Leiden van achteren met de positieve gedragsvraag
💡 Deze techniek leer je toepassen in de Training Progressiegericht Coachen.

Leiden van achteren met de positieve gedragsvraag. De progressiegerichte coach werkt altijd met wat er naar hem toekomt. Hij sluit aan op het perspectief van de gesprekspartner en reageert altijd eerst op wat die zegt. Bijvoorbeeld door het perspectief van de persoon samen te vatten, waarbij diens sleutelwoorden worden bewaard. Of via korte erkenningsinterventies (lees hier meer over aansluiten en erkennen). Het voordeel van altijd eerst aansluiten is dat de gesprekspartner zo rustig de gelegenheid krijgt om zijn perspectief te ontwikkelen. De coach haast niet en blijft op het microniveau van de interactie bij het perspectief van de gesprekspartner op dat moment in het gesprek. Het aansluiten en erkennen is een belangrijk aspect in het leiden van achteren.
| Trainingen Progressiegericht Werken |
Leiden van achteren
Maar leiden van achteren wil niet zeggen dat de coach niet zou leiden. De progressiegerichte coach leidt het gesprek wel degelijk, want na het erkennen schakelt de coach door met bijvoorbeeld een vraag. Dat wil zeggen dat de coach leidt via zijn samenvattingen en vragen, maar op zo’n manier dat hij de gesprekspartner nooit inhaalt of onder druk zet. De gesprekspartner is als het ware aan het lopen en de coach loopt één stapje achter de gesprekspartner mee. Via zijn samenvattingen laat hij merken dat hij aan het meelopen is. De gesprekspartner bepaalt het tempo en de inhoud van het gesprek. De coach sluit aan bij het tempo, de inhoud en de emotie van de gesprekspartner. De coach is niet blijer, maar ook niet verdrietiger dan de gesprekspartner. Door dat leiden van achteren kan de gesprekspartner doordenken en wordt hij niet afgeleid door het perspectief van de coach.
Positieve concrete gedragsbeschrijvingen
Een van de technieken die de progressiegerichte coach hierbij regelmatig gebruikt is de positieve gedragsvraag. Met die vraag, die op allerlei manieren geformuleerd kan worden, nodig je de gesprekspartner uit om antwoord te geven in termen van zijn eigen positieve concrete gedrag. Pas als je gesprekspartner zijn eigen positieve concrete gedrag in het verleden, in het heden of in de toekomst onder woorden heeft gebracht, weet je als coach dat je ver genoeg hebt doorgevraagd. Een antwoord als ‘ik wil me zelfzekerder voelen’ is dus een goed begin, maar de coach doet er goed aan nog verder door te vragen. Je zekerder voelen is nog geen positief concreet gedrag. Als de coach hiermee genoegen neemt, loop je de kans dat het gesprek voor de gesprekspartner minder oplevert dan mogelijk is. De gewenste progressie is nog wat te vaag.
Visualisatie
Als mensen hun eigen positieve gedrag levendig hebben gevisualiseerd, voelt dat gedrag dichtbij en bereikbaar. Dan krijgen ze zin om het te gaan doen, geven ze zichzelf geheugensteuntjes voor toekomstig gedrag en zijn ze bezig met een mentale generale repetitie. Vandaar dat we in het gesprek zo graag op dat niveau terecht willen komen.
Positieve gedragsvraag
Dus stel dat je de gewenste-progressievraag hebt gesteld en je gesprekspartner antwoordt: ‘Ik wil gewoon graag weer voldoening hebben in mijn werk.’ Dit is nog geen positieve gedragsbeschrijving, dus ben je nog niet klaar met doorvragen. De positieve gedragsvraag zou zo kunnen klinken: ‘Wat kun je doen als je weer voldoening hebt in je werk?’ Met die vraag help je je gesprekspartner om antwoord te geven in termen van zijn eigen positieve gedrag.
Verleden, heden, toekomst
De positieve gedragsvraag kan op allerlei manieren geformuleerd worden. De kern ervan is dat de vraag de gesprekspartner uitnodigt antwoord te geven in termen van zijn eigen positieve concrete gedrag, in het verleden, heden of in de toekomst. Hier zijn een paar mogelijke formuleringen:
Positief concreet gedrag in het verleden:
- Wat heb je in het verleden in een soortgelijke situatie al eens gedaan dat goed voor je heeft gewerkt?
- Hoe is het je in het verleden al eens gelukt om je zelfverzekerder te voelen? Wat deed je doen dat hielp?
- Dus in die situatie had je voldoening in je werk. Wat maakte dat toen mogelijk voor jou? Wat kon je toen anders doen?
- Dus toen lukte het je om effectief om te gaan met de feedback die je kreeg van je leidinggevende. Hoe kreeg je dat toen voor elkaar? Wat deed je? Waarover ben je met name tevreden in hoe je reageerde?
Positief concreet gedrag in het heden:
- Wat merk je nu al dat werkt in wat je doet om deze lastige situatie te hanteren?
- Wat wil je graag behouden in wat je nu al doet om xxx te verbeteren?
- Waaraan merken je collega’s momenteel dat je bezig bent om dit probleem op te lossen?
- Wat zou je vandaag kunnen doen om een stapje vooruit te komen?
Positief concreet gedrag in de toekomst:
- Stel dat het probleem is opgelost, wat zou jij dan anders kunnen doen?
- Stel dat Piet voortaan op tijd zou komen, wat zou jij dan anders kunnen doen ten opzichte van Piet?
- Waaraan zou je de komende drie maanden merken dat je progressie aan het boeken bent? Wat doe je dan anders?
- Stel dat je volgende week merkt dat het de goede kant op gaat, wat doe je dan beter?
| Trainingen Progressiegericht Werken |
De perspectiefwisselingsvraag
Bij de positieve concrete gedragsvragen in het heden stond een perspectiefwisselingsvraag. Bij deze vraag nodig je je gesprekspartner uit om zijn eigen positieve gedrag te beschrijven zoals iemand dat zou kunnen zien. De antwoorden op de perspectiefwisselingsvraag geven nog meer levendigheid en details aan de positieve gedragsbeschrijvingen. Het is soms ook makkelijker om te beschrijven wat een ander aan je zou zien, dan om vanuit jezelf te bedenken hoe je je zou gedragen. Omdat het gaat om positief gedrag in de gewenste situatie, levert dit in de relatie met de ander iets goeds op, wat de perceptie van verbondenheid versterkt. Dat werkt motiverend om het gedrag echt te gaan uitvoeren. Andere voorbeelden van dergelijke formuleringen zijn:
- Waaraan zou je leidinggevende merken dat je progressie aan het boeken bent?
- Waaraan konden anderen zien dat jij toen hoger stond op de schaal?
- Wat kunnen anderen jou zien doen als je een stapje hoger zou staan op de schaal?
Concreet negatief gedrag
Naast aandacht voor concrete positieve gedragsbeschrijvingen is het vaak ook nuttig om in coaching aandacht te besteden aan welk concreet negatief gedrag de persoon wil stoppen. Stel dat je gesprekspartner merkt dat hij te veel snoept of snel uit zijn slof schiet, of voor zichzelf de lat veel te hoog legt en daardoor verlamd raakt. Bij een dergelijk probleembesef kan het nuttig zijn om te onderzoeken welk concreet negatief gedrag de persoon nu laat zien en hoe hij daar last van heeft. Vervolgens is het belangrijk om de ombuiging naar wat de persoon ervoor in de plaats wil gaan doen te onderzoeken. En zo kom je weer op positieve concrete gedragsbeschrijvingen. Hier kun je meer lezen over ‘Is progressiegericht coachen ook geschikt als er iets diepers aan de hand is?’
