Maslows behoeftepiramide en de psychologische basisbehoeften binnen de zelfdeterminatietheorie, hoe verhouden die zich tot elkaar? Maslows behoeftepiramide is erg bekend en wordt veel aangehaald. Dat maakt het goed om even in te gaan op hoe die behoeftepiramide zich verhoudt tot de psychologische basisbehoeften die in de zelfdeterminatietheorie worden onderkend.

Maslows behoeftepiramide

Maslow vermoedde dat mensen basisbehoeften hebben, zoals eten, drinken en slaap, veiligheid en verbondenheid, zelfvertrouwen en zelfactualisatie. Hij had de hypothese dat er onderscheid gemaakt kon worden tussen lagere orde behoeften (eten en drinken bijvoorbeeld) en hogere orde behoeften (zelfactualisatie). Hij veronderstelde dat eerst de lagere orde behoeften moeten worden vervuld voordat de persoon toekomt aan hogere orde behoeften.

Drie psychologische basisbehoeften

In de zelfdeterminatietheorie (SDT) worden drie universele basisbehoeften onderscheiden: autonomie, competentie en verbondenheid. Er is geen onderscheid tussen hogere orde behoeften en lagere orde behoeften. De theorie ziet psychologische veiligheid bijvoorbeeld niet als basisbehoefte maar als substituut voor een onvervulde basisbehoefte waarnaar mensen streven wanneer ze zich onveilig voelen. Als er een tekort is, dan probeert iemand dat tekort aan te vullen.

Zelfwaardering

Maslow stelt dat er basisbehoeften zijn zoals zelfwaardering en veiligheid. SDT stelt dat dit geen basisbehoeften zijn maar substituten voor onbevredigde basisbehoeften, zoals competentie, autonomie en verbondenheid. Mensen gaan op zoek naar zelfwaardering wanneer hun basisbehoeften aan competentie, autonomie en verbondenheid niet vervuld worden. Dus als iemand zich niet verbonden, competent en autonoom voelt, dan gaat die persoon op zoek naar manieren om zijn zelfwaardering en veiligheid te vergroten.

Lagere orde behoeften

Maslow zegt dat eerst de lagere orde behoeften moeten worden vervuld voordat de persoon toekomt aan hogere orde behoeften. SDT stelt dat er geen hiërarchie in basisbehoeften is. Mensen kunnen soms kiezen voor het vervullen van “hogere orde” behoeften ten koste van lagere. Er zijn zelfs indicaties dat de vervulling van de psychologische basisbehoeften juist in uiterst armoedige omstandigheden des te belangrijker is voor het ontstaan van intrinsieke motivatie. De basisbehoeften van SDT zijn allemaal groeigeoriënteerde behoeften. Tekortgeoriënteerde behoeften zijn in SDT substituutbehoeften die belangrijk worden voor de persoon als diens psychologische basisbehoeften niet worden vervuld.

Sterkte

Maslow richt zich op de vraag hoe sterk de basisbehoeften in een persoon aanwezig zijn. De zelfdeterminatietheorie richt zich op de mate waarin de drie basisbehoeften worden vervuld. De vervulling of verwaarlozing van de behoeften is belangrijker dan de sterkte van die behoeften. Het gaat er niet om hoeveel behoefte aan verbondenheid iemand heeft, maar in welke mate er sprake is van de vervulling van zijn behoefte aan verbondenheid. De mate van vervulling bepaalt immers zijn psychologisch welbevinden. De vervulling of verwaarlozing van de behoeften is belangrijker dan de sterkte van die behoeften, volgens SDT.

Empirisch

Maslow claimde zelf niet dat zijn behoeftepiramide wetenschappelijke bewijskracht had en dat hij benadrukte dat het een theorie was die onderzocht zou kunnen worden. Een cruciaal verschil tussen de basisbehoeften van Maslow en die van de zelfdeterminatietheorie is dan ook de wetenschappelijke basis van beide. Maslows behoeftepiramide is niet voorbij het stadium van een hypothese gekomen en de drie psychologische basisbehoeften in de zelfdeterminatietheorie is in vele studies gevonden en gevalideerd. Voor de universele psychologische basisbehoeften die de zelfdeterminatietheorie onderscheidt is empirisch bewijs. Zie bijvoorbeeld hier.