Skip to content

Blog

Soms weet je dat degene met wie je in gesprek gaat er geen zin in heeft. Bijvoorbeeld omdat die persoon naar je is toegestuurd, of omdat die persoon iets heeft fout gedaan.

In een poging om een goede start van het gesprek te maken, en te laten merken dat je positieve bedoelingen hebt, is het verleidelijk om te beginnen met de volgende openingszin: 'Fijn dat je er bent' of 'Fijn om met je te praten'. ...continue reading "Fijn om met je te praten!"

Hoe kun je merken dat je gesprekspartner tevreden is over de interactie met jou? Dat is de vraag die ik vorige week twee keer kreeg. Een leidinggevende vroeg me dit en een zelfstandig gevestigde teamcoach en trainer stelde tijdens een andere training dezelfde vraag.

De leidinggevende had de ervaring dat hij soms dacht dat hij een heel goed gesprek had gehad met een medewerker, maar dat die persoon een week na het gesprek juist zei dat hij het een slecht gesprek had gevonden. De zelfstandig gevestigde coach en trainer wilde graag beter leren inschatten of zijn potentiële opdrachtgever oprecht enthousiast was over zijn dienstverlening.

Hier zijn een paar gedragingen van gesprekspartners, waaraan je kunt merken dat die tevreden is over de interactie met jou:

  • Aan het woord: Je gesprekspartner is zelf veel aan het woord. Hij is actief betrokken bij het gesprek en brengt zijn eigen perspectief onder woorden.
  • Yes-set: je gesprekspartner zegt vaak 'ja' op wat jij naar voren brengt, verbaal en misschien ook non-verbaal (licht knikkend).
  • Mandaat: op jouw suggesties en vragen (zal ik je even uitleggen waarom xxx?) reageert je gesprekspartner positief (ja, oké doe maar).
  • Ideeën: je gesprekspartner komt op ideeën (liefst zijn eigen ideeën) en praat daarover op een positieve manier.
  • Nadenken: je gesprekspartner denkt na over de vragen die je hem stelt omdat je vragen hem op gedachten brengen die nieuw voor hem zijn.
  • Nuttig: op de nuttigheidsvraag (is dit gesprek nuttig voor je?) geeft je gesprekspartner bevestigend antwoord en hij kan ook aangeven wat er nuttig voor hem is.
  • Inhoud: je gesprekspartner zegt (evt in antwoord op jouw vraag) dat hij het onderwerp waarover jullie praten interessant en/of belangrijk vindt.

Lees hier meer over progressiegericht sturen.

 

2

Een onderzoeksartikel van Tim Kaiser stelt dat gender equality in een land leidt tot grotere persoonlijkheidsverschillen tussen mannen en vrouwen. Ik heb op deze site al eerder geschreven over verschillen tussen mannen en vrouwen en de mogelijke oorzaken van die verschillen. Zie ook hier en hier en hier. In dit artikel zet ik mijn kritiek op onderzoek en de conclusies van Kaiser uiteen. ...continue reading "Gender equality en persoonlijkheidsverschillen: twijfelachtige conclusies"

In dit artikel van Coert kun je een samenvatting lezen van het onderzoek van Aelterman et al naar motiverende en demotiverende doceerstijlen. De onderstaande checklists zijn gebaseerd op dat onderzoek. Met de checklists kun je als docent reflecteren op de progressie die je al hebt bereikt en de progressie die je verder wilt gaan bereiken tav je doceerstijl.

De vier checklists zijn, conform het betreffende onderzoek, gericht op autonomie-ondersteuning, structuur, control en chaos. ...continue reading "Checklist motiverend lesgeven"

Competitie, beter zijn dan een tegenstander, winnen van iemand anders is sterke brandstof voor motivatie. Als er beperkte middelen zijn en er schaarste heerst kunnen mensen sterk gemotiveerd zijn om die middelen te verwerven voor zichzelf ten koste van de ander.

Laatst zei iemand tegen me dat de zelfdeterminatietheorie een naieve theorie is, omdat deze competitieve drive niet wordt erkend en net wordt gedaan of mensen alleen maar behoefte hebben aan competentie, verbondenheid en autonomie. Die redenering klopt niet. Vandaar dit artikel deze week, met daarin een kleine fractie van onderzoek naar competitie en motivatie binnen de zelfdeterminatietheorie. ...continue reading "Competitie als motivator"

Twee centrale vragen die je jezelf kunt stellen als je helder wilt
krijgen welke progressiegerichte rol je hebt in een gesprek zijn 1)
wiens gewenste progressie staat centraal en 2) waar komen de ideeën
ten aanzien van hoe de gewenste progressie te boeken vandaan. ...continue reading "Vier progressiegerichte rollen (4PR-model)"

1

Vorige week hoorde ik iemand zeggen, die iets over de psychologische basisbehoeften competentie, verbondenheid en autonomie had gehoord: 'Het is altijd een gevecht tussen autonomie en verbondenheid. Je moet steeds kiezen: wil ik autonoom zijn en het alleen doen, of wil ik verbonden zijn en het samen doen'.

Hoewel het logisch klinkt, klopt het niet. Daarom dit stukje over: wat is autonomie, volgens SDT? ...continue reading "Autonomie: wat is dat?"

Afgelopen week vertelde een trainer die onze training progressiegericht coachen volgt, mij over een lastige situatie die hij meemaakte. Die situatie is dat een deelnemer in zijn training zijn eigen kennis en vaardigheden sterk overschatte. Deze trainer had het volgende meegemaakt:

Bij de start van zijn training zei een deelnemer: ‘Ja, eigenlijk had ik zelf deze training kunnen geven, want ik weet heel veel over dit onderwerp. Ik ben zelf ook altijd positief. En jij zult vandaag ook wel dingen gaan zeggen waar ik het niet mee eens ben, maar ik zal proberen me op de vlakte te houden’. ...continue reading "Effectief reageren op Dunning-Kruger: vier trainingstechnieken"

Situaties in het verleden waarin je gesprekspartner dat wat hij wil bereiken al eens heeft meegemaakt noemen we 'eerdere successen'. Als je gesprekspartner een eerder succes kan vinden is dat vaak waardevol voor hem. Inhoudelijk brengen de eerdere successen hem op bruikbare ideeën voor progressie in de toekomst en zijn perspectief wordt optimistischer en positiever. Immers, als hij al eens een goede ervaring heeft opgedaan in het verleden, weet hij zeker dat hij in staat is om opnieuw iets te doen dat werkt. ...continue reading "Oplossen van stagnatie bij uitvragen eerdere successen"

Progressiegerichte communicatie kun je herkennen doordat:

  • de gesprekspartners elkaars perspectief erkennen en respect hebben voor elkaars perspectief.
  • de gesprekspartners zich gelijkwaardig opstellen, zichzelf niet boven de ander stellen, maar in plaats daarvan de expertise en kennis die bestaat te hanteren als kennis die als het ware tussen hen op tafel ligt.
  • de gesprekspartners zich niet ergeren wanneer de ander denkt heel veel te weten over een onderwerp terwijl dat niet het geval is, omdat ze zich realiseren dat de ander op dat moment niet overziet welke kennis hij allemaal mist. In plaats daarvan helpen de gesprekspartners elkaar om metacognitieve skills te verwerven om hun eigen kennis realistischer in te kunnen schatten en te verbeteren.
  • de gesprekspartners sociale invloed gebruiken als tegenwicht tegen de equality bias, zodat ieder zonder gezichtsverlies kan aanhaken op elk moment in het gesprek.
  • de gesprekspartners subtiele kleine interventies gebruiken in plaats van de ander op luide toon te proberen te overtuigen van zijn ongelijk of het eigen gelijk.
  • de gesprekspartners het weerlegprincipe gebruiken om mythes en onjuiste
    overtuigingen te weerleggen.
  • de gesprekspartners bescheiden blijven en bereid zijn toe te geven dat ze het zelf niet bij het juiste eind hebben en ze dus hun eigen mening moeten bijstellen.
  • de gesprekspartners bij voorkeur vriendelijk communiceren, en in elk geval niet onaardig, agressief of gemeen

...continue reading "Bij voorkeur vriendelijk, en in elk geval niet onaardig, boos of gemeen"