61S5RYZMIdL._SX329_BO1,204,203,200_Mary Helen Immordino-Yang schrijft in haar boek Emotions, learning, and the brain over wat het onderwijs kan leren van de affectieve neurowetenschappen. Ze legt uit dat het menselijk brein is een dynamisch, plastisch, ervaringsafhankelijk, sociaal en affectief orgaan is. Ze licht toe waarom de eeuwenlange debatten over nature versus nurture niet productief zijn en een weerslag zijn van een te simplistische dichotome benadering. In plaats van nature versus nurture is er een complexe en dynamische interafhankelijkheid gaande tussen biologie en cultuur in de ontwikkeling van het brein. Net zoals bepaalde aspecten van onze biologie, waaronder onze genen en ons brein, onze emotionele, sociale en cognitieve neigingen vormen, zo vormen onze sociale, emotionele en cognitieve omstandigheden onze biologie, waaronder onze genen en ons brein. Ons leren is een sociaal en emotioneel proces en wordt gevormd door onze omstandigheden.

In een van haar hoofdstukken gaat ze in op de rol van emoties bij leren. Emoties zijn geen ballast die ons afleiden van wat we te leren hebben. In plaats daarvan spelen een emoties een belangrijke rol bij het leren van nieuwe taken en activiteiten. Er zijn vijf redenen waarom emoties een belangrijke rol spelen bij leren.

1. Emoties leiden cognitief leren. Cognitief