Skip to content

Gender equality en persoonlijkheidsverschillen: twijfelachtige conclusies

Een onderzoeksartikel van Tim Kaiser stelt dat gender equality in een land leidt tot grotere persoonlijkheidsverschillen tussen mannen en vrouwen. Ik heb op deze site al eerder geschreven over verschillen tussen mannen en vrouwen en de mogelijke oorzaken van die verschillen. Zie ook hier en hier en hier. In dit artikel zet ik mijn kritiek op onderzoek en de conclusies van Kaiser uiteen.

Conclusie van Kaiser

Het onderzoek van Kaiser komt tot de volgende conclusie:

In een multinationale dataset van persoonlijkheid komt naar voren dat er grote verschillen in persoonlijkheid zijn tussen mannen en vrouwen. De grootste verschillen zitten in het domein van agreeableness, negative affect en emotionality. Verschillen tussen de sexen zijn groter in landen met grotere gender gelijkheid. Deze verschillen worden verklaard door gender egalitarianisme en niet zozeer door het welvaartsniveau van het land. De assumptie is dat verschillen tussen de sexen worden beïnvloed door zowel biologische factoren als door omgevingsfactoren. De mate waarin een samenleving individuen toestaat om biologische gender verschillen te uiten kan variëren. Als een maatschappij zorgt dat mannen en vrouwen precies dezelfde toegang hebben tot de resources die de maatschappij te bieden heeft, kunnen biologische factoren meer tot expressie komen dan in onderdrukkende landen. Een sterker verschil in persoonlijkheid tussen mannen en vrouwen moet daarom worden gezien als een expressie van succesvol gender beleid.

Mijn kritiek op dit onderzoek en deze conclusies is als volgt:

Kritiek op het onderzoek

In het onderzoek is gekeken naar Mahanalobis D en naar GGGI. Mahanalobis D refereert naar een dataset van verschillen in de Big Five scores tussen mannen en vrouwen in 70 landen. Hoe groter het aantal variabelen dat meegenomen wordt in een onderzoek, des te groter zijn de verwachten verschillen. Vergelijking van dergelijke grote datasets waarbij verschillende landen worden betrokken kent risico’s, zie ook hier.

GGGI refereert naar de Global Gender Gap Index en bevat 14 sleutelfactoren waarin mannen en vrouwen verschillen (salaris, opleidingsniveau, levensverwachting, overheidsposities et cetera).

Vijf kritiekpunten ten aanzien van het onderzoek:
  1. De dataset bestaat uit zelfrapportages van uitsluitend Engels sprekende respondenten met toegang tot internet. Deze specifieke selectie kan alle interpretaties van de resultaten bij de vergelijking van verschillende landen teniet doen. Er wordt immers geconcludeerd dat landen waarin grotere GGGI is grotere verschillen in Mahanalobis D laten zien, terwijl alleen Engelsprekende personen met internet toegang zijn betrokken in de dataset (risico van nonresponse bias).
  2. Mahanalobis D is gebaseerd op persoonlijkheidsinventarisatielijsten en de verschillen die gevonden zijn kunnen een consequentie zijn van een verschillende interpretatie in de verschillende landen. Uitsluitend Engelstalige respondenten, met toegang tot internet, die in landen met verschillende culturen dezelfde vragenlijst invullen kan vervuilde resultaten tot gevolg hebben, die invloed hebben op de conclusies. Eerdere kritieken op de Big Five impliceren dat die invloed zeker niet ondenkbeeldig is, zie ook hier.
  3. Mahanalobis D en GGGI correleren volgens dit onderzoek licht met elkaar. Dat wil niet zeggen dat Mahanalobis D een indicator is van GGGI. Er valt op basis van dit onderzoek niet te zeggen of verschillen in persoonlijkheid veroorzaakt worden door de 14 sleutelfactoren van de GGGI, noch andersom.
  4. GGGI is ook geen meting van gender beleid, GGGI meet niet of er beleid is tegen discriminatie of dat er gediscrimineerd wordt op basis van sekse, GGGI verzamelt 14 sleutelindicatoren zonder te verklaren hoe de waarde van die sleutelfactoren tot stand zijn gekomen.
  5. Het onderzoek springt van persoonlijkheidsverschillen naar biologische genderverschillen. Biologische gender verschillen wordt niet gemeten noch geoperationaliseerd in dit onderzoek. Wat zijn biologische gender verschillen en hoe weten we welke verschillen biologisch verklaard kunnen worden?

Kritiek op de conclusies van het onderzoek

De conclusie die de onderzoeker trekt is: ‘The degree to which a society allows individuals to express biological gender differences can vary. If a society ensures that men and women have exactly the same access to all resources that this society has to offer, the biological factors could be expressed more strongly than in more repressive societies. A stronger sexual dimorphism should therefore be seen more as an expression of a successful gender policy.’

