Skip to content

Drie gebieden waarop ik progressie heb geboekt

Deze zomer heb ik een nieuw boek geschreven en momenteel zit ik de laatste fase van het schrijven ervan. Dit boek is de uitkristallisatie van mijn leerproces, dat 50 jaar geleden begon en hopelijk verder blijft gaan. In die tijd heb ik progressie geboekt op allerlei gebieden en drie cruciale daarvan hebben geleid tot dit nieuwe boek.

Eerste cruciale progressie: mindset

De eerste cruciale verbetering gaat over mijn mindset. Ik heb lange tijd meer met een statische mindset dan met een groeimindset gekeken naar mezelf en anderen. Zo was ik er vanaf mijn zesde levensjaar van overtuigd dat ik niet kon rekenen en geen talent had voor wiskunde. Die overtuiging begon te groeien toen mijn juf dat over mij dacht, vlak nadat we in de eerste klas van de lagere school waren begonnen met rekenen. Ze vond dat ik te lang naar het bord met de cijfers 1-100 staarde. Ik herinner me nog dat ik voelde dat ze me observeerde en ik maar bleef staren naar dat bord terwijl ik me bezorgd afvroeg of ze boos op me was en wat ik fout deed. Ze haalde me uit de les, liet me testen door een testpsycholoog, die bij mij op zesjarige leeftijd de diagnose stelde dat ik lerares talen zou kunnen worden maar nooit lerares wiskunde.

In de loop van de lagere school volgde meer en meer labels. Een ervan was dat ik een gevoelig meisje was op wie de gebeurtenissen een intense indruk maakten en een andere was dat ik opvallend veel talent had voor toneel. Dat gevoeligheidslabel kreeg ik onder andere vanwege mijn diepe angst voor toetsen op het gebied van rekenen. In de zesde klas werd met mijn ouders besproken dat ik wellicht het beste naar een LEAO-school kon gaan, lager economisch en administratief onderwijs, of naar de huishoudschool. Mijn ouders vroegen een extra psychologisch onderzoek aan en er werd besloten dat ik het mocht proberen op de MAVO. Daarbij werd wel gezegd dat ik moest uitkijken dat ik niet teveel van mezelf zou vragen. De metafoor die werd gebruikt door mijn mentor was die van het verven van een plafond. Het plafond zou wel wit worden, maar alleen omdat ik steeds op mijn tenen zou lopen en heel hard zou moeten werken. En dat zou natuurlijk heel slecht voor mij zijn, was de heersende gedachte destijds. Ik vond leren en studeren echter leuk, en begon aan een stapelschoolloopbaan.

Een paar belangrijke mensen in mijn leven stimuleerden me juist in de richting van een groeimindset. Mensen die zich verbaasd afvroegen waarom ik niet op een universiteit zou kunnen studeren en die niet begrepen waarom ik dacht dat ik wiskunde niet zou kunnen leren. Ik had altijd ervaren dat er een sterke link lag tussen mijn inspanningen en de resultaten die ik behaalde, en gaf mezelf een jaar de tijd om de Propedeuse Personeelwetenschappen te halen aan de universiteit van Tilburg. Om toegelaten te worden moest ik een wiskunde toelatingsexamen doen, en ik studeerde een zomer lang daarvoor omdat ik sinds mijn elfde helemaal niet meer in wiskunde had geïnvesteerd. Ik slaagde en mocht beginnen, maar ik geloofde ook nog steeds sterk dat mensen aangeboren talenten hadden die hun plafond bepaalden en dat intelligentie en persoonlijkheid onveranderbaar waren.

Na een lang en langzaam proces van nadenken over de ontwikkelbaarheid van mensen, ben ik nu op een punt beland dat ik de groeimindsetovertuigingen volledig onderschrijf. De afgelopen 15 jaar is mijn groeimindset steeds sterker geworden. Ik durf moeilijke nieuwe vaardigheden te leren, ik investeer in verbetering van mezelf en anderen, ik ben veel optimistischer geworden over de mogelijkheid om grote problemen op te lossen en ik geniet van successen van anderen in plaats van die te ervaren als bedreigend voor mijn eigenwaarde. Dat wil niet zeggen dat het me altijd lukt om met een groeimindset naar mezelf en anderen te kijken, maar de groeimindset is een onderdeel geworden van mijn persoonlijkheid.

