nemen op video of door een mentor je te laten observeren
  5. je analyseert wat je hebt geoefend door je prestatie te vergelijken met een maatstaf en identificeert je fouten

Een tweede model van intentioneel oefenen is het schaakmodel. Het schaakmodel gaat zo:

  1. ga uit van een case
  2. bedenk hoe je in deze case goed zou kunnen acteren
  3. vergelijk je eigen acties met die van een meester in het veld
  4. als jouw acties afwijken van die van de meester, onderzoek dan waarom dat zo is en welke actie beter is

Een derde model van intentioneel oefenen is het sportmodel. Het sportmodel gaat zo:

  1. conditioneer je basisvaardigheden. Je krijgt door conditionering van je basisvaardigheden geen nieuwe vaardigheden maar je versterkt je bestaande vaardigheden. Dit kun je doen door terug te keren naar je oude studieboeken of naar de basisinformatie die je kreeg toen je startte met je activiteit. Zo haal je oude kennis op.
  2. gerichte simulatie. Plaats jezelf in een hypothetische situatie en oefen hoe je zou reageren in die situatie. Door zo te oefenen leer je jezelf te reageren op onvoorspelbare gebeurtenissen.

Om zo intentioneel te oefenen heb je zelfregulatie nodig. Hoe kun je jezelf reguleren tijdens het oefenen?

  1. zelfregulatie voor het oefenen gaat zo: formuleer je doelen in procesmatige termen in plaats van in resultaatgerichte termen. Een voorbeeld: ik wil dat mijn client zich begrepen voelt (procesdoel) in plaats van ik wil dat deze client een 8 geeft voor mijn coaching en ik ga dat proberen te bereiken door samen te vatten in de woorden van de client (in plaats van ik ga proberen een goede coach te zijn).
  2. zelfregulatie tijdens het oefenen gaat zo: observeer jezelf terwijl je aan het werk bent. Doe aan metacognitie. Dat wil zeggen dat je jezelf tijdens je werk observeert en checkt of je de goede kant aan het opgaan bent en zo niet wat je moet veranderen. In een coachingsgesprek analyseer je bijvoorbeeld of je goed aan het aansluiten bent bij je client
  3. zelfregulatie na het oefenen gaat zo: beoordeel jezelf tegen de maatstaf die relevant is voor wat je wilt bereiken. Kies bijvoorbeeld een maatstaf als de beste in je vakgebied, je beste eigen prestatie of de prestatie van een concurrent. Als je zo evalueert zul je fouten ontdekken in plaats van dat je alleen concludeert dat je het goed, slecht of ok hebt gedaan. Benader die fouten met het idee dat ze onder je controle zijn. Wat deed je zelf fout? Omdat je zo specifiek bent in wat je wilt leren in procesgerichte termen, kun je ook goed aanwijzen welk deel van het proces je niet goed deed. Daardoor ligt de fout binnen je invloedssfeer in plaats van dat het buiten je ligt en je machteloos bent (het ligt aan het weer of aan de scheidsrechter etc.). Pas vervolgens je gedrag aan om je fout te verbeteren.

Naast het intentioneel oefenen van een vaardigheid is ook het verdiepen van je kennis belangrijk voor top presteren. Je kunt je kennis verdiepen door op zoek te gaan naar relevante informatie in je vakgebied. Toppresteerders hebben veel, hoog ontwikkelde complexe mentale modellen van hun vakgebied. Dit draagt op drie manieren bij aan top prestaties:

  1. een mentaal model vormt het framework waar je je groeiende kennis aan ophangt, waardoor je meer onthoudt. Toppresteerders hebben niet een aangeboren beter geheugen, maar hebben complexe mentale modellen waardoor hun kennis geen losstaande data zijn maar passen in een samenhangend geheel. Daardoor zijn de feiten beter te onthouden.
  2. een mentaal model helpt je om irrelevante informatie te onderscheiden van relevante informatie.
  3. een mentaal model helpt je om te projecteren wat er zal gaan gebeuren. Daardoor kun je je acties beter afstemmen op wat je al aan ziet komen dat er gaat gebeuren.

Het resultaat van intentioneel oefenen is dat je meer gaat waarnemen, meer kennis krijgt, meer onthoudt. Dat is te zien in je brein en je lichaam. In je brein is het te zien aan het opgebouwde laagje myeline rondom de zenuwvezels en de neuronen. Daardoor werkt het gebied van de hersenen dat actief is tijdens het uitoefenen van je activiteit beter, sneller en complexer. Uiteindelijk is na duizenden uren van intentioneel oefenen top presteren mogelijk. Maar ook zonder die duizenden uren te oefenen en zonder het top niveau te bereiken, helpt zo nu en dan intentioneel oefenen je al met beter te worden in wat je doet.