Goed leven

Een “life well lived” volgens de zelf determinatie theorie is een leven dat gekenmerkt wordt door:

  1. Autonome zelfregulatie: je doet dingen die je interessant vindt en/of die je waardevol vindt en tijdens het uitvoeren van die dingen ervaar je volledige bereidwilligheid om ze te doen. Autonome zelfregulatie is een sleutel voor het volledig functioneren van mensen en het welbevinden van organismen in hun context. Autonome zelfregulatie hangt samen met doorzettingsvermogen, betere prestaties en grotere psychologisch, fysiek en sociaal welbevinden. Daarom stelt de zelfdeterminatie theorie dat een goed leven leven gekenmerkt wordt door autonome zelfregulatie.
  2. Het nastreven en verwerven van intrinsieke aspiraties: je stelt jezelf intrinsieke doelen, die bijdragen aan persoonlijke groei, intieme relaties, fysieke gezondheid en het bijdragen aan de samenleving. Intrinsieke aspiraties nastreven en verwerven vergroot het welbevinden van mensen omdat de universele psychologische basisbehoeften worden vervuld door het nastreven en verwerven van deze aspiraties. Dit hangt samen met psychologische, fysieke en sociale gezondheid van mensen. Daarom stelt de zelf determinatie theorie dat een goed leven leven gekenmerkt wordt door het nastreven en verwerven van autonome aspiraties.
  3. Mindful besef van de huidige ervaring: je bent je op een relaxte en oordeelloze wijze bewust van je ervaring op een bepaald moment. Mindfulness stimuleert de autonomie en het welbevinden, het aannemen van intrinsieke aspiraties en het bijdragen aan verantwoordelijk gedrag ten aanzien van de ecologie. Het stimuleert ook constructieve reacties in conflictsituaties met je romantische partner en in situaties waarin er stress is of zelfs sprake is van doodsdreiging. Daarom stelt de zelfdeterminatie theorie dat een goed leven leven gekenmerkt wordt door mindful besef van de huidige ervaring.

Bij een goed leven is er sprake van harmonie tussen denken, gevoelens en acties.
Hier zijn vijf vragen die ik een tijdje geleden opschreef en waarmee je kunt reflecteren op je levenskeuzes.

Laten we progressie blijven boeken naar een veilige en betere wereld

De wereld heeft progressie geboekt. De levensstandaard van het grootste deel van de mensen op de wereld is toegenomen, onze gezondheidszorg is verbeterd, onze levensverwachting toegenomen, er is minder geweld en minder barbaarse wreedheid en steeds meer mensen vinden wreedheden ook onacceptabel in plaats van normaal. Onze wetenschap is verbeterd en we hebben veel meer kennis verworven omtrent onszelf en onze plek in het heelal.
Tegelijkertijd gebeuren er afschuwelijke dingen waardoor ons gevoel van veiligheid en vrijheid onder druk staat en we de progressie die we hebben geboekt bedreigd zien worden. De aanslag in Parijs is daarvan een gruwelijk voorbeeld.
Uit angst om mensen te beledigen of uit angst voor represailles kan je dan je mond gaan houden. Je ideeën stil houden. Je gedeisd houden. Of gaan denken dat alle ideeën even goed gevonden moeten worden. Dat jij dan misschien wel voor democratie bent, maar dat een dictatuur eigenlijk net zo goed is. Dat jij misschien wel voor bent dat vrouwen zelf auto mogen rijden, maar dat een maatschappij waarin dat verboden is voor vrouwen gewoon een andere cultuur representeert. Een cultuur die net zo goed is. Gewoon anders.
Maar boeken we dan progressie? Ik denk het niet. Als je je ideeën voor je houdt beledig je niemand, maar je geeft ook geen tegengas tegen overtuigingen die schade opleveren. Als je denkt dat alle ideeën even goed gevonden moeten worden, blijven er situaties in stand die slecht zijn voor het welbevinden van mensen. Onderdrukking. Moord. Angst. Gedwongen afhankelijkheid. Vrijheidsberoving. Het is slecht voor het welbevinden van mensen om onderdrukt te worden, om te leven met de dreiging vermoord te worden, om angstig te leven, om beroofd te worden van je vrijheid in allerlei vormen.
Niet alle ideeën zijn even goed. Het idee om mensen dood te schieten is slechter dan het idee om mensen in vrede met elkaar te laten leven. Het idee om mensen te onderdrukken of een geloofsovertuiging op te leggen is slechter dan het idee om ieders autonomie te respecteren.
De wetenschap geeft ons steeds meer informatie over wat goed is voor mensen. Wat het welbevinden van mensen versterkt. Wat goed is voor samenlevingen. Wat goed is voor het behoud van de aarde. Als we met elkaar de op kennis gebaseerde overtuigingen blijven delen dan geven we tegengas tegen ongefundeerde en schadelijke overtuigingen.
Progressie bestaat. Laten we progressie blijven boeken naar een veilige en betere wereld door op kennis gebaseerde overtuigingen naar voren te brengen. Onze kinderen op kennis gefundeerde overtuigingen te leren. En tegengas te geven tegen mensen en instituten die ongefundeerde overtuigingen aannemen of verspreiden als waarheden.

Je welbevinden versterken door te focussen op intrinsieke doelen

Uit een studie van Lekes et al (2012) bleek een causaal verband te zijn tussen een focus op intrinsieke doelen en toegenomen welbevinden. Dus als je je focust op je intrinsieke doelen, dan heeft dit naar alle waarschijnlijkheid een positief effect op je welbevinden. Intrinsieke doelen onderscheiden zich van extrinsieke doelen doordat ze aansluiten bij de psychologische basisbehoeften van mensen. Een intrinsiek doel is bijvoorbeeld het nastreven van persoonlijke groei. Ook het opbouwen van intieme relaties en het bijdragen aan de gemeenschap zijn intrinsieke doelen. Extrinsieke doelen zijn bijvoorbeeld het nastreven van een beloning, rijkdom, populariteit en schoonheid. Dit soort doelen hebben gemeen dat er sprake is van een afhankelijkheid van de goedkeuring van anderen of een andere vorm van extrinsieke beloning en controle. Het blijkt dat mensen die extrinsieke doelen nastreven een verminderd welbevinden ervaren en dat ze juist hoge verwachtingen hebben van hun geluksniveau als ze het extrinsieke doel hebben bereikt. Die hoge verwachtingen komen niet uit, in plaats daarvan neemt het welbevinden af. De intrinsieke doelen liggen in lijn met de psychologische basisbehoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Het nastreven van die doelen helpt om de basisbehoeften te vervullen en daardoor neemt het welbevinden toe.
Je kunt zelf een focus aanbrengen op je intrinsieke doelen. Kies daartoe eens twee intrinsieke doelen die belangrijk voor je zijn en schrijf gedurende 20 minuten op waarom deze doelen zo waardevol voor je zijn en hoe deze doelen en waarden terug te zien zijn in je leven. Sta vervolgens elke week een keertje stil bij je twee intrinsieke doelen. Lees wat je hebt geschreven dan even door, bedenk twee slogans of quotes die aansluiten bij je intrinsieke doelen en waarom die belangrijk voor je zijn en reflecteer even hoe je bezig bent geweest met je intrinsieke doelen de afgelopen week. In het onderzoek van Lekes deden mensen dit gedurende vier weken en was een toename in hun welbevinden het resultaat.

Je bereikt je doelen beter als je ze zelf hebt gekozen

Een belangrijke manier waarop mensen hun leven betekenis geven is door persoonlijke doelen te stellen en te proberen die doelen te bereiken. De doelen die mensen nastreven kunnen worden ervaren als autonoom, dat wil zeggen dat mensen helemaal achter het nastreven van het doel staan en een volledige bereidwilligheid ervaren om het doel te bereiken. De doelen die mensen nastreven kunnen ook worden ervaren als verplicht, dat wil zeggen dat mensen druk en controle ervaren en vanwege die druk en controle het doel proberen te bereiken. Wat maakt het uit, denk je misschien, of een doel wordt nagestreefd omdat men het zelf wil of omdat men het moet. In beide gevallen streeft de persoon immers het doel na. Toch maakt het wel degelijk een verschil of iemand een autonoom doel of een gecontroleerd doel nastreeft.
Het eerste verschil gaat over het boeken van progressie. Mensen die een doel nastreven waarvan ze ervaren dat ze er helemaal achter staan, boeken meer en betere progressie dan mensen die een doel nastreven waarvan ze ervaren dat ze verplicht zijn het doel na te streven. Dit geldt ongeacht welke persoonlijkheid de persoon heeft, ongeacht hoe belangrijk het doel is, ongeacht hoe moeilijk het doel te bereiken is en ongeacht het commitment van de persoon om het doel te bereiken. Autonoom gekozen doelen worden beschermd door de persoon die vrijwillig het doel nastreeft. Als er afleidende doelen zijn pad kruizen of als hij moeilijkheden op zijn weg vindt, dan doet de persoon dingen die hem blijven focussen op het doel en negeert hij de dingen die hem afleiden van het boeken van progressie. Ook de implementatie-intenties blijken effectiever te werken wanneer je een autonoom gekozen doel nastreeft. Wil je meer lezen over implementatie-intenties, lees dan dit en dit en dit en dit. Iemand die graag kwalitatief en kwantitatief progressie wil boeken doet er goed aan te onderzoeken hoe hij de doelen die hij nastreeft zo autonoom mogelijk kan maken. Welke doelen vind je echt belangrijk? Welke doelen interesseren je? Welke doelen kloppen met je persoonlijke waarden en belangen?
Het tweede verschil gaat over welbevinden. Mensen die een autonoom gekozen doel nastreven ervaren meer positieve emoties, levensvoldoening, vitaliteit en minder negatieve emoties dan mensen die een doel nastreven waartoe ze zich verplicht voelen.
Door doelen te kiezen die belangrijk voor je zijn en je interesseren, ontstaat een opwaartse cirkel van progressie en welbevinden. Het boeken van de progressie stimuleert je namelijk om ook je vervolgkeuzes congruent te laten zijn met wat je echt wilt bereiken, wat ook weer je welbevinden verder versterkt.

Focus

focusAls we met gefocuste aandacht bezig zijn met een onderwerp leren we het beste. Ons brein maakt dan een kaart van de nieuwe informatie en de informatie die we al tot onze beschikking hebben, en legt zo nieuwe neurale verbindingen aan. Als onze geest afdwaalt, vanwege stimuli van buiten af (een hard geluid bijvoorbeeld) of van binnenuit (een verstorende gedachte over die ruzie die we hebben), dan is ons brein druk met andere dingen. Allerlei andere neuronen zijn dan actief dan alleen die neuronen die we nodig hebben om te focussen op wat we aan het leren zijn. Als we geen focus hebben, leggen we geen goede verbindingen aan, en hebben we geen helderdere herinnering aan wat we leerden. Als we scherp gefocust zijn dan loopt de activiteit in onze pre-frontale cortex synchroon met de activiteit waar we onze aandacht op gericht hebben. We zoomen als het ware in en vergeten alles om ons heen. Focus hebben en kunnen opbrengen is een belangrijke vaardigheid voor effectief leren.

Piekeren of productief reflecteren?

Als je ergens mee zit kan dat onderwerp met grote regelmaat door je hoofd spoken. Je kunt dezelfde dingen opnieuw en opnieuw denken. Soms kan dat voelen alsof dat is wat er mis gaat. Ben ik te negatief of kan ik de dingen niet relativeren of ben ik richting overspannenheid aan het gaan, kun je je gaan afvragen? Waarschijnlijk niet. Als er bepaalde gedachten steeds opnieuw te binnen schieten, is dat wellicht een signaal dat je er nog geen goede oplossing voor hebt gevonden. Dat je er nog iets mee wilt of moet. Omdat het je nog dwars zit. Het steeds opnieuw nadenken over het onderwerp is dan een manier om een bepaald gedachtespoor in te slijten, dingen in overweging te blijven houden of nieuwe oplossingen te bedenken. Het verschil tussen piekeren en productieve reflectie is of we al dan niet een klein stapje verder komen in ons denken. Een klein nieuw inzicht verwerven. Rustiger worden van ons nadenken omdat we iets beter beginnen te begrijpen. Een zelfcoachingsexperiment dat kan helpen om productief te reflecteren is de stappen van progressiegerichte zelfcoaching te doorlopen.

Reflectie op motivatiekwaliteit

Autonoom functioneren op het werk (en in je leven) is nastrevenswaardig. Zo nu en dan reflecteren op je motivatiekwaliteit is daarom nuttig voor mensen. Dit artikel helpt met een reflectie op je motivatiekwaliteit.

Klik hier om meer te lezen

Je eigen verwachting effectief te zijn als docent

De verwachting dat je zelf effectief zult zijn in de komende les en als docent in het algemeen is belangrijk voor je persoonlijke docentstijl. De effectiviteitsverwachting bestaat uit drie componenten:

  1. De eigen inschatting van de docent of wat hij gaat doceren makkelijk of moeilijk zal worden, of het eenvoudig voor hem zal zijn om het te doceren of complex
  2. De eigen inschatting van de docent of hij capabel is om het betreffende onderwerp te doceren
  3. De eigen inschatting van de persoonlijke kwetsbaarheid en beperkingen ten aanzien van wat de docent gaat doceren

De verwachting dat je effectief zult zijn heeft een aantal voordelen. Ten eerste voorspelt het het enthousiasme van de docent om te doceren en correleert het negatief met burn-out verschijnselen. Ten tweede voorspelt het hoe gecommiteerd je bent als docent en hoe tevreden je bent met je baan als docent. Tenslotte voorspelt de effectiviteitsverwachting ook hoe effectief de docent is in zijn instructies, hoe goed hij zijn lessen voorbereid, hoe hij doorzet bij tegenslagen en hoe hij reageert op fouten van studenten (kritisch of constructief). Daarnaast voorspelt de eigen effectiviteitsverwachting van de docent hoe optimistisch versus pessimistisch de docent is over of de leerlingen iets kunnen leren. En uiteindelijk: docenten die geloven in hun eigen vermogen om een goede docent te zijn bereiken wat docenten die dat niet geloven niet bereiken. En dat is een verbetering in de kwaliteit van het denken van de leerling, een betere motivatie bij de leerling en betere prestaties van de leerling. Overigens is die effectiviteitsverwachting van de docent geen stabiel persoonlijkheidskenmerk. De effectiviteitsverwachting kan snel veranderen. Je kunt je beter voorbereiden, eenvoudiger instructies bedenken, je mindset ten aanzien van de ontwikkelbaarheid van leerlingen en ten aanzien van je eigen veerkracht veranderen etcetera, en dan verandert je effectiviteitsverwachting.
 

De zonzijde van je schaduwzijde

dark sideHet laatste boek van Todd Kashdan is een pittig pleidooi voor “heelheid”. Zijn boek is getiteld “the upside of your dark side”. Kashdan vindt dat de positieve psychologie dreigt te verzanden in een happinessbeweging, waarin negatieve emoties, de negatieve kanten van het leven en van jezelf worden weggezet als slecht en onbruikbaar. In plaats van de focus op het positieve, claimt Kashdan dat jezelf zijn in alle volledigheid, en niet alleen je goede kanten, leiden tot succes en voldoening.
Hoe komt hij tot dit pleidooi?
Kashdan stelt dat er steeds meer mensen depressief en angstig zijn terwijl de maatschappij tegelijkertijd een steeds grotere nadruk is gaan leggen op het nastreven van gelukkig zijn. Hoe dat komt? De manier waarop mensen proberen gelukkiger te worden leidt niet tot meer geluk maar tot depressies en angsten, stelt Kashdan. Kashdan verwerpt het idee dat de gelukkig leven wordt gekenmerkt door een leven met zo weinig mogelijk pijn en zoveel mogelijk positiviteit. Het opzoeken van de zonzijde en het comfort en het vermijden van negatieve gevoelens en staat van zijn impliceert ook dat mensen hun problemen gaan ontwijken en dus ook oplossingen voor problemen gaan ontwijken, zegt hij.
Daarnaast, stelt Kashdan, kan wat we zien als negatief beter voor ons zijn dan wat we zien als positief. Een paar voorbeelden die Kashdan aanhaalt zijn deze. Studenten die in de war zijn van studiestof en zich daardoor heen weten te worstelen scoren beter op examens dan studenten die de stof direct snappen. Politieagenten die zelf slachtoffer zijn geweest van criminaliteit vertonen meer doorzettingsvermogen en betrokkenheid dan zij die daar niet mee in aanraking zijn geweest. Echtgenoten die hun partner fysiek en verbaal geweld vergaven kregen meer van dat geweld terwijl degenen die het niet accepteerden er een halt aan wisten toe te roepen. De mensen die bereid zijn en in staat zijn om zowel in een positieve als negatieve staat te verkeren bereiken de beste resultaten: ze zijn gezonder, succesvoller, leren beter en hebben diepere voldoening in het leven.
Kashdan heeft het over emotionele, sociale en mentale souplesse. Emotionele veerkracht en soepelheid komt niet voort uit je positief voelen maar uit het tolereren van zowel het positieve als het negatieve als het zich voordoet. Sociale souplesse komt niet voort uit altijd aardig zijn voor anderen maar uit goed kunnen inschatten wanneer je welk gedrag het beste kunt laten zien. En soms is dat kwaadheid, zegt Kashdan. Mentale souplesse is niet constant mindful zijn, maar is het afwisselen van diverse mentale staten. Je laten leiden door je onbewuste is soms beter dan steeds mindful in het hier en nu zijn.
Kashdan heeft een gemakkelijk leesbare schrijfstijl, waarbij hij veel provocerende stellingen poneert. Mij spreken zijn soms “grote stappen snel thuis” redeneringen minder aan, maar het boek is toch best interessant wat mij betreft. Wat denk jij? Is de eenzijdige focus op “gelukkig en positief-zijn” die Kashdan ziet in de USA en Groot Brittanië, ook zichtbaar in onze Nederlandse samenleving? Is een pleidooi voor “heelheid” ook in Nederland nodig? Nemen depressief en angststoornissen toe door een focus op gelukkig zijn? Of heeft die trend misschien toch meer te maken met een therapiecultuur?

Als docent zelf autonoom gemotiveerd zijn

Een paar weken geleden zei een directeur van een middelbare school tijdens een NOAM-kennismakingsworkshop:”Dus je eigen motivatie als docent heeft een groot effect op hoe het in de klas gaat?”
Dat klopt. Hoe werkt dat? Mensen kunnen kiezen om docent te worden om verschillende redenen. Die redenen kunnen extrinsiek zijn: een hoge status, een veilige baan, een goed salaris, druk van familie of vanuit zichzelf om voor dit beroep te kiezen. Die redenen kunnen ook intrinsiek zijn: ik hou ervan om jonge mensen te helpen in hun ontwikkeling, ik heb veel plezier in doceren, ik wil graag bijdragen aan een goed ontwikkelde volgende generatie. De ene soort reden resulteert in een extrinsieke motivatie, de andere soort reden in een autonome motivatie voor het vak van docent. Het blijkt dat mensen die autonoom gemotiveerd zijn om docent te zijn zich beter aanpassen aan nieuwe omstandigheden, beter leren, beter presteren, meer voldoening hebben in hun werk en een effectievere lesstijl hebben dan docenten die extrinsiek gemotiveerd zijn voor hun vak. Daarnaast bereiden autonoom gemotiveerde docenten hun lessen beter voor, geven ze betere instructies, blijven ze langer in het vak, ontwikkelen ze zichzelf professioneel beter, staan ze meer open voor nieuwe instructiemodellen en om zelf getraind te worden en rapporteren ze meer plezier te hebben in het docentschap. De kwaliteit van hun lesgeven is ook hoger dan bij docenten die extrinsiek gemotiveerd zijn (Reeve & Su, 2014).
Naast de redenen om voor het vak te kiezen is ook de druk die de docent in zijn werk ervaart belangrijk voor de kwaliteit van zijn eigen motivatie. De docent kan ervaren dat hij onder druk wordt gezet van boven (ouders, leidinggevenden), van binnenuit (zichzelf) of van onderaf (de leerlingen). Druk van leidinggevenden is bijvoorbeeld de verplichting om te voldoen aan regels en procedures die worden opgelegd. Druk van ouders is bijvoorbeeld hoe de interactie met ouders verloopt: agressief en onderdrukkend of constructief. Druk van binnenuit is de druk die de docent zichzelf oplegt: is hij autonoom gemotiveerd voor het docentschap of voelt hij een inwendige druk en verplichting? Druk van onderaf is hoe de docent de leerlingen ervaart: zijn ze gemotiveerd en betrokken of niet? Als de docent ervaart dat de leidinggevende hem aanmoedigt om intrinsieke doelen na te streven, betekenis te geven aan zijn werk en uitdaging te vinden in zijn werk, dan heeft dit een positief effect op zijn autonome motivatie. Als de docent ervaart dat de interactie met ouders constructief verloopt heeft dit ook een positief effect op zijn autonome motivatie. Als de docent ervaart dat zijn leerlingen betrokken zijn en willen leren heeft dit ook een positief effect op zijn autonome motivatie.
Als de docent onder druk staat gebruikt hij ook meer onderdrukkende lesmethoden naar zijn leerlingen toe. Als de docent autonoom gemotiveerd is gebruikt hij ook meer autonomie ondersteunende lesmethoden naar zijn leerlingen toe. In dit stukje beschrijf ik de kenmerken en voordelen van een automie-ondersteunende stijl van lesgeven.
De eigen motivatie van de docent heeft dus inderdaad een groot effect op hoe het in de klas gaat én op hoe het met de docent zelf gaat in zijn werk.