Tweede cruciale progressie: evidence based werken

De tweede cruciale verandering ligt hem in evidence based werken. Tijdens mijn studie Personeelwetenschappen leerde ik wel om kritisch te denken en wetenschap serieus te nemen, maar toen ik in 1991 begon te werken als management consultant was er in mijn werk weinig wetenschappelijke basis te zien. Ik weet nog goed dat ik de indruk kreeg dat men vond dat al die theorieën die ik op de universiteit had geleerd weinig praktische toegevoegde waarde hadden. Ik ging werken met consultancy modellen waarbij de vraag wat de wetenschappelijke basis ervan niet werd gesteld. Ik heb zelf jarenlang met niet-wetenschappelijk onderbouwde modellen gecoacht en geadviseerd en ik denk soms met kromme tenen terug aan hoe ik zonder enige kennis van zaken, op basis van verzonnen consultancy modellen, of op basis van mijn intuïtie coachte en adviseerde.

De oplossingsgerichte benadering die ik in 1998 leerde kennen was op een paradoxale manier de start van mijn hernieuwde interesse in wetenschappelijk onderzoek. Er werd in de oplossingsgerichte community in die tijd enigszins minachtend gekeken naar theorieën. Oplossingsgerichte therapie is niet gebaseerd op een theorie, maar op pragmatiek, was wat men in die tijd propageerde. En hoewel ik de oplossingsgerichte aanpak bijzonder intrigerend vond, was ik van mening dat het niet goed was om uitsluitend op basis van pragmatiek te werken. Wetenschappelijk bewijs dat wat je doet kan werken en kunnen uitleggen welke principes daaraan ten grondslag liggen vond ik belangrijk. Het was ook rond 1998 dat ik weer meer en meer begon te studeren, als normaal onderdeel van mijn werkdagen. Ik pakte wetenschappelijke handboeken weer ter hand en vroeg me steeds vaker af hoe ik kon weten dat het waar was wat ik beweerde in mijn coaching, advisering en trainingen. Die wending in mijn interesse leidde ook tot het starten van mijn eigen bureau eind 1999.

De samenwerking met Coert Visser was en is in de ontwikkeling naar evidence based werken enorm belangrijk. Zonder die samenwerking waren de gedachten in het nieuwe boek er niet gekomen en was Progressiegericht Werken niet ontstaan. Het stimulerende aan werken met Coert is dat we steeds verder komen in de inhoud van ons vak en niet bang zijn om te werken op een manier die congruent is met die inhoud. Is er gegronde reden om een overtuiging die we hadden los te laten en te vervangen voor een betere overtuiging, dan doen we dat, hoe moeilijk dat ook kan zijn. We zijn steeds gericht op progressie. Evidence based werken is nodig voor progressie.

Derde cruciale progressie: schrijven

De derde cruciale verbetering gaat over schrijven. Mijn eerste adviesrapport werd door een collega, Jan-Maarten van der Meulen, de dag voor we het moesten geven aan de cliënt tot op het laatste woord herschreven. En dat terwijl ik er wekenlang aan had gewerkt. Ik begreep zijn feedback niet, zag niet wat hij bedoelde met zijn kritiek op mijn schrijfstijl en daardoor was het ook niet mogelijk voor me om met een beter adviesrapport te komen. Dat kostte hem zijn nachtrust, maar in plaats van dat hij geërgerd was reageerde hij heel geruststellend, waardoor ik niet de perceptie kreeg dat ik niet kon leren om betere adviesrapporten te schrijven. Het was een hele goede leerervaring voor mij en stimuleerde me om beter te gaan leren schrijven.

Ik had altijd al en bleef ook plezier houden in schrijven. Mijn eerste boek kwam begin jaren negentig uit en heette Personeelsbeleid heden en morgen. In de loop der jaren volgden de boeken Succesgericht HRM, Oplossingsgericht aan de Slag, Oplossingsgericht HRM, Progressie door zelfcoaching, Ontwikkel je Mindset en Hersenvitaminen. Met elk boek leerde ik een beetje beter te schrijven. Naast de boeken begon ik zo’n tien jaar geleden ook met elke week drie blogartikelen te schrijven, welke samen met de drie blogartikelen van Coert Visser in de NOAM-nieuwsbrief naar meer en meer geïnteresseerde volgers werd verzonden. Ik geloof dat ik nu beter schrijf dan destijds, bij mijn eerste adviesrapport het geval was, en mijn eigen stem is in elk boek beter te horen. Ik vind het bijna jammer dat het boek nu ongeveer klaar is, want het schrijven zelf geeft me energie en focus.

Dit boek is een weerslag van waar ik nu sta in mijn denken. Een ding weet ik zeker; dat denken gaat verder en er komen nieuwe boeken waarin weer nieuwe inzichten zullen komen te staan. Ik hoop dat de gedachten in het snel te verschijnen boek voor een paar mensen interessant zullen zijn om te lezen.

4 thoughts on “Drie gebieden waarop ik progressie heb geboekt

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *