Docenten die motiverend willen lesgeven vragen zich soms af of het beter is om toetsen en tentamens helemaal af te schaffen en ook geen cijfers meer te geven. Wel een begrijpelijke gedachtegang, maar ik denk dat die toch niet klopt. Daarom in dit stukje eerst iets over leerdoelen, prestatiedoelen, toetsen en examens.

Leerzone

Hoe langer leerlingen in de leerzone zitten, hoe beter ze zullen gaan presteren. In de leerzone is immers het doel om te leren, onderzoeken en je verwacht fouten te maken. Die verwelkom je zelfs als interessante springplankjes om verder te leren. Docenten die van hun lessen een leerzone maken stimuleren een groeimindset in de leerlingen. Die docenten moedigen leerlingen aan om vragen te stellen, om fouten te onderzoeken en te verbeteren en ze geven inhoudelijke, competentie-ondersteunende feedback om de leerlingen te helpen zicht te krijgen op hun progressie.

Leerdoelenklimaat

Leerdoelen aanreiken aan leerlingen heeft vaak een positief effect op de prestaties en op de motivatie van de leerlingen om diepgaand te leren. Uit meta-analyses naar de effectiviteit van leerdoelen en prestatiedoelen blijkt dat leerdoelen beter werken dan prestatiedoelen. Maar ook blijkt dat een specifiek soort prestatiedoel (namelijk het prestatiestreefdoel) ook goed kan werken als de student er zelf voor heeft gekozen om beter te willen presteren dan iemand anders (zie ook hier).

Zicht op progressie

Leerlingen hebben, zo blijkt uit de meta-analyses van Hattie, behoefte aan effectieve feedback over hun progressie. Die effectieve feedback beantwoordt drie hoofdvragen:

  1. Waar ga ik heen? FEED UP. Deze hoofdvraag draait om welke (prestatie-) doelen er worden beoogd.
  2. Hoe doe ik het. FEEDBACK, en het draait hier om de vraag welke progressie ben ik aan het maken richting het doel?
  3. Waar ga ik nu heen? FEED FORWARD en deze hoofdvraag gaat over welke activiteiten moeten worden ondernomen om betere progressie te maken?

Deze feedback kan gericht zijn op het proces en op het resultaat dat is bereikt. Beide typen feedback in combinatie met elkaar werken goed voor leerlingen, zie ook hier.

Not yet toets

Om leerlingen zicht te laten krijgen op hun progressie kan de docent op gezette tijden not-yet toetsen inzetten. De docent geeft de leerling dan een toets die bedoeld is om te kunnen inschatten welke progressie de student al heeft geboekt en welke verdere progressie hij moet gaan bereiken. Ook geeft de not yet toets inzicht in welke stof de docent al goed heeft uitgelegd en welke stof hij nog wat beter moet gaan uitleggen. De not-yet toets heeft geen consequenties voor de cijfers van de leerling, en is informerend van aard.

Momenten van presteren

Het blijft belangrijk om op gezette tijden feedback te krijgen over het prestatieniveau dat je hebt bereikt. Om te laten zien wat je kunt, wat je hebt geleerd en om te weten op welk niveau je nu functioneert. Sporadische tentamens en toetsen, waarvoor de leerling een cijfer krijgt, geeft de leerling dat soort feedback. Naast dat dit voor de leerling waardevolle informatie geeft (feedback, feedup, feedforward) is het ook voor docenten, onderwijsinstellingen en de maatschappij belangrijk om te weten welke kennis en vaardigheden de persoon in zijn opleiding heeft opgedaan. Kunnen we die arts of piloot of therapeut met een zekere mate van garantie van veiligheid en kwaliteit zijn werk laten doen?

Timing en frequentie

Je kunt toetsen op een autonomieondersteunende manier benutten door de leerling meer zeggenschap te geven over het moment waarop en de stof waarover hij getoetst wil worden. Aan het einde van het jaar is het bijvoorbeeld de bedoeling dat de leerling over alle onderdelen van het betreffende vak een toets heeft gemaakt, en op individuele of op klasniveau vastgestelde toetsmomenten mag hij zelf kiezen welke deeltoetsen hij die keer wil maken.

Rolgerelateerde examens in organisaties

In organisaties kun je dit idee van sporadische examens ook gebruiken. Ontwikkel rolgerelateerde examens met duidelijke prestatiecriteria en een heldere procedure wie wanneer in aanmerking kan komen voor het doen van welk examen en welke consequenties het halen of niet halen van het examen heeft voor je functieniveau en beloning. De overgang naar een hoger functioneringsniveau is dan afhankelijk van of je het betreffende examen voor dat hogere niveau haalt. Er zijn dan, los van de sporadische examens, verder geen beoordelingsgesprekken of prestatiebeoordelingen. Je kunt een structuur bedenken rondom deze sporadische examens; aanvraag van examen, opstellen van examen, beoordelen van de resultaten ervan, financiƫle gevolgen van slagen of falen et cetera.

Een leerdoelenklimaat kan op deze manieren volgens mij goed gecombineerd worden met sporadische toetsen, tentamens, prestatiedoelen en cijfers.