Search results for:

Progressie van leraren door training in autonomie-ondersteunend lesgeven

Onderzoek in de zelfdeterminatietheorie laat consequent zien dat SDT interventies onder leraren positieve effecten hebben voor hun leerlingen en voor de leraren zelf.Klik hier om meer te lezen

Autonome zelfregulatie van studenten

Zelfregulatie is het proces waarin mensen hun capaciteiten organiseren en managen met het oog op het bereiken van een gewenste toekomstige situatie. Dus ze sturen hun gedachten, hun emoties, hun gedrag en hun sociaal-contextuele omgeving. De zelfdeterminatietheorie geeft veel inzicht in het ‘waarom’ en ‘wat’ van zelfregulatie.

Klik hier om meer te lezen

Intrinsieke motivatie: optimale uitdaging die de persoon vrijwillig aangaat

Intrinsieke motivatie refereert aan activiteiten die gedaan worden vanwege de inherente satisfactie tijdens het doen van de activiteit. Het zijn activiteiten die je doet vanuit interesse, je bent nieuwsgierig, je ervaart iets verrassends en nieuws. Doordat menselijke organismen via het evolutionaire proces geprikkeld zijn om actief invloed te hebben op hun omgeving en hun omgeving te ‘manipuleren’ ontdekken mensen nieuwe dingen en leren zij vaardigheden. Intrinsieke motivatie bestaat daarmee steeds tussen de persoon en de activiteit.Klik hier om meer te lezen

Een aantal dimensies van progressiegericht opvoeden

In onze trainingen leidinggeven en coachen gaan deelnemers vaak ook nadenken over de manier waarop zij hun kinderen opvoeden. Een logisch gevolg, want de progressiegerichte manier van denken en handelen is net zo relevant voor werksituaties als voor privésituaties, en de relatie met onze naasten is waarschijnlijk voor de meesten nog belangrijker dan die met onze collega’s. In dit artikel adresseer ik daarom een aantal dimensies van progressiegericht opvoeden.Klik hier om meer te lezen

Hoe gebruiken docenten de progressiegerichte aanpak in de klas?

Docenten gebruiken de progressiegerichte aanpak op allerlei manieren in hun werk. Hier zijn wat voorbeelden van hoe zij dat doen.Klik hier om meer te lezen

Een paar van Dan Pink’s termen vergeleken met de zelfdeterminatietheorie

pink

 

 

 

 

 

 

 

Deze week vroeg iemand me over de publicaties van Dan Pink en wat mijn mening daarover is. Hieronder zet ik een paar dingen op een rij, ten aanzien van Dan Pinks terminologie en de gehanteerde termen en definities in de zelfdeterminatietheorie.

Klik hier om meer te lezen

Als docent zelf autonoom gemotiveerd zijn

Een paar weken geleden zei een directeur van een middelbare school tijdens een NOAM-kennismakingsworkshop:”Dus je eigen motivatie als docent heeft een groot effect op hoe het in de klas gaat?”
Dat klopt. Hoe werkt dat? Mensen kunnen kiezen om docent te worden om verschillende redenen. Die redenen kunnen extrinsiek zijn: een hoge status, een veilige baan, een goed salaris, druk van familie of vanuit zichzelf om voor dit beroep te kiezen. Die redenen kunnen ook intrinsiek zijn: ik hou ervan om jonge mensen te helpen in hun ontwikkeling, ik heb veel plezier in doceren, ik wil graag bijdragen aan een goed ontwikkelde volgende generatie. De ene soort reden resulteert in een extrinsieke motivatie, de andere soort reden in een autonome motivatie voor het vak van docent. Het blijkt dat mensen die autonoom gemotiveerd zijn om docent te zijn zich beter aanpassen aan nieuwe omstandigheden, beter leren, beter presteren, meer voldoening hebben in hun werk en een effectievere lesstijl hebben dan docenten die extrinsiek gemotiveerd zijn voor hun vak. Daarnaast bereiden autonoom gemotiveerde docenten hun lessen beter voor, geven ze betere instructies, blijven ze langer in het vak, ontwikkelen ze zichzelf professioneel beter, staan ze meer open voor nieuwe instructiemodellen en om zelf getraind te worden en rapporteren ze meer plezier te hebben in het docentschap. De kwaliteit van hun lesgeven is ook hoger dan bij docenten die extrinsiek gemotiveerd zijn (Reeve & Su, 2014).
Naast de redenen om voor het vak te kiezen is ook de druk die de docent in zijn werk ervaart belangrijk voor de kwaliteit van zijn eigen motivatie. De docent kan ervaren dat hij onder druk wordt gezet van boven (ouders, leidinggevenden), van binnenuit (zichzelf) of van onderaf (de leerlingen). Druk van leidinggevenden is bijvoorbeeld de verplichting om te voldoen aan regels en procedures die worden opgelegd. Druk van ouders is bijvoorbeeld hoe de interactie met ouders verloopt: agressief en onderdrukkend of constructief. Druk van binnenuit is de druk die de docent zichzelf oplegt: is hij autonoom gemotiveerd voor het docentschap of voelt hij een inwendige druk en verplichting? Druk van onderaf is hoe de docent de leerlingen ervaart: zijn ze gemotiveerd en betrokken of niet? Als de docent ervaart dat de leidinggevende hem aanmoedigt om intrinsieke doelen na te streven, betekenis te geven aan zijn werk en uitdaging te vinden in zijn werk, dan heeft dit een positief effect op zijn autonome motivatie. Als de docent ervaart dat de interactie met ouders constructief verloopt heeft dit ook een positief effect op zijn autonome motivatie. Als de docent ervaart dat zijn leerlingen betrokken zijn en willen leren heeft dit ook een positief effect op zijn autonome motivatie.
Als de docent onder druk staat gebruikt hij ook meer onderdrukkende lesmethoden naar zijn leerlingen toe. Als de docent autonoom gemotiveerd is gebruikt hij ook meer autonomie ondersteunende lesmethoden naar zijn leerlingen toe. In dit stukje beschrijf ik de kenmerken en voordelen van een automie-ondersteunende stijl van lesgeven.
De eigen motivatie van de docent heeft dus inderdaad een groot effect op hoe het in de klas gaat én op hoe het met de docent zelf gaat in zijn werk.