Leren baby’s emoties via gezichtsuitdrukkingen? Hoeman et al (2026) publiceerden een onderzoek naar hoe baby’s hun inzicht in emoties ontwikkelen. Dat onderzochten ze op een heel andere manier dan tot nu toe gebruikelijk was. Het onderzoek leidde tot interessante inzichten in de rol die gezichten van volwassenen spelen in de emotieherkenning door baby’s.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

Een foto van een gezicht

In het gebruikelijke onderzoek toonden onderzoekers baby’s statische afbeeldingen van gezichtsuitdrukkingen bij volwassenen. De onderliggende gedachte was dat bepaalde gezichtsuitdrukkingen een blauwprint zijn van bepaalde emoties. Een frons, bijvoorbeeld, is de blauwprint van boosheid. De gedachte was dat baby’s emotionele gezichtsuitdrukkingen leren onderscheiden en categoriseren in de babytijd en vroege kindertijd.

Levensechte input

In het onderzoek van Hoeman werd achter een andere aanpak gevolgd. In dit onderzoek werd gekeken naar gezichtsconfiguraties waarmee baby’s in hun dagelijks leven in aanraking komen. Geen foto’s van prototypen, maar levensechte input. Dit deden de onderzoekers door videobeelden te analyseren. Baby’s in verschillende leeftijden kregen een camera op hun hoofdje en er stond ook een tripod in de kamer. Er waren 44 baby’s (ongeveer evenveel jongens als meisjes) die bij hen thuis natuurlijke interacties hadden met volwassenen. De leeftijdscategorieën waren van 6 tot 8 maanden, van 9 tot 11 maanden, van 12 tot 14 maanden en van 15 tot 17 maanden oud. Via een speciaal gezichtscoderingssysteem werd gekeken welke gezichtsspieren van volwassenen actief waren in welke situaties. Zo kregen de onderzoekers zicht op welke gezichtsconfiguraties baby’s in hun dagelijks leven zien, die de basis vormen voor hun zich ontwikkelende begrip van emoties.

Prototypisch?

De onderzoekers vroegen zich af of volwassenen tijdens interacties met baby’s prototypische gezichtsconfiguraties maken en deze gebruiken om bepaalde emoties aan te duiden die vermoedelijk met deze gezichtsconfiguraties overeenkomen. Het is immers best gebruikelijk om in interacties met baby’s overdreven en vereenvoudigde bewegingen en taal te gebruiken. Zou dat ook gelden voor gezichtsuitdrukkingen? Zouden volwassenen meer overdreven, stereotiepe gezichtsconfiguraties gebruiken tijdens interacties met baby’s om bewust hun aandacht te trekken of om verbanden te leggen met handelingen en woorden? Bijvoorbeeld door breed te glimlachen en dan te zeggen ‘BLIJ!”

Welke informatie krijgen baby’s?

Om te begrijpen hoe baby’s leren over emoties keken de onderzoekers dus naar de feitelijke informatie die baby’s kregen in hun echte leven.  Het onderzoek betrok vijf van de zes emotiecategorieën die worden verondersteld ‘basale’ en universele emoties te zijn: boosheid, walging, angst, blijdschap en verdriet (verrassing werd niet betrokken, omdat het een ambivalente emotie is die zowel positief als negatief kan zijn). De onderzoekers bestudeerden niet alleen wat de baby kon zien, maar ook de algemene context waarin de interactie plaatsvond. Bijvoorbeeld samen met speelgoed spelen, eten of het verschonen van luiers en kleding. Ze beoordeelden ook of de context een positieve of negatieve emotionele valentie had. Dit werd bepaald op basis van de vraag of de baby (of een aanwezige broer of zus) huilde, onrustig was of mogelijk gevaar liep, bijvoorbeeld door tekenen van ziekte, verslikking of risico op verwonding.

Matching?

Voor elk tijdsinterval bepaalden de onderzoekers of de emotionele valentie van de context overeenkwam met die van de veronderstelde emotiecategorie (positief of negatief). Dus als het gezicht werd verondersteld om blijdschap uit te drukken, was de context dan ook positief? Als het gezicht werd verondersteld om boosheid uit te drukken, was de context dan in overeenstemming met boosheid? Wanneer een kind bijvoorbeeld huilde en een ouder een gezichtsconfiguratie liet zien die overeenkwam met een prototypische uitdrukking van verdriet, werd gezegd dat er een match was. Maar als de baby een gezichtsconfiguratie zag die overeenkwam met het prototype ‘angst’ terwijl het kind aan het spelen was en er geen dreiging was, dan werd gesteld dat er een mismatch was.

Resultaat

Het bleek dat de baby’s maar heel weinig te maken kregen met de veronderstelde prototypische emotie-uitdrukkingen voor specifieke emotiecategorieën. Baby’s zagen een enorme verscheidenheid aan gezichtsconfiguraties (Wanneer gezichten bewogen, werden baby’s blootgesteld aan 891 verschillende gezichtsconfiguraties). Baby’s zagen veel vaker gedeeltelijke gezichten dan volledige gezichten. Tijdens de leeftijdsperioden van zes en negen maanden waren gezichten vaak onbeweeglijk. De meest voorkomende gezichtsconfiguraties bestonden voornamelijk uit glimlachen en het optrekken van de wenkbrauwen. Gezichtsbewegingen kwamen vaak niet volledig overeen met een bepaalde emotiecategorie of kwamen juist overeen met meerdere emotiecategorieën. Slechts in minder dan 1% van de videoframes zagen de baby’s een match tussen blijdschap en prototypische gezichtsconfiguratie voor blijdschap. Veronderstelde prototypische emotie-uitdrukkingen kwamen vaak voor in onverwachte contexten, dus er was vaak sprake van een mismatch.

 
Trainingen Progressiegericht Werken
 

De gevarieerde uitdrukking van emoties

Emoties worden in het dagelijks leven op allerlei verschillende manieren uitgedrukt. Baby’s moeten vel meer leren dan alleen eenvoudige één-op-één-verbanden tussen gezichtsconfiguraties en situaties of gedragingen om emotionele uitdrukkingen te leren. Baby’s tussen 6 en 17 maanden zien slechts 4% van de tijd volledige gezichten. Ze worden blootgesteld aan een grote verscheidenheid aan gezichtsconfiguraties, niet zozeer aan veronderstelde prototypische emotie-uitdrukkingen. Er is daarnaast vaak geen match tussen de gezichtsconfiguratie die een basale emotie zou moeten uitdrukken (boosheid, walging, angst) en de context. Heel vaak als de gezichtsconfiguratie boosheid, walging of angst zou uitdrukken, was de context juist positief. Er werd bijvoorbeeld vrolijk met de baby gespeeld. De onderzoekers schrijven ter illustratie over de situatie waarin een moeder een gezicht met wijd opengesperde ogen en een happende ademhaling, alsof ze bang was, voordat ze haar baby enthousiast vertelde dat zijn of haar broer de kamer binnenkwam.

Gezichtsconfiguraties

De conclusie is dat gezichtsuitdrukkingen waarschijnlijk niet zozeer emoties proberen over te brengen, maar dat de gezichtsuitdrukking een andere functie heeft. Bijvoorbeeld het trekken van aandacht. De gezichtsuitdrukkingen die baby’s zien zijn heel gevarieerd en houden niet noodzakelijk direct verband met emoties. Baby’s vormen op basis van de gezichtsconfiguraties die ze zien wel prototypen, maar deze zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen en niet universeel. Gezichtsbewegingen zijn niet van nature ‘emotioneel’ en hebben vaak helemaal geen emotionele betekenis. Wat baby’s in de eerste plaats doen, is leren om gezichtsbewegingen van elkaar te onderscheiden, zodat ze kunnen voorspellen wat er vervolgens in hun sociale en fysieke omgeving zal gebeuren. Baby’s zijn druk bezig om hun model van de werkelijkheid te creëren, om zo tot optimale breinvoorspellingen te kunnen komen.

 
Trainingen Progressiegericht Werken