maslowSDTIn de zelfdeterminatie theorie (SDT) worden drie universele basisbehoeften onderscheiden: autonomie, competentie en verbondenheid. Zijn die basisbehoeften analoog aan Maslow’s behoeftenpiramide? Dit is wat de SDT-onderzoekers daarover zeggen.

Maslow stelt dat er basisbehoeften zijn zoals zelfwaardering en veiligheid. SDT stelt dat dit geen basisbehoeften zijn maar substituten voor onbevredigde basisbehoeften, zoals competentie, autonomie en verbondenheid. Mensen gaan op zoek naar zelfwaardering wanneer hun basisbehoeften aan competentie, autonomie en verbondenheid niet vervuld worden. Dus als iemand zich niet verbonden, competent en autonoom voelt, dan gaat die persoon op zoek naar manieren om zijn zelfwaardering en veiligheid te vergroten.

Maslow zegt dat eerst de lagere orde behoeften moeten worden vervuld voordat de persoon toekomt aan hogere orde behoeften. SDT stelt dat er geen hiërarchie in basisbehoeften is. Mensen kunnen soms kiezen voor het vervullen van “hogere orde” behoeften ten koste van lagere. Echter de basisbehoeften van SDT zijn allemaal groeigeoriënteerde behoeften. En deze behoeften zijn aanwezig vanaf de geboorte. Tekortgeoriënteerde behoeften zijn in SDT substituten voor als de basisbehoeften niet zijn vervuld (zie de vorige alinea).

Maslow richt zich op de vraag hoe sterk de basisbehoeften in een persoon aanwezig zijn. SDT richt zich op de mate waarin de drie basisbehoeften worden vervuld. De vervulling of verwaarlozing van de behoeften is belangrijker dan de sterkte van die behoeften, volgens SDT. De sterkte van de behoefte kan wel verschillen tussen de ene en andere persoon, stelt SDT, maar de mate waarin de behoeften worden vervuld is belangrijker dan de sterkte van de behoefte.