Skip to content

Read the fucking manual!

In een van onze trainingen progressiegericht coachen de afgelopen weken, hoorde ik dat een studentbegeleider op een universiteit deliberate practice gebruikt in de thesisbegeleiding van zijn studenten. Dat werkt heel goed en motiverend. Van een student hoorde ik juist een negatieve ervaring met de scriptiebegeleiding die hij kreeg op de universiteit, die hiermee in contrast staat.

Read the fucking manual

Een student natuurkunde was bezig met zijn thesis en had een werkplek in een vakgroep die zich bezig hield met zijn thesisonderwerp. Het opzetten van zijn onderzoeksvraag en het uitvoeren ervan was een pittige klus. Op een bepaald moment maakt hij een fout met bepaalde apparatuur, waardoor hij een plaatje kreeg dat nergens op sloeg. Toen zijn studiebegeleider het plaatje uit de printer zag komen rollen, riep hij door de hele vakgroep heen: ’Read the fucking manual!’ en iedereen lachte. Een dergelijke niet-ondersteunende manier van begeleiden vervult de psychologische basisbehoeften van studenten niet. Ze voelen zich niet competent, niet autonoom en niet verbonden, terwijl ze een moeilijke klus moeten zien te klaren.

Waar begint het moeilijk te worden?

In contrast met de bovenstaande aanpak, staat de aanpak van de studentbegeleider die ik laatst in training had. Hij benut de progressiegerichte aanpak in zijn begeleiding van studenten. Dat doet hij zo:

  1. Hij zorgt voor een werkplek waar ze in dezelfde ruimte zitten als hij, terwijl ze aan hun thesis werken, in plaats van dat ze een uurtje per week krijgen om met hem te kunnen praten over hun thesis. Doordat ze in dezelfde ruimte zitten, kunnen ze kleine vragen stellen op het moment dat ze ergens tegen aan lopen. Dit leidt overigens juist niet tot meer en meer vragen, maar tot minder en minder. Doordat ze op het juiste moment even geholpen worden, worden ze juist zelfstandiger dan wanneer ze eens per week met een hele berg grote en kleine vragen naar een spreekuur komen.
  2. Hij stimuleert een groeimindset zodat ze hun problemen attribueren aan de lastige klus die ze doen in plaats van aan een gebrek aan competentie.
  3. Wanneer ze komen met een vraag gaat hij terug naar het niveau waar het ze onduidelijk begint te worden. Studenten komen bijvoorbeeld vaak met de vraag: ”Help me mijn hoofdonderzoeksvraag duidelijk te krijgen”. Wat deze studentbegeleider dan doet is terug naar stap 1, de probleemverkenning. Hij vraagt ze wat ze al duidelijk is ten aanzien van stap 1. Zo krijgen de studenten zicht op alles wat ze al begrijpen. En dan volgt onvermijdelijk het punt waarop ze het niet meer goed weten. In deliberate practice termen is dat het huidige plafond, daar waar de student ervaart dat hij niet verder kan. De studentbegeleider zoomt in op het punt waar het lastig begint te worden. Daar stelt hij vragen en helpt hij ze met kennis en tips. Wat hij vervolgens ziet is dat ze weer goed zelf verder kunnen. Waar ze eerder meer bevestiging vroegen ten aanzien van of ze het goed deden, komen ze nu met andersoortige vragen. Bijvoorbeeld met de vraag “is mijn redenering logisch?”

Deze aanpak vervult de psychologische basisbehoeften van studenten goed en ze krijgen ook een groeimindset tijdens dit proces. Het werken aan hun thesis is zo niet alleen leuk en interessant maar ook kwalitatief een leerzaam proces dat leidt tot betekenisvolle progressie. Voor zowel de student als de studentbegeleider.

Het stimuleren van een groeimindset in studenten kan ook goed met de volgende drie samenhangende groeimindsetinterventies.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *