Belast kinderen niet met je eigen statische mindset. Muradoglu et al (2025) onderzochten mindsetovertuigingen onder jonge kinderen, in de leeftijd van 5 tot 13. Er wordt soms gedacht dat jonge kinderen geen mindsetovertuigingen hebben en dat gedachten over aanleg en inspanning voor hen nog te abstract zouden zijn. De huidige studie onderzocht daarom de overtuigingen van jonge kinderen over intellectuele bekwaamheid. De onderzoekers betrokken vijf verschillende overtuigingen en constructen in hun onderzoek.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Vijf overtuigingen

De vijf overtuigingen die werden onderscheiden waren groeimindset-overtuigingen, universaliteitsovertuigingen, overtuigingen over briljantheid, overtuigingen over de aangeboren oorsprong van bekwaamheid en overtuigingen over de mate waarin bekwaamheid reageert op interventie. Door deze vijf overtuigingen samen te onderzoeken, kon worden nagegaan hoe elke overtuiging afzonderlijk samenhangt met prestatiegerelateerde attitudes en gedragingen van jonge kinderen.

Definities

  1. Groeimindsetovertuigingen gaan over de vraag of mensen hun intellectuele bekwaamheden kunnen verbeteren of niet.
  2. Universaliteitsovertuigingen gaan over de vraag of vrijwel iedereen, of slechts een deel van de mensen, het potentieel heeft om de hoogste niveaus van intellectuele bekwaamheid te bereiken.
  3. Briljantsheidsovertuigingen gaan over de vraag hoe belangrijk een hoog niveau van intellectuele bekwaamheid is om succesvol te zijn in een bepaalde context.
  4. Talentovertuigingen gaan over de vraag wat de oorsprong van intellectuele bekwaamheid is; is die aangeboren of wordt die verworven. Overtuigingen over aangeborenheid gaan over waar intellectuele bekwaamheid vandaan komt, terwijl groei/statische mindsets gaan over de vraag of bekwaamheid kan veranderen. De reden voor stabiliteit en de stabiliteit zelf zijn dus twee verschillende concepten.
  5. Responsiviteit op interventie-overtuigingen gaan over de vraag of intellectuele bekwaamheid kan veranderen door eigen gedrag, zoals inspanning en oefening, of door veranderingen in de omgeving, zoals een andere leraar of school. Deze overtuigingen richten zich op specifieke manieren waarop bekwaamheid kan veranderen, terwijl groeimindsets een algemenere overtuiging beschrijven over veranderbaarheid, los van de omstandigheden.

Doeloriëntatie

Naast deze vijf overtuigingen keken de onderzoekers naar de doelorientatie van de kinderen. Ze onderzochten of kinderen leerdoelen of prestatiedoelen kozen, of kinderen uitdagende of makkelijke taken kozen en of kinderen bezorgd waren om beoordeeld te worden (de angst dat fouten leiden tot een negatieve beoordeling door anderen).

Resultaten

Het bleek dat de overtuigingen van kinderen over intellectuele bekwaamheid onderscheiden zijn, maar wel samenhangen. Kinderen met een statische mindset dachten ook dat niet slechts een deel van de mensen goed kon worden in wiskundige en taal en ook dat de bron van bekwaamheid aangeboren talent was en dat hoge niveaus van bekwaamheid noodzakelijk waren voor succes. Kinderen die een groeimindset hadden dachten dat iedereen hoge bekwaamheid kon bereiken in wiskunde en taal en dat die bekwaamheid verworven kon worden en dat een hoog niveau van huidige bekwaamheid minder belangrijk was voor later succes.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Welk doel kiezen kinderen?

De doelen van kinderen bleken samen te hangen met hun groeimindset en hun overtuigingen over de aangeboren aard van bekwaamheid. Kinderen met sterkere groeimindsets richtten zich vaker op leerdoelen, terwijl kinderen die intellectuele bekwaamheid als aangeboren zagen zich vaker richtten op prestatiedoelen. De voorkeur voor uitdagende taken hing uitsluitend samen met de groeimindset: kinderen met een sterkere groeimindset kozen vaker voor moeilijkere taken. Evaluatieve bezorgdheid hing samen met overtuigingen over briljantheid: kinderen die dachten dat hoge niveaus van intellectuele bekwaamheid nodig waren voor succes, maakten zich meer zorgen over hoe zij beoordeeld werden. Overtuigingen over universaliteit en responsiviteit op interventie hingen niet samen met deze uitkomsten.

Coherent geheel

Jonge kinderen hebben dus wel degelijk al overtuigingen over intellectuele bekwaamheid. Ze hebben duidelijke gedachten over de eventuele veranderbaarheid van bekwaamheid, de universaliteit ervan, het belang van bekwaamheid voor succes, de oorsprong van bekwaamheid en de mate waarin bekwaamheid reageert op interventie (zoals inspanning leveren of een docent hebben die je helpt). Deze overtuigingen vormen samen een coherent systeem en zijn geen losse verzameling ideeën. Die overtuigingen vertalen zich vervolgens ook in hun handelen; het kiezen voor leerdoelen of prestatiedoelen en het aangaan van uitdagingen of kiezen voor veiligheid.

Belast kinderen niet met je eigen statische mindset

Opvallend is bovendien dat overtuigingen over verschillende schooldomeinen, zoals rekenen en spelling, binnen dezelfde dimensies passen. Dit wijst erop dat kinderen een algemeen overtuigingssysteem hebben over intellectuele bekwaamheid, dat over verschillende vakgebieden heen wordt toegepast. Kinderen die het belang van briljantheid sterk benadrukken, vooral jongere kinderen, maken zich meer zorgen over beoordeling door anderen. Het leren en het schoolsucces van kinderen hangen daarom deels samen met hun bereidheid om moeilijke taken aan te gaan zonder zich voortdurend zorgen te maken over hoe zij worden beoordeeld wanneer zij fouten maken. Ouders en docenten die zelf statische mindsetovertuigingen hebben belasten hun kinderen daarmee, wat niet alleen negatief uitpakt op hoe die kinderen omgaan met falen maar ook impact heeft op het welbevinden van die kinderen. Ouders en docenten doen er daarom goed aan zelf een groeimindset te ontwikkelen en hun kinderen op te voeden en onderwijs te bieden dat ervanuit gaat dat iedereen, ongeacht hoe die nu presteert, met effectieve hulp en inspanning zijn capaciteiten kan ontwikkelen.

Do’s en don’ts

Wat ouders en docenten beter niet kunnen doen is daarmee net zo belangrijk als wat ze beter wel doen. Hier zijn een paar do’s en don’ts:

  1. geef wijze complimenten
  2. geef wijze feedback
  3. geef het voorbeeld via je eigen groeimindsetgedrag
  4. reik leerdoelen aan
  5. voorkom een focus op prestatiedoelen en cijfers
  6. zet kinderen niet op een voetstuk en voorkom labelling en stereotypering
 
Trainingen Progressiegericht Werken