Foto: Walter Schlundt Bodien

De kwaliteit van oefenen bepaalt het verschil: nieuw bewijs voor deliberate practice. Southwick et al (2026) voerden een longitudinaal onderzoek uit naar het bereiken van een topniveau onder schaakspelers. Volgens de onderzoeken van Anders Ericsson is deliberate practice de verklaring voor topexpertise. Ericsson schreef daarover het boek Peak, dat is gebaseerd op zijn deliberate practice onderzoeken (1993). Onderzoekers zoals McNamara hebben geprobeerd om te bewijzen dat topexpertise grotendeels bepaalt wordt door talent, dus door aangeboren aanleg. Sommige onderzoekers (zoals Howard) claimen ook dat de hoeveelheid schaakspellen dat je speelt de verklarende factor voor topexpertise is, en niet de manier waarop je oefent. Soutwicks onderzoek geeft opnieuw het bewijs dat deliberate practice ten grondslag ligt aan topexpertise.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Schaakspelers

De studie was grootschalig en longitudinaal. Er waren 44.213 schakers op Chess.com betrokken in het onderzoek en er werd gebruik gemaakt van objectieve gegevens met tijdstempels om zowel de oefenactiviteiten als de prestaties te meten. Het ging dus niet om zelfrapportages. Op de Chess.com site hebben schakers drie deliberate practice mogelijkheden, die ze al dan niet kunnen kiezen. Ze kunnen lessen volgen, ze kunnen een review van hun schaakzetten bestuderen en daarbij leren van hun fouten en ze kunnen puzzels maken (de beste schaakzet voorspellen en dan feedback krijgen wat de beste schaakzet in de situatie is). Ze kunnen ook kiezen voor het alleen maar spelen van schaakspellen, zonder gebruik te maken van de lessen, reviews of puzzels. Hierdoor biedt dit onderzoek een gedetailleerd en ecologisch valide beeld van de manier waarop verschillende vormen van oefenen de ontwikkeling van vaardigheden beïnvloeden.

Deliberate practice

De onderzoekers vonden dat activiteiten die overeenkomen met deliberate practice gemiddeld een 3,61 keer hogere leerefficiëntie hadden dan het simpelweg spelen van partijen. De drie deliberate practice oefeningen zijn niet alle drie even effectief. Het volgen van lessen leverden gemiddeld de grootste vooruitgang op. Reviews van je eigen schaakzetten leverde ook vooruitgang op, en daarnaast leverde deze manier van oefenen betrouwbaar en consistent verbetering op voor spelers op verschillende vaardigheidsniveaus. Puzzels waren minder effectief dan zowel lessen als reviews en leverden ongeveer evenveel vooruitgang op als het spelen van partijen.

Lessen en Reviews

Het reviewen van je eigen schaakzetten en daarop feedback krijgen is de meest sterke toepassing van deliberate practice principes. Partijanalyses bevatten gepersonaliseerde feedback op eigen fouten en de mogelijkheid om precies die situaties herhaaldelijk te oefenen. De puzzels hadden zwakkere deliberate practice kenmerken, want de speler kon zelf kiezen om voor hem of haar makkelijker of moeilijker puzzels op te lossen, dus de schaker kon zichzelf al dan niet uitdagen net boven het huidige competentieniveau. Bij sommige puzzelvormen werd juist snelheid beloond, dus dergelijke puzzels focussen meer op presteren dan op verbetering.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Oefenstrategie

Het ‘fan-spread effect’ in vaardigheidsontwikkeling betekent dat mensen die aanvankelijk beter presteren in de loop van de tijd ook sneller vooruitgaan. De onderzoekers tonen met dit onderzoek aan dat dit patroon gedeeltelijk kan ontstaan doordat mensen verschillende oefenstrategieën gebruiken. Ter illustratie beschrijven zij drie hypothetische schakers die allemaal beginnen met dezelfde rating van 629,87 (het gemiddelde in de steekproef): één die oefent zoals de gemiddelde speler uit klasse J (volledige beginner), één die oefent zoals de gemiddelde speler uit klasse A (zeer sterke amateur) en één die oefent zoals de gemiddelde expert (topsporter). Op basis van hun model zou de speler die de oefenstrategie van experts volgt aanzienlijk sneller vooruitgaan, ondanks dat alle drie evenveel uren aan schaken besteden. De verschillen in prestaties zouden daardoor steeds groter worden, niet vanwege talent, maar vanwege verschillen in de gekozen trainingsstrategie.

Deliberate practice

Niet alle vormen van oefenen zijn even effectief. Iemand kan heel veel tijd besteden aan het spelen van schaakspellen, en toch niet beter worden in schaken. De manier om wel beter te worden is deliberate practice. Daarbij is directe feedback op wat je nog niet goed doet essentieel. Die feedback kan komen van een coach, maar kan ook komen van een AI. In deze studie kwam de feedback van een AI. Verschillen in leersnelheid komen niet zozeer voort uit stabiele cognitieve eigenschappen, maar uit de manier van oefenen. Wil je ergens beter in worden? Vraag je niet af of je er wel het talent of de intelligentie voor hebt, maar ga oefenen via deliberate practice. Wie weet waar je dan uitkomt. Niemand die het antwoord daarop kan voorspellen. Een ding is wel zeker: via deliberate practice word je beter ten aanzien van wat je nog niet kunt.

 
Trainingen Progressiegericht Werken