Je brein is er om te overleven. Theriault et al (2025) pleiten er in dit artikel voor om meer te gaan denken vanuit het volgende inzicht: de functie van ons brein is om ons te doen overleven. Die kijk op ons brein heeft implicaties voor (psychologisch) onderzoek en (psychologische) interventies.

Allostase

In de psychologie en neurowetenschappen richten wetenschappelijke vragen zich vaak op mentale activiteiten, zoals cognitie, emotie en perceptie. Maar, zo stellen de auteurs, het brein is een orgaan met een eigen, unieke functie, en dat is niet denken, voelen of percipiëren. Steeds meer bewijs wijst erop dat deze functie allostase is: het voorspellend reguleren van de verschillende, vaak concurrerende eisen van interne lichamelijke systemen. Allostase gaat over de lichamelijke veranderingen die het brein initieert om tegemoet te komen aan wat het lichaam nodig heeft om te overleven en is zo gericht op het blijven bereiken van stabiliteit. Via allostase zorgt ons brein ervoor om door voortdurend te veranderen, stabiliteit te bereiken.

Psychologische fenomenen

De auteurs suggereren dat die allostatische regulatie een rol speelt in de verschillende psychologische fenomenen die wij ervaren. Alles wat psychologisch is en wat een brein tot stand brengt — waarnemen, voelen, denken, beslissen en handelen — kan worden beschouwd als een middel om de breinkerntaak te vervullen: het coördineren en reguleren van interne lichamelijke systemen. Mensen bewegen zich door een voortdurend veranderende en slechts gedeeltelijk voorspelbare wereld. Wat we waarnemen, voelen, denken, beslissen en hoe we handelen staat dan ook altijd in het licht van allostase. Hoe speelt die allostatische regulatie een rol in de psychologische fenomenen die wij ervaren?

Kunstmatige grens

Door allostase in het centrum te zetten verdwijnt de kunstmatige grens tussen mentale en fysieke processen. We kunnen wat we denken en voelen en waarnemen niet los koppelen van de staat van ons lichaam. Een voorbeeld ervan is stress. Stress ontstaat als het brein een toekomstige allostatische verstoring verwacht die extra energie zal kosten. Het brein bereidt zich hierop voorspellend voor door visceromotorische veranderingen te activeren, zoals een verhoogde hartslag, bloeddruk, ademhaling, cortisolafgifte en glucosegebruik. Deze veranderingen leveren energie aan het lichaam en bereiden het organisme voor op actie of op het omgaan met onzekerheid. Stress is niet per definitie slecht of goed, maar hangt af van de metabole context: of de energievraag past bij de situatie en of de gebruikte energie snel kan worden aangevuld. Stress is geen apart psychologisch proces, los van cognitie of emotie, en is in het brein niet zichtbaar met een vast patroon of toe te wijzen aan een enkel specifiek hersengebied.

Concepten en regulatie

Cognitie, perceptie en emotie zijn concepten die mensen hebben bedacht en helpen ons brein om de behoeften van het lichaam te voorspellen en zich voor te bereiden om eraan te voldoen. Het zijn geen fysieke essenties, we kunnen in ons brein niet een gedachte, perceptie of emotie aanwijzen. Als je woorden geeft aan je ervaring, help je je brein om je lichamelijke processen zo aan te passen dat er weer stabiliteit in je lichaam ontstaat. Het brein verwerkt sensorische signalen en ordent deze in concepten, waardoor zij betekenis krijgen in relatie tot allostase en handelen. Daarmee zijn mentale ervaringen nuttig, ze helpen ons om te overleven door te doen wat nodig is in onze context.

Wisselwerking

Psychologische processen kunnen op hun beurt invloed hebben op perifere lichamelijke systemen. Zo kan therapie het risico op cardiovasculaire ziekten verlagen. Als je fijnmazig kunt kijken naar je ervaringen kan dat zorgen voor een fijnere differentiatie tussen cardiorespiratoire toestanden. Dat kan weer helpen om een betere geestelijke gezondheid te ervaren. Concepten brengen zo structuur aan, en zo kunnen we betekenis geven aan een grote hoeveelheid sensorische input. Met concepten vatten we complexe sensorische signalen samen tot abstracte representaties. Met die abstracte representaties kunnen we ons effectief bewegen in onze omgeving.

Alzheimer

De onderzoekers pleiten dus voor het op een andere manier stellen van wetenschappelijke vragen over de verbanden tussen brein, lichaam en geest. Niet zozeer door de fysieke basis van mentale ervaringen te zoeken (denken, voelen, beslissen, bewustzijn..), maar door allostase als uitgangspunt te nemen. Hoe dit er praktisch uitziet leggen de auteurs uit aan de hand van een voorbeeld: Alzheimer.

Primaire functie

De gangbare opvatting dat het brein primair dient om te denken of andere cognitieve processen uit te voeren leidt bijvoorbeeld tot medische keuzes bij Alzheimer. De snelheid waarmee de hersenen glucose opnemen neemt af met de leeftijd. Recent onderzoek bij muizen suggereert dat hippocampale plasticiteit en geheugenfunctie kunnen worden hersteld door interventies die het glucosemetabolisme herstellen. Maar leeftijdsgerelateerde afnames in glucosemetabolisme en -opname kunnen ook een allostatisch doel dienen, zodat het kunstmatig verhogen van het glucosemetabolisme of de beschikbaarheid van glucose schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de hersenen op lange termijn, zelfs als dergelijke behandelingen op korte termijn het cognitief functioneren herstellen. Om allostase te handhaven kan het brein cognitief functioneren opofferen om kritischere biologische variabelen te reguleren. Pogingen om het glucosemetabolisme tot “normale” niveaus te corrigeren kunnen daarom ingaan tegen de allostatische inspanningen van het brein. Het ziekteproces kan daarmee juist worden verergerd.

Hersengezondheid

Cognitieve prestaties worden gebruikt als de maatstaf voor hersengezondheid. Maar ons brein kan andere prioriteiten hebben. Als alle psychologische fenomenen uiteindelijk ten dienste staan van allostatische doelen moeten we hersengezondheid niet zozeer in termen van cognitieve prestaties definieren, maar veel meer kijken naar hoe het brein via allostase probeert om het organisme te doen overleven.