Skip to content

Hebben sommige mensen meer behoefte aan autonomie dan andere?

weegschaalDe zelfdeterminatie theorie kijkt op een specifieke manier naar basisbehoeften, als groei georiënteerde behoeften. Ik vroeg me af of de behoefte aan autonomie, verbondenheid en competentie verschilt tussen mensen. Dit is het antwoord dat ik vond.

De drie psychologische basisbehoeften (competentie, autonomie, verbondenheid) zijn op groei georiënteerde behoeften die aangeboren zijn. De drie basisbehoeften zijn alle drie even belangrijk voor psychologisch welbevinden. De belangrijke vraag is niet hoe sterk de behoeften zijn, maar de vraag is in hoeverre de behoeften worden vervuld.

In de zelfdeterminatie theorie wordt dit vergeleken met bijvoorbeeld honger. Het kan best zijn dat sommige mensen van nature meer honger hebben dan anderen, maar de interessante vraag is niet hoe sterk de fysieke basisbehoefte om te eten is en of die verschilt tussen mensen, de belangrijke vraag is in hoeverre de aanwezige honger van het organisme wordt gestild.

Het zou dus wel kunnen dat mensen van elkaar verschillen ten aanzien van hoe sterk hun behoefte aan autonomie, competentie en verbondenheid is, maar interessanter is het om te kijken naar de individuele verschillen in motivationele oriëntaties en het belang van de inhoud van de doelen die individuen nastreven.

Motivationele orientaties verwijst naar de kwaliteit van de motivatie. Mensen kunnen gecontroleerd gemotiveerd zijn of autonoom gemotiveerd of helemaal niet gemotiveerd. Het belang van de inhoud van doelen verwijst naar intrinsieke en extrinsieke doelen. Het type doel dat het organisme nastreeft heeft consequenties voor zijn psychologisch welbevinden. Dit zijn daarom de interessante individuele verschillen die resulteren als je kijkt naar hoe de basisbehoeften interacteren met de sociale wereld.

Bijvoorbeeld: iemand die voortdurend in contact wil zijn met andere mensen, heeft waarschijnlijk geen aangeboren sterkere neiging dan anderen om verbonden te zijn, maar heeft gedurende een langere tijd geleden onder niet een vervulde behoefte aan verbondenheid. Het is compensatiegedrag.

Iemand die gedurende langere tijd de perceptie heeft aangereikt of gekregen door zijn ervaringen dat hij niet competent is, zal wellicht ter compensatie sterk willen gaan aantonen dat hij competent is. Of hij gaat proberen rijker te worden dan andere mensen. Zijn behoefte aan competentie is niet van nature sterker dan die van anderen, maar hij heeft geleden onder een perceptie van ineffectiviteit en incompetentie en daardoor probeert hij die basisbehoefte nu overdreven sterk te vervullen.

Iemand die telkens werd gedomineerd door iemand anders, kan een sterkere behoefte dan anderen hebben ontwikkeld om zijn eigen keuzes te maken. Hij heeft geen aangeboren sterkere behoefte dan anderen aan autonomie, maar heeft geleden onder de controledrang van iemand anders. Gaat dit compensatiegedrag gedurende lange tijd door, dan wordt die sterke behoefte aan autonomie onderdeel van de persoonlijke stijl.

Mensen ontwikkelen zo in de loop van hun leven verschillende reguleerstijlen. Sommige mensen ontwikkelen een algemene tendens tot autonoom functioneren, anderen tot gecontroleerd functioneren en weer anderen tot het niet leggen van een link tussen hun eigen gedrag en de uitkomsten. Mensen met een autonome reguleerstijl reguleren hun gedrag op basis van hun interesses en de waarden en principes die zij onderschrijven. Mensen met een gecontroleerde reguleerstijl reguleren hun gedrag naar gelang wat er van ze verwacht wordt, welke regels er gelden, hoe ze zich moeten gedragen. Mensen met een onpersoonlijke reguleerstijl focussen zich op indicatoren dat ze ineffectief zijn, dat het toch niets uitmaakt wat ze doen en gaan zich niet-intentioneel gedragen (a-motivatie).

De sterkte van de basisbehoeften verschilt dus niet vanaf de geboorte van het organisme, maar individuen ontwikkelen wel verschillende reguleerstijlen en gaan compensatiegedrag vertonen wanneer de drie basisbehoeften gedurende langere tijd niet worden vervuld.

Het concept van basisbehoeften impliceert daarmee dat sommige wensen gerelateerd zijn aan ons psychologisch equilibrium. En dat compensatiegedrag of ontwijkgedrag bijprodukten zijn, van periodes waarin onze basisbehoeften niet werden vervuld. Als afweermechanisme. En dat het ook mogelijk is om een algemene tendens te ontwikkelen tot autonoom functioneren, die samenhangt met psychologisch welbevinden.

2 thoughts on “Hebben sommige mensen meer behoefte aan autonomie dan andere?

  1. Gerrit van bergeijk

    Interessant. Ik merk dat ik wel een voorzichtigheid heb bij het begrip 'compensatiegedrag'. Dat heeft te maken met mijn idee dat door zo'n vaag begrip de deur toch open gaat naar invullen en oordelen. Ik zou het trouwens niet vreemd vinden als mensen de basisbehoeften zonder aanwijsbare oorzaak verschillend wegen.

    Reply
    1. Gwenda

      Beste Gerrit, ik denk dat je onderscheid moet maken tussen hoe je met iemand in gesprek gaat (en dan is idd invullen en oordelen vaak niet de meest effectieve manier om progressie te boeken) en wat er in wetenschappelijk onderzoek aan jargon wordt gebruikt om fenomenen te beschrijven. Misschien vind je dit stukje ook interessant: https://progressiegerichtwerken.com/?s=basisbehoeften&lang=nl
      hartelijke groet, Gwenda

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *