Skip to content

Kritisch nadenken over positieve psychologie

Na lang aarzelen heb ik een tijdje geleden toch besloten om The Routledge International Handbook of Critical Positive Psychology aan te schaffen. Ik aarzelde om twee redenen.

Geen gewoon handboek

Ten eerste vroeg ik me af of ik positieve psychologie interessant genoeg vind om verder tijd aan te besteden. Ten tweede vond ik de prijs vreemd hoog voor een handboek. Mijn nieuwsgierigheid won het uiteindelijk toch en het is een goede keuze, want ik vind het zeker interessant leesvoer. Het handboek is geen 'gewoon' handboek. Dit handboek is namelijk geen weergave van de state of the art in PP, iets dat bijvoorbeeld het Oxford Handbook of Positive Psychology wel is. Critical Positive Psychology bestaat niet eens en zou je een oxymoron kunnen noemen. In plaats daarvan is dit handboek geschreven door zowel wetenschappers in andere domeinen van de psychologie, wetenschappers binnen PP en ook niet-wetenschappers. De vraag aan alle auteurs was om hun visie te geven op PP en zich daarbij niet geremd te voelen door een standaard schrijfformat. Daardoor lezen de hoofdstukken als individuele essays.

Sectie 1: kritiek

Momenteel lees ik sectie 1 getiteld ‘Criticism of Positive Psychology’. In dit deel wordt PP van verschillende kanten bekritiseerd.

Waardenvrij?

De eerste kritiek komt van humanistisch psychologen en is geschreven door Robbins en Friedman. Zij dagen de positieve psychologie uit om te onderkennen en expliciet erkennen dat Epistemische en non-Epistemische waarden een onvermijdelijk en belangrijk onderdeel zijn van psychologie en dus ook van PP. De auteurs beschrijven de positieve psychologie als ‘een slecht gevormde set van onontwikkelde, incoherente theorieën omtrent wat het is om goed te leven, met veel, voornamelijk betekenisloze empirische data die een duidelijke richting missen.’ Als positieve psychologie een volledige, integrale theorie zou worden, met goede filosofische fundamenten, zou het wellicht een volwaardig domein binnen de psychologie kunnen worden, maar dan zou het eigenlijk zich niet onderscheiden van de humanistische psychologie, zo stellen deze auteurs. Naast deze inhoudelijke kritiek hebben de auteurs ook kritiek op de afhoudende houding van de wetenschappers in de positieve psychologie. Ze stellen dat er geen dialoog mogelijk is met de positieve psychologen, omdat deze wetenschappers de dialoog met humanistisch psychologen en filosofen weigeren.

Welbevinden als sleutelconstruct niet coherent

De tweede kritische noot komt van MacDonald en gaat over het construct van welbevinden. In dit hoofdstuk geeft de auteur een analyse van het construct en toont hij aan dat er enorm veel verschillende definities en constructen worden gehanteerd. Hij vraagt zich af hoe een discipline die zichzelf wetenschappelijk noemt ook maar enige progressie kan boeken wanneer er geen overeenstemming is over zijn sleutelconstruct (welbevinden) en geen empirisch geïnformeerd framework om alle verschillende definities in te organiseren. Zo is er: emotional well-being, chaironic well-being, general well-being, eudaimonic well-being, existential well-being, halcyonic well-being, hedonic well-being, psysical well being, prudential well being, social well-being, spiritual well-being, subjective well-being en de lijst gaat door.

