Skip to content

Interview over oplossingsgerichte studieloopbaanbegeleiding

De komende periode zullen op deze site interviews verschijnen met mensen die progressie aan het bereiken zijn in hun vakgebied en in hun werk, met behulp van de oplossingsgerichte aanpak. De eerste in deze reeks interviews is Theo van Geffen, over oplossingsgerichte studieloopbaanbeleiding, de coachende rol van docenten en het maken van keuzes.

GwendaWelkom, Theo, bedankt dat je dit interview wilt doen. Wil je iets vertellen over wie je bent en wat je doet?
TheoJa, ik ben Theo van Geffen en ik werk voor een grote onderwijsorganisatie, Landstede. Landstede is geen traditionele school, maar bestaat uit veel verschillende delen. Een groot deel is beroepsonderwijs, een ander groot deel is voortgezet onderwijs. Maar daarnaast hebben we ook nog kringloop, kinderopvang en welzijn. We zijn dus een heel erg samengestelde organisatie. Ik werk in een groot voedingsgebied en ik hou mij bezig met organisatie-ontwikkeling in combinatie met onderwijsontwikkeling. Ik heet programma-directeur en voer de regie over dat proces.

 

GwendaNaast die functie heb je ook een Europees project gestart op het gebied van loopbaanleren,nietwaar?
TheoJa, Landstede doet al langer mee met Europese projecten. En bij ons werd in toenemende mate het, wat in het Engels heet, career learning van belang. Het werd een steeds belangrijker thema op onze agenda en we waren erg benieuwd hoe dat in het buitenland verliep. We dachten namelijk dat landen als Finland, Polen, Spanje of Oostenrijk heel andere ideeën leken te hebben over hoe loopbanen vormgegeven kunnen worden, ook al omdat de schoolsystemen in die verschillende landen heel verschillend zijn vormgegeven. We dachten dat door de verschillende onderwijsstructuren er ook heel verschillend zou worden gedacht over loopbanen. Dus dat wilden we onderzoeken.

 

GwendaEn klopte dat inderdaad? Was het heel verschillend?
TheoNee, het bleek eigenlijk dat het maken van keuzes eigenlijk een thema was dat overal speelde en dat men daar soortgelijke oplossingen voor had. Het bijzondere was wel dat in landen als Oostenrijk kinderen al op hun negenenhalfde jaar moeten kiezen, terwijl in landen als Finland je pas op je 17e of 18e hoeft te kiezen. Dat leidt wel tot andere accenten, maar de principiële vraag is eigenlijk steeds hetzelfde: hoe maak je keuzes? Het gaat overigens niet alleen over keuzes maken, maar ook over weerbaarheid, self efficacy (geloof in eigen kunnen). Dat bleken twee thema’s te zijn die in alle landen spelen.

 

GwendaDus het bleek dat in alle betrokken landen het maken van keuzes ten aanzien van je loopbaan en het geloof in eigen kunnen centrale thema’s waren? Hoe is dat inzicht benut?
TheoVoor Nederland gold dat het onderzoek van Frans Meijers en Marinka Kuipersheel sterk van invloed is geweest op onze agenda. Zij hebben met grootschalig onderzoek nogal aan de bel getrokken over hoe beperkt de begeleiding was ten aanzien van loopbaankeuzes in mbo en vmbo instellingen. De onderzoekers stelden dat die begeleiding niet veel voorstelde, omdat het keuzevraagstuk gezien wordt als een informatievraagstuk. Maar we zijn er met onze Europese partners achter gekomen dat het helemaal geen informatievraagstuk is, maar dat het met heel iets anders te maken heeft.

 

GwendaWaar heeft het wel mee te maken?
TheoNou je zou het kunnen vergelijken met het verschil tussen reizen en trekken. Waarbij je bij reizen moet je een reisdoel kiezen heel ver weg en je moet er bijna lineair naar toe wandelen. Dat is toch wel een raar idee, dat je op je negende al moet weten waar je op je dertigste of veertigste zou moeten zitten. Terwijl trekken veel interessanter is. Ik ben nu hier en ik wil nog wel even terug kijken maar het hier en nu is het belangrijkste en wat zou nou m’n volgende stap kunnen zijn? En dat is een veel logischer en natuurlijker manier om aan te kijken tegen loopbanen. Dan wordt het keuzeperspectief veel minder verkrampt.

 

GwendaDus stap voor stap vormgeven aan je loopbaankeuzes in plaats van een lineair pad uitstippelen en aflopen. En ondersteunt het onderwijssysteem die manier van kijken naar keuzes?
TheoNee, ons onderwijs is nogal remmend daarin en ouders doen daar aan mee, omdat zij hun eigen leren reproduceren, dus school en ouders zeggen tegen kinderen:”het maken van keuzes is ontzettend belangrijk NU, want als je nu verkeerd kiest dan….” Nou, daar hebben we binnen Landstede onze handen vol aan om te proberen om dat anders te doen.

 

GwendaEn wat is het doel van het Europese project?
TheoHet doel van het Europese project is het maken van leermaterialen voor docenten en studenten die gebruikt kunnen worden op het gebied van loopbaanleren. Dus om leermaterialen te maken die passen bij de metafoor van het “trekken” en die in diverse landen gebruikt kunnen worden om aan dat trekken vorm te kunnen geven. Zo zijn we ookhet 4SFC-model tegen gekomen.
GwendaLeermaterialen die docenten en studenten helpen om aan het “trekken” vorm te geven in plaats van om een lineaire loopbaan uit te stippelen, hoe past het 4SFC model daar bij wat jou betreft?
TheoNou, wat doet een traditionele decaan? Die ziet loopbaankeuzes als informatievraagstuk dus die gaat veel informatie geven. Ga daar eens kijken, ga daar eens kijken, misschien is dit iets voor je, doe een testje….en dat is het. Maar als je studenten echt in beweging wilt krijgen, dan zul je met ze in gesprek moeten..en dan komt het beroemde woord “coachen” om te hoek kijken. Da’s een soort containerbegrip, daar valt van alles onder. En in mijn ogen dacht men te vaak, dat als men het gesprek met de student maar “coachen” ging noemen dat het dan in een keer beter werd. En dat 4SFC model heeft ons geholpen om een scherper begrip te krijgen van wat coachen is. Coachen was teveel een vaag begrip, gaf de associaties van geitenwollensokken en het idee dat het nogal soft was, je moest als docent vriendjes zijn en gelijk…en het 4SFC model gaf een ordening, dat er verschillende situaties zijn waarin je in een begeleidingsrol bezig bent met een leerling. En dat sloot exact aan op het onderzoek van Frans Meijer en Marinka Kuipers, die lieten zien dat loopbaangesprekken met studenten helemaal geen gesprekken waren maar dat er sprake was van eenrichtingsverkeer, waarin de “wetende” (de begeleider) aan de student aan het uitleggen is wat die allemaal moet gaan doen. Helemaal geen dialoog, daar is helemaal geen sprake van. En met coachen is het natuurlijk evident dat daar een dialogisch karakter inzit, anders kun je helemaal niet coachen. Maar het gaat er wel om dat we dat op zo’n manier invullen dat dat zakelijk gebeurt, zodat er wat gebeurt.

 

GwendaDus het 4SFC model hielp om een ordening aan te brengen in de verschillende situaties waarin een docent of mentor met een student in dialoog is over loopbaankeuzes?
TheoJa, en daarnaast is het zo dat professionals vaak de neiging hebben om te gaan problematiseren. Om veel te ver te gaan in de begeleiding van studenten. En het aardige van solution focused werken is dat het kortdurende interventies zijn, die resultaatgericht zijn. Dat helpt onze docenten om de goede dingen te doen, om niet te blijven hangen in problemen van studenten, hoe hartverscheurend sommige dossiers ook zijn.

 

GwendaNiet problematiseren, kortdurend en licht. Hoe werkt dat oplossingsgerichte model wat jou betreft in gesprekken met studenten?
TheoNou het gaat vooral om het stellen van de goede vragen. Heel veel vragen zijn niet relevant. Het gaat erom die vragen te stellen die welrelevant zijn. Eerst moet je de verbinding krijgen, want anders is er geen gesprek, en daarna gaat het direct naar “waar gaat het eigenlijk over?”, “waar wil je mee aan de slag?”, zodat je de student zelf in beweging zet. Dus geen eindeloze therapeutische sessies, maar op een vrij zakelijke en toch innemende en vriendelijke manier aan de slag gaan.

 

GwendaHoe helpt dit de docenten in hun rol als coach?
TheoHet is bijna een redmiddel voor docenten om te zien dat er in hun begeleidende taak allerlei variatie mogelijk is. Sommige definities van coachen gaan er bijvoorbeeld vanuit dat je niet eens een advies mag geven. Maar kijk, docenten kunnen coachen (helpen), maar ook trainen is een rol en zeker ook sturen en instrueren is in een school waar sprake is van een pedagogische setting uitermate relevant. Dus het 4SFC model helpt docenten om zicht te krijgen op al die rollen die allemaal onder hun begeleidende of coachende functie vallen. En het helpt om je daarvan bewust te zijn als docent en dat helpt de leerling ook weer om te begrijpen wat de begeleider aan het doen is.

 

GwendaHoe helpt die benadering bij de thema’s kiezen en self efficacy?
TheoNou het helpt de docenten om de juiste vraag te stellen, want het is natuurlijk het proces van de student en niet van de leraar. In de oude structuren werd het natuurlijk wel zo gedaan, bijvoorbeeld in beroepskeuzetests. Dat is mezelf ook overkomen in een beroepskeuzetest. Er werd een blok hout voor me gezet en dat was in negen delen gezaagd, met golvende bewegingen. En dat werd plat gegooid en dat moest ik in elkaar zetten. Nou, dat duurde 10 seconden en toen had ik het in elkaar. Maar toen stelde die man de vraag:”hoe hebben ze dat gedaan?”en ik zei:”ja, met een lintzaag”. En het feit dat ik daar het antwoord op wist maakte dat het advies was:”ga jij maar naar de HBS.”terwijl mijn keuze het gymnasium was geweest. Kijk zo gaat het vaak en leraren moeten zich veel meer bewust worden van hun beperkte eigen mogelijkheden en van het feit dat ze beter de juiste vragen kunnen stellen zodat de student zijn eigen keuze maakt dan dat de docent adviezen geeft van “dit moet jij maar gaan doen”.

 

GwendaWat maakt dat beter wat jou betreft?
TheoNou, als ik aan een zaal vol mensen vraag:”Wie wist er op z’n achttiende wat hij wilde worden”, “wie is het ook echt geworden?” en “wie is het nu nog steeds?” dan vallen er per volgende vraag steeds meer mensen af. Daarmee geef je de relativiteit van het maken van dat soort vroege keuzes wat mij betreft weer. Wat maar wil zeggen dat het niet realistisch is om te vragen van studenten dat ze op hun achttiende al weten wat ze later willen worden. Ten tweede weten we steeds meer dat intelligentie plastisch is. Of je het nu wel of niet eens bent met Gardner dat er 8 intelligenties zijn, we weten allemaal wel dat het vermogen om je te ontwikkelen langs verschillende lijnen kan gaan en dat die ene IQ score niet zoveel zegt. Dat zijn allemaal aangrijpingspunten om te zeggen dat we meer maatwerk moeten leveren aan studenten en ze niet op jonge leeftijd moeten vastleggen in keuzes voor loopbanen, we moeten meer ruimte creëren. Natuurlijk moeten we soms wel richting geven, daarom ben ik ook zo blij met sturen en instrueren in het 4SFC model, maar we moeten veel meer “op maat” in gesprek met studenten.

 

GwendaWat voor reacties kreeg je uit de verschillende landen op die oplossingsgerichte rollen in het 4SFC model?
TheoWe hebben het 4SFC-model zowel voorgelegd aan zowel studenten als aan professionals en de balans in de reacties was heel positief. Het model werd bruikbaar gevonden. We hebben nu leermateriaal en een workshop gemaakt voor docenten in verschillende landen om invulling te kunnen geven aan die verschillende begeleidingsrollen. Dat materiaal biedt handvatten voor de vraag: “Wat is coaching in de context van de leerloopbaan van studenten”. Het 4SFC model en de solution focused aanpak is de basis van dat materiaal en er is enthousiast op gereageerd tijdens de eerste presentatie aan docenten en studenten die in Polen samenkwamen. Het materiaal is nu in het Engels beschikbaar en wordt momenteel vertaald.

 

GwendaEn als je inzoomt op de inhoud, waren er verschillen in reacties op het oplossingsgerichte model?
TheoDat moet eigenlijk nu gaan blijken, als de docenten in verschillende landen met de leermaterialen gaan werken. Dat zou een goed volgend onderzoek kunnen zijn, want dat is wel een interessante vraag. Ik zou het interessant vinden om te onderzoeken of het 4SFC model in sommige landen meer aanspreekt dan in andere landen.

 

GwendaJe zegt dat er tot nu toe enthousiast wordt gereageerd op jullie oplossingsgerichte materiaal. Wat spreekt de mensen aan in het oplossingsgerichte model?
TheoDat je niet hoeft te gaan zitten peuren, het doelgerichte spreekt aan. Dat je als docent eigenlijk in korte tijd door de juiste vragen te stellen de student verder kunt helpen. En dat ontlast heel veel docenten. Want er zijn heel veel docenten die dicht bij de jongere willen staan in hun problematiek, en die dreigen soms te verzuipen. Want sommige dossiers kun je met droge ogen niet lezen. Die docenten worden er dagelijks mee geconfronteerd en als zij een aanpak hebben die stap voor stap echt helpt om de student verder te brengen, dan help je ook dedocenten daarmee.

 

GwendaBedankt voor dit gesprek!

 

 Vootnoot

Het materiaal dat de Europese projectgroep heeft ontwikkeld bestaat uit de volgende producten:

  1. Positieve beelden: succesvolle doelen. Dit product biedt handvatten hoe je studenten kunt helpen om gefocust en gemotiveerd te blijven
  2. Netwerkvaardigheden: dit product biedt instrumenten om studenten te helpen effectieve netwerkvaardigheden te ontwikkelen
  3. Veerkracht voor loopbaanleren: dit product biedt handvatten om studenten te helpen om te gaan met tegenslagen
  4. Oplossingsgericht coachen: 4SFC model. Dit model onderscheidt vier oplossingsgerichte rollen en biedt handvatten voor docenten om positief en doelgericht studenten te begeleiden
  5. Peergroups: dit product biedt een kader voor het benutten van de kracht van peer groups in de begeleiding van studenten
  6. Werkexploratie en reflectie: dit product biedt handvatten om de student te helpen reflecteren op zijn werkverkenning.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Theo van Geffen,  info@careerlearning.eu

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *