Een autonomie ondersteunend klimaat in de klas ontstaat niet alleen wat de docent wel doet, maar ook door wat de docent juist achterwege laat. De gedragingen die docenten die een autonomie ondersteunend klimaat creëren in de klas juist niet laten zien zijn bijvoorbeeld:

Het onverwacht controleren van het werk

Onverwacht het schrift van een leerling pakken en gaan controleren wat die heeft opgeschreven. Het uit de handen pakken van schriften, werk, pennen et cetera. Langs de tafels lopen en over de schouder van de leerlingen meekijken wat ze aan het doen zijn. Dit soort gedragingen van docenten creëert bij leerlingen de perceptie dat ze beoordeeld worden en een beoordelende context stimuleert gecontroleerde motivatie. Zie ook hier.

Dwingende taal

Autoritaire bevelen geven zoals ‘leg je pen neer, nu!’ of ‘ga onmiddellijk zitten!’, stimuleren gecontroleerde motivatie in leerlingen. Woorden als ‘ik wil’ en ‘jij moet’ hebben datzelfde effect, zie ook hier. Dwingende taal is ook vertellen wat de leerlingen moeten doen, zonder daarbij de rationale aan te geven. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb een nieuwe klasse-indeling gemaakt en als ik je naam noem ga je op je nieuwe plek zitten’, roept gecontroleerde motivatie op wanneer de docent niet in positieve termen uitlegt wat de reden is van de nieuwe klasse-indeling.

Dreigen met straf

Zinnen als: ‘Hoor ik daar iemand praten? Jij wilt zeker de tekst tien keer overschrijven!’, roept gecontroleerde motivatie op in de leerling. Hij zal stil zijn vanwege een angst om strafregels te moeten gaan schrijven. Zijn interesse en enthousiasme voor de inhoud van de les neemt tegelijkertijd verder af en de relatie met de docent verslechtert. Zie ook hier.

Conditioneel respect

Docenten die alleen respect hebben en aardig doen tegen leerlingen die zich goed gedragen of hoge cijfers halen, laten daarmee merken dat leerlingen pas gerespecteerd worden als mens wanneer ze doen wat er van ze verwacht wordt. Reacties op leerlingen zoals ´Op jouw vraag reageer ik al niet eens meer, Joris´ of op opmerkingen en vragen van leerlingen die zich goed gedragen of hoge cijfers halen wel reageren en opmerkingen en vragen van leerlingen die zich vaak niet goed gedragen of lage cijfers halen negeren is een voorbeeld van conditioneel respect. Zie ook hier.

Controlling complimenten of beloningen

Zinnen als ‘Jullie hebben je goed gedragen in deze les, precies zoals ik van jullie had verwacht’, en ‘Als jullie goed je best doen mag je vandaag 5 minuten eerder weg’, roepen gecontroleerde motivatie op in leerlingen. Ook hierbij geldt dat de interesse voor de inhoud van de les afneemt en de focus van de leerling komt te liggen op het verkrijgen van de beloning of het respect van de docent. Zie ook hier.

Prestatiedoelen aanreiken

Zinnen als ‘Luister goed naar dit audio-fragment want het komt op je examen’ en ‘Als je niet in je email opneemt wie je bent en wat je leeftijd is, krijg je direct al twee punten aftrek’ en ‘Ik wil dat het gemiddelde cijfer van deze klas een 8 wordt, dus doe je best allemaal!’ leggen druk op leerlingen en focust hun aandacht op goed presteren in plaats van op goed leren. Zie ook hier.

Van de les een prestatiezone maken

In een les waarin de leerlingen nieuwe stof zouden moeten gaan leren kennen en begrijpen, zinnen gebruiken als: ‘Als je inzicht hebt ga je dit vast snel snappen’ of iemand de beurt geven met de zin: ‘Wat is het juiste antwoord, Kim, laat eens horen of jij het begrijpt’ of ‘Nou Jasper, je hebt je buurman wel hard nodig om het een beetje bij te kunnen benen hè’, of leerlingen op een ongeduldige toon verbeteren, creëert de docent een prestatiezone in plaats van een leerzone voor de leerlingen. Zie ook hier

Extrinsieke doelen aanreiken

Als de docent extrinsieke doelen aanreikt werkt dit autonomie-ondermijnend. Zinnen zoals: ‘Als je je inspant in de gymles val je af, en word je mooi slank’ of ‘Zorg ervoor dat je slaagt, dan krijg je later een baan met een goed salaris’ reiken bijvoorbeeld extrinsieke doelen aan. Zie ook hier en hier.

Angstig

Dit soort gedragingen van docenten roepen angst op in leerlingen. Ze voelen zich onder druk staan, ze worden beoordeeld, er is sprake van conditional regard, ze worden slim of dom gevonden en er hangt lichte dreiging in de lucht. Negatieve emoties zoals angst werken slecht, ze staan diepgaand leren, creativiteit en uiteindelijk ook het leveren van goede prestaties in de weg. Leerlingen kunnen deze angst verbloemen door net te doen alsof ze helemaal niet gemotiveerd zijn en alles maar saai vinden. Zie ook hier en hier en hier en hier.

]