Vijf kritiekpunten hierop:
  1. Persoonlijkheid is veranderbaar en mensen ontwikkelen een persoonlijkheid die functioneel is in hun context. In dit onderzoek wordt op een 'grote stappen snel thuis'-manier gesteld dat persoonlijkheid deels aangeboren is en deels beïnvloed wordt door de omgeving. Deze conclusie is twijfelachtig, zie ook hier en hier en hier.  De conclusie dat biologische gender verschillen  meer tot expressie kunnen komen in landen met meer gelijkheid is niet op basis van dit onderzoek te trekken, omdat biologische gender verschillen niet zijn gemeten en omdat persoonlijkheid zich ontwikkelt volgens een functioneel perspectief.
  2. Dit onderzoek heeft niet gemeten wat de gender policies zijn in de landen. De conclusie dat grotere verschillen tussen de persoonlijkheid van de seksen het resultaat is van succesvolle gender policies is niet op basis van dit onderzoek te trekken. Er is bijvoorbeeld helemaal niet gekeken naar discriminatie, terwijl dit wel in de conclusie wordt genoemd.
  3. Zelfs als het zo zou zijn dat in landen met grotere gelijkheid tussen de seksen sprake is van grotere verschillen in persoonlijkheid, dan is daarmee nog niets te zeggen over wat die verschillen veroorzaakt heeft.
  4. Zodra een baby geboren is en via zijn genitaliën is vastgesteld in welke sekse wij de baby indelen, wordt de baby op een manier behandeld die overeenkomt met de in die samenleving geldende perceptie van hoe een lid van dat geslacht zich dient te gedragen. Omdat deze verschillende behandeling plaatsvindt direct na de geboorte van de baby en er een voortdurende interactie is tussen genen en omgeving (GxE) kunnen wij onmogelijk scheiden wat ‘aangeboren’ en wat ‘aangeleerd’ is.
  5. Zelfs als we de conclusie overnemen dat een grotere GGGI leidt tot grotere verschillen in persoonlijkheid tussen mannen en vrouwen (wat dus niet bewezen wordt door deze studie), dan is een mogelijke alternatieve verklaring voor die gevonden verschillen:
    1. niet dat vrouwen ‘zichzelf’ meer kunnen zijn in een meer gelijke maatschappij (alsof ‘jezelf zijn’ betekent dat je dicht bij je primitieve biologisch bepaalde gedragingen blijft, als we al zouden weten wat dat betekent)
    2. maar dat in een maatschappij waarin ons vanaf jongst af aan wordt voorgehouden dat mannen en vrouwen fundamenteel van elkaar verschillen en we vervolgens merken dat we gelijke beschikbaarheid hebben over de resources…
    3. we andere manieren zoeken om uitdrukking te geven aan de geïnternaliseerde boodschap dat mannen en vrouwen sterk van elkaar verschillen.

En dus zouden deze verschillen kunnen zijn veroorzaakt door een tegenreactie op de gelijkheid die we ervaren terwijl we tegelijkertijd geloven dat er juist grote verschillen zouden moeten zijn. Dat is nog eens een Gender Equality Paradox!

Bias?

De ergernis die ik voel bij dit soort conclusies en de social media aandacht ervoor zijn maken mij alert op mijn eigen mogelijke biases. Naast de kritiek op het onderzoek en de conclusies wil ik daarom volmondig erkennen dat ik in de loop der jaren een mening heb gevormd over dit onderwerp. Die mening is kort samengevat dat de indeling in 'mannen' en 'vrouwen' en de inherente stereotypering in dagelijkse communicatie en in beleid een belemmering vormt voor de vrije ontwikkeling en keuzes van mensen. Dat ik deze mening heb gevormd speelt vast en zeker (onbewust) een rol in mijn beoordeling van dit soort onderzoeken.

Kortom

Ik zou het interessanter zou vinden als we meer zouden onderzoeken hoe mensen ‘zijn’ en zich ontwikkelen, dan dat we onderzoeken hoe mannen versus vrouwen ‘zijn’ en zich ontwikkelen. En pleit ervoor dat we stereotype ideeën over wat mannelijk en wat vrouwelijk is loslaten. Dat zou als voordeel hebben dat mensen vrijer worden om hun eigen keuzes te maken en zich vrijer te ontwikkelen.

Zie ook deze kritiek van Andrew Gelman

 

2 thoughts on “Gender equality en persoonlijkheidsverschillen: twijfelachtige conclusies

  1. Marja

    Wauw Gwenda, je opent me wel de ogen op het punt van mijn media-consumptie. Je denkt iid al snel bij het woord "onderzoek" dat het echt onderzocht is, of je denkt dit vanuit gemakzucht, omdat ik niet de tijd neem (en heb vind ik) om onderzoeken op onderzoeken los te laten, zoals jij dat zo accuraat hebt gedaan.
    Dank voor je onderzoek en naar mijn idee, objectieve omschrijving van de feiten.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.