Skip to content

Gelukkig zijn en betekenisvol leven: waarin zitten de verschillen?

Gelukkig leven
Gelukkig leven wordt door Aaken et al op twee manieren gedefinieerd. De eerste definitie refereert aan meer positieve dan negatieve ervaringen waardoor een positief subjectief welbevinden ontstaat. De tweede definitie refereert aan levensvoldoening, dat wil zeggen dat een positieve integrale evaluatie van het leven (voorbij afzonderlijke momenten). Het nastreven van een staat van geluk is een biologische behoefte. In organismen met een brein en centraal zenuwstelsel is er sprake van basisemoties die ons drijven om dingen te verwerven die nodig zijn voor ons voorbestaan en reproductie. Dat geldt voor beide definities van geluk, zowel voor een gelukkig moment als voor hoe globaal gezien gelukkige momenten vaker voorkomen dan ongelukkige momenten, zodat we levensvoldoening ervaren.

Betekenisvol leven
Betekenisvol leven is de cognitieve en emotionele beoordeling of je leven waardevol is en een bedoeling heeft. Betekenisvolheid heeft te maken met onze sociale identiteit en is meer cultureel bepaald. Welke persoonlijke identiteit heb ik ten opzichte van mijn omgeving? Wat betekenisvol is hangt af van wat wordt gewaardeerd in een bepaalde sociale omgeving. Ookal kunnen mensen betekenisvolheid sterk ervaren als persoonlijke keuze, betekenisvol zijn hangt altijd samen met de context waarin de persoon betekenisvol is. En is daarmee cultureel bepaald.

Onderzoek
Het onderzoek van Aaken et al liet de participanten zelf bepalen hoe gelukkig en betekenisvol was gedefinieerd. De bedoeling van het onderzoek was om te kunnen bepalen welke verschillen er zijn tussen een gelukkig leven en een betekenisvol leven. Want het is wel bekend dat gelukkig leven en betekenisvol leven sterk met elkaar samenhangen, maar waar de twee constructen van elkaar verschillen is nog minder duidelijk.

Een betekenisvol leven omhelst altijd de betekenis die iemand geeft aan het verleden, het heden en de toekomst. Zo kunnen mensen hele onaangename ervaringen (ongelukkig) accepteren omdat deze ervaringen betekenisvol zijn in hun narratief van verleden, heden en toekomst. Mensen rapporteren niet zo snel een hoge levensvoldoening, omdat ze in het verleden gelukkig waren, terwijl ze momenteel miserabel zijn. Als mensen zich miserabel voelen rapporteren ze eerder een lagere levensvoldoening.

Mensen zijn sociale wezens en het participeren in sociale groepen is cruciaal voor zowel het leiden van een gelukkig leven als voor het leiden van een betekenisvol leven. De onderzoekers focusten op de verschillen tussen gelukkig en betekenisvol. Dat deze ze als volgt:

Een groep van 397 volwassenen vulden op drie momenten een survey in. Die survey bevatte allerlei items, zoals geld uitgeven, woon-werk-verkeer, nadenken, positieve gebeurtenissen, negatieve gebeurtenissen etc etc. De perceptie van hoe gelukkig de persoon was en de perceptie hoe betekenisvol zijn leven was werden ook gemeten in deze vragenlijsten (variabelen). Vervolgens focusten de onderzoekers op de correlaties van zowel betekenisvolheid als geluksniveau met de items. Daarbij controleerden ze voor elk van de items voor de invloed van de andere variabele (geluksniveau, betekenisvol). Ze identificeerden paren waar de correlatie tegengesteld waren, dus bijvoorbeeld een item dat positief correleerde met geluk en negatief met betekenisvol. Paren waarbij er een significante correlatie was met een variabele in een bepaalde richting, maar waarbij er geen correlatie was met de andere variabele, werden ook onderzocht. Items die significant correleerden voor beide variabelen en in dezelfde richting werden verder buiten beschouwing gelaten, want dit onderzoek ging juist over de verschillen.

De resultaten:
1. betekenisvol leven en gelukkig leven intercorreleerden sterk positief
2. of mensen hun leven ervoeren als gemakkelijk of zwaar correleerde sterk met hun geluksniveau, maar niet met hoe betekenisvol ze hun leven vonden. Als mensen hun leven als gemakkelijk ervoeren waren ze gelukkiger en als mensen hun leven als zwaarder ervoeren waren ze ongelukkiger.
3. mensen die hun leven als een strijd ervoeren vonden hun leven meer betekenisvol, en minder gelukkig
4. een goede gezondheid correleerde positief met hoe gelukkig mensen waren, maar had geen verband met hoe betekenisvol mensen hun leven ervoeren
5. mensen die zich vaak slecht voelden waren ook minder gelukkig, maar hoe vaak iemand zich goed of slecht voelde had geen relatie met betekenisvolheid. Dit lijkt misschien een open deur, maar niet alle positieve en negatieve gevoelens hadden dit verschillende effect op geluk of betekenisvol. Verveling, bijvoorbeeld, had zowel een negatief effect op geluk als op betekenisvolheid.
6. voldoende geld hebben om dingen te kopen hangt positief samen met geluk, maar heeft geen effect op betekenisvolheid
7. te weinig geld hebben om dingen te kopen heeft een negatief effect op zowel geluk als betekenisvolheid, maar het effect op geluk is sterker dan het effect op betekenisvolheid
8. hoe goed of slecht het gaat met de economie heeft een sterker effect op het geluksniveau van mensen dan op het gevoel van betekenisvolheid
9. hoe mensen zichzelf ervaren in termen van hoe gebalanceerd ze omgaan met geld (in verleden, heden en toekomst) is sterk gecorreleerd met betekenisvolheid, maar niet met geluk.
10. hoe meer mensen nadenken over verleden en toekomst, hoe meer ze rapporteerden hun leven als betekenisvol te ervaren en hoe minder gelukkig ze waren. Mensen die veel nadenken over hun verleden en toekomst zijn ongelukkiger. Mensen die meer nadenken over positieve dingen in het heden, het hier-en-nu zijn gelukkiger.
11. je sociaal verbonden voelen correleert zowel met geluk als met betekenisvolheid. Maar de aard van de sociale verbinding is anders voor geluk en betekenisvolheid. Gelukkig worden we als we iets ontvangen van een ander. Betekenisvol voelen we ons wanneer we iets geven aan een ander. Als we iets geven aan een ander neemt ons geluksniveau af, maar onze gepercipieerde betekenisvolheid neemt toe. Doordat de betekenisvolheid toeneemt, heeft dit ook weer een positief effect op ons geluk, maar de daad van het geven maakt ons op dat moment ongelukkiger.
12. zorgen voor kinderen maakt mensen ongelukkiger, maar doet de betekenisvolheid van hun leven toenemen. Dit staat ook wel bekend als de ouderschapsparadox: mensen willen kinderen en willen gelukkig zijn, maar het hebben van kinderen doet het geluksniveau afnemen. Maar het gevoel betekenisvol te leven neemt dus juist toe als je kinderen hebt.
13. voor ruzie maken geldt hetzelfde als voor andere mensen helpen. Ruzie maken verlaagt ons geluksniveau, maar ons gevoel van betekenisvolheid neemt juist toe. Want als we ruzie maken dan betekent dat dat er iets belangrijk voor ons is, en daarmee wordt verklaard dat ruzie maken geassocieerd is met een betekenisvol leven.
14. stress en piekeren zijn ook gecorreleerd met een lager geluksniveau, maar met een hogere betekenisvolheid. Stress en piekeren hebben te maken met gebeurtenissen in de toekomst die belangrijk voor iemand zijn, en daarmee is het logisch dat als mensen stress ervaren of piekeren ze met betekenisvolle dingen bezig zijn. Maar hun geluksniveau neemt er dus door af. Hoe veel uren mensen verloren zijn in diepe gedachten is ook positief gecorreleerd met betekenisvolheid en negatief met geluk.
15. items die gingen over de persoonlijke identiteit van mensen correleerden positief met betekenisvolheid. Dus als je dingen doet die je ervaart als passend bij wie je bent, dan heeft dit een effect op je perceptie dat je betekenisvolle dingen doet. Die dingen hebben geen of soms een negatieve correlatie met je geluk.

Wat maakt jouw gelukkig? En wat maakt dat jij de perceptie hebt dat je leven betekenisvol is?

SomeKeyDifferencesHappyLifeMeaningfulLife_2012

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *