Skip to content

Hoe motiveer ik mijn 13 jarige zoon?

In drie trainingen en kennismakingsworkshops de afgelopen week begonnen deelnemers over hun dertien jarige zoon of dochter. Ze gebruikten zinnen zoals 'niet in beweging te krijgen', 'niet mee te praten' en 'komt niks uit' om het gedrag van hun tieners mee te beschrijven. En ze waren zelf gefrustreerd omdat ze niet voelden dat ze tot hun kind doordrongen.

Het leven van een 13 jarige

Hoofdstuk 3 in mijn nieuwe boek Progressiegesprekken gaat helemaal over het motiveren van medewerkers, leerlingen en kinderen. Het hoofdstuk begint zo:

Chris slaapt nog als zijn wekker gaat. Hij is 13 jaar en moet naar school. Hij pakt zijn telefoon en opent Facebook en vergeet heel even wat er allemaal van hem verwacht wordt vandaag. Hij hoort zijn moeder onder aan de trap roepen dat hij op moet schieten. Snel nog een laatste reactie onder een leuk filmpje en dan gaat hij onder de douche staan. Zijn zus bonst op de badkamerdeur, of hij voort wil maken.

Hij fietst net te laat naar school en ontkomt op het nippertje aan een telaatbriefje.  Zeven lesuren waarin hem wordt verteld wat hij moet doen. Controle of hij zijn huiswerk heeft gemaakt. Tests om te kijken of hij zijn lessen heeft geleerd. Als hij naar de wc moet, moet hij toestemming vragen. Alles is even saai. Dan fietst hij naar huis. Eindelijk vrij om te doen waar hij zin in heeft. Hij ploft op de bank en pakt zijn telefoon erbij.

Twee uur later komt zijn moeder thuis. Ze moppert dat hij zijn schooltas midden in de gang heeft laten staan. Dan roept ze hem aan de eetkamertafel en geeft hem opdracht zijn huiswerk te gaan maken. Ze vraagt naar zijn cijfers en kijkt teleurgesteld als ze hoort dat hij een vijf heeft gehaald voor natuurkunde. Ze kondigt aan hem over een half uur te gaan overhoren voor Nederlands. Hij tuurt in zijn boek, maar neemt niet veel op. De overhoring loopt slecht, hij weet bijna niks. Zijn moeder wordt boos.

Die avond aan het avondeten willen zijn ouders ernstig met hem praten. Hij krijgt een preek. Ze vertellen hem dat ze zijn mobiele telefoon overdag gaan afnemen, ze hem voortaan elke dag gaan overhoren en dat hij zijn telefoon pas ’s avonds krijgt als hij zijn huiswerk heeft gemaakt en zijn overhoring goed is gegaan. Ze laten hem merken hoe teleurgesteld ze in hem zijn, dat ze meer van hem hadden verwacht.

Chris stampt naar zijn kamer en knalt zijn deur dicht. Door de harde knal springt die weer open, maar dat heeft Chris niet door. Hij hoort daardoor alles wat zijn ouders tegen elkaar zeggen. Ze zijn het roerend met elkaar eens. Ze willen dat hij dit jaar overgaat, en vinden dat ze hem even flink onder druk moeten zetten en wakker moeten schudden. Dat heeft hij echt nodig, volgens zijn ouders. Als hij dit jaar maar overgaat, kan hij volgend jaar vast zelfstandiger werken, zo vermoeden ze. Dan heeft hij immers leren studeren en dan kunnen ze hem volgend jaar wel losser laten. Nu even flink de knoet erover, want anders komt het niet goed met Chris.

De ouders van Chris hebben het beste met hem voor. Ze houden van hun zoon. Ze willen graag dat hij goed terecht komt later. En ze maken zich grote zorgen over zijn slechte werkhouding. Op de lagere school was Chris altijd zo’n leergierig kind en moet je hem nu eens zien. Er komt niks uit. Hij hangt maar wat en niets lijkt hem te interesseren. Dat komt natuurlijk omdat hij een puber is. Pubers zijn nu eenmaal heel moeilijk. Die hebben een strakke hand nodig.

Of het nu gaat om de opvoeding van kinderen of lesgeven aan leerlingen of sturing geven aan medewerkers en teams, in elk van die situaties is er sprake van externe verwachtingen waaraan het kind, de leerling of de medewerker moet voldoen. De redenering van de ouders van Chris is een veelvoorkomende redenering. Eerst even onder druk zetten, dan komt de eigen motivatie daarna vanzelf.

En die redenering klopt niet. De manier waarop de ouders van Chris met hem omgaan heeft een averechts effect. Het staat de groei naar een betere motivatie juist in de weg. De houding van de ouders roept bij Chris gecontroleerde motivatie op en dat is een lage kwaliteit van motivatie. Chris gaat zijn ouders zien als de origine van zijn gedrag.

De rest van dit hoofdstuk reikt handvatten aan om condities te creëren waarbinnen kinderen, medewerkers en leerlingen autonoom gemotiveerd kunnen raken voor doelen die niet vanuit henzelf komen. Hier en hier en hier kun je daar meer over lezen.

Training progressiegericht leidinggeven

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *