Skip to content

Progressie van leraren door training in autonomie-ondersteunend lesgeven

Onderzoek in de zelfdeterminatietheorie laat consequent zien dat SDT interventies onder leraren positieve effecten hebben voor hun leerlingen en voor de leraren zelf.

Progressie na SDT interventie

De SDT interventies waar we het dan over hebben behelzen trainingsprogramma’s waarin docenten leren om meer autonomie-ondersteunend les te geven. Het gaat dan om dit soort gedragingen. Leraren die een autonomie-ondersteunende doceerstijl hebben, worden door hun leerlingen als meer autonomie-ondersteunend ervaren en die leerlingen laten de volgende progressie zien:

  • Een toegenomen motivatie voor leren en studeren
  • Diepgaande en conceptueler leren
  • Betere academische prestaties
  • Beter welbevinden

Mechanismen

De leraren zelf hebben ook baat bij een meer autonomie-ondersteunende stijl van lesgeven. Ze merken dat het lesgeven makkelijker wordt en betere resultaten oplevert. Cheon et al vroegen zich af welke mechanismen verantwoordelijk waren voor deze effecten. Specifiek vroegen ze zich af welke resources leraren verwierven gedurende de SDT interventie waardoor ze autonomie-ondersteunender gingen les geven.

Resources die leraren verwerven

De onderzoekers verwachtten dat er drie mechanismen een rol speelden:

  1. Betere vervulling van psychologische basisbehoeften tijdens het lesgeven: dus als docent je meer verbonden, autonoom en competent voelen en ook de psychologische basisbehoeften van studenten beter vervullen.
  2. Leraar-efficacy, dat wil zeggen het zelfvertrouwen dat je als docent in specifieke lessituaties effectief kunt zijn. Self-efficacy voorspelt de initiatie van bepaalde gedragingen in de klas en inspanning en doorzettingsvermogen. Self-efficacy is iets anders dan de basisbehoefte competentie. Als de basisbehoefte competentie wordt vervuld, voorspelt dit de proactieve wens om je vaardigheden als docent uit te breiden en te groeien en een diepe interesse en gretigheid om nieuwe uitdagingen aan te gaan en progressie te boeken.
  3. Meer focus op intrinsieke onderwijsdoelen. Dat betekent dat de leraar een focus heeft op de persoonlijke groei van studenten en op een goede relatie met hen. Extrinsieke onderwijsdoelen zijn: mijn studenten moeten hoge cijfers halen of mijn studenten moeten slagen

How to en intrinsiek

Uit het longitudinaal onderzoek bleek dat er twee mechanismen van deze drie bij de leraar inderdaad leiden tot een autonomie-ondersteunende lesstijl: self efficacy en focus op intrinsieke onderwijsdoelen.

Psychologische basisbehoeften

Voor de medierende factor van de psychologische basisbehoeftenbevrediging werd geen indicatie gevonden, hoewel de drie factoren wel in samenhang met elkaar werken. De onderzoekers geven richting voor verder onderzoek naar de rol van de psychologische basisbehoeftenbevrediging het bij het ontwikkelen van een autonomie-ondersteunende lesstijl. Misschien is de vervulling van psychologische basisbehoeften eerder een effect dat optreedt als de leraar autonomie-ondersteunend les geeft, dan een resource die ertoe leidt dat de leraar autonomie-ondersteunend gaat les geven.

Intrinsieke onderwijsdoelen

Docenten gingen meer focussen op intrinsieke onderwijsdoelen en die focus gaat nu eenmaal niet logisch samen met autoritair gedrag en druk op leerlingen. Als je de aandacht trekt naar wat de leerling interessant en belangrijk vindt en hoe de leerling kan groeien, komt daar automatischer een autonomie-ondersteunende communicatie- en lesstijl bij dan een controlerende.

Teacher efficacy

De self efficacy groeide omdat leraren grip kregen op ‘how to’: hoe kan ik autonomie-ondersteunend lesgeven ook wanneer er weinig tijd is, ik druk voel of de klas erg groot is?

Autonomie-ondersteunend lesgevenControlerend lesgeven
  • Sluit aan bij het perspectief van de leerlingen
  • Appelleer aan de motivationele bronnen van de student zelf (wat hij interessant en belangrijk vindt)
  • Biedt duidelijk en vriendelijk uitleg waarom iets belangrijk is (rationale)
  • Gebruik uitnodigende taal
  • Erken en accepteer negatieve gevoelens van leerlingen
  • Heb geduld
  • Alleen het perspectief van de docent en de school zijn relevant
  • Introduceer extrinsieke motivatoren (cijfers, beloningen, straffen, druk)
  • Geef opdrachten zonder toelichting
  • Gebruik autoritaire taal
  • Weerleg negatieve gevoelens, negeer ze of schuif ze aan de kant als niet relevant
  • Hamer op juiste antwoorden of gedragingen nu direct

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.