Dankbaarheid niet per definitie positief

De volgende kritiek komt van Gullifor en Morgan  en zoomt in op het begrip ‘gratitude’ ofwel dankbaarheid. In de positieve psychologie wordt gevonden dat dankbaarheid (owe, gratitude) leidt tot positief affect en minder negatief affect, tevredenheid met je leven en verbeterde mentale gezondheid.  De kritiek die de auteurs hebben richt zich allereerst op het construct gratitude. Er blijkt geen eenduidige definitie te zijn onder de positieve psychologie wetenschappers die zich hiermee bezig houden. Daarnaast dagen de auteurs de stelling uit dat gratitude steeds iets positiefs is. Ze beschrijven verschillende vormen van dankbaarheid die van elkaar verschillen in termen van de lading die ze hebben voor mensen in verschillende contexten. In de positieve psychologie wordt een positieve karaktereigenschap of een positieve emotie of een positieve sterkte positief genoemd omdat het goed voelt. Maar een positief gevoel is een dubieuze maatstaf voor of iets goed is. (Iemand die zich bijvoorbeeld verkneukeld omdat iemand anders ongelukkig is, voelt zich goed, maar dat kun je niet serieus iets goeds noemen.) Het verheffen van dankbaarheid als iets goeds in zichzelf, als karaktereigenschap of als positieve emotie, gaat voorbij aan de context waarin die dankbaarheid wordt gevoeld. Iemand die een cadeautje krijgt waar hij blij mee is, voelt zich positief dankbaar. Maar dezelfde persoon die zich verlegen voelt met het cadeautje voelt zich negatief dankbaar. PP neemt de positieve connotatie van dankbaarheid voor lief, terwijl de auteurs en onderzoekers aantonen (door het onderzoek dat ze zelf hebben gedaan), dat dankbaarheid een gemixt concept (mixed valence) is en geen uitsluitend positief concept.

PP: diagnosticerend en defectgericht

De volgende kritiek komt van Thompson. Hij neemt de claim onder de loep dat de positieve psychologie een fundamentele shift zou zijn van de mainstream (defectgerichte) psychologie. Diagnoses van mentale ziektes en een focus op mentale ziektes was niet waar de positieve psychologie zich mee bezig hield, zo claimde Seligman, maar in plaats daarvan richt positieve psychologie zich helemaal op de positieve kant van het leven: geluk, well-being, hoop, sterktes en floreren. Maar de positieve psychologie is net zo’n diagnostische en defectgerichte psychologie geworden, als mainstream psychologie zo stelt Thompson. Niet alleen is de persoonsgerichte sterktegerichtheid sterk diagnostisch, en leidt het tot dezelfde labels als in mainstream psychologie. Ook wat er vervolgens met die labels gebeurt is hetzelfde; het leidt tot de diagnose of je gelukkig genoeg bent, genoeg floreert en een goede positiviteitsratio hebt. PP verschilt daarin niet van de diagnoses en labels in de zogenaamde defectgerichte psychologie. Daarnaast bekritiseert Thompson de sterke commerciële focus van PP; geen wetenschappelijk domein in de psychologie heeft in korte tijd zoveel onsamenhangende onderzoeken geproduceerd, en stimuleert zijn wetenschappers om met pakkende boektitels en TED-presentaties het marketingpad op te gaan en geld te verdienen. Er zijn veel commerciële tests die je de diagnose geven of je gelukkig genoeg bent, en vervolgens zijn er allerlei commerciële producten die je kunt kopen om gelukkiger te worden. In de positieve psychologie is sprake van een normatief framework voor de mate waarin mensen gelukkig zouden moeten zijn, plus wat mensen gelukkig zou moeten maken. Dat dit een cultureel bepaald normatieve framework is, wordt niet als zodanig onderkend. De individuele sterktegerichtheid gaat daarnaast voorbij aan de context waarin mensen functioneren.

Dat waren de eerste paar hoofdstukken in sectie 1. Sectie 2 gaat over het goed toepassen en benutten van PP en sectie 3 gaat over toegepaste perspectieven.

Andere artikelen over PP die ik in de loop der jaren schreef vind je hier:

  1. Kritiek op de positieve psychologie
  2. Positieve stemming kan leiden tot zelfondermijnende acties
  3. Geen bewijs dat een positieve attitude invloed heeft op het verloop van kanker
  4. Als we focussen op talent komen de resultaten vanzelf
  5. Negatieve emoties, nodig en nuttig
  6. Doen waar je goed in wilt worden
  7. Focus op sterktes kan je zwakker maken

2 thoughts on “Kritisch nadenken over positieve psychologie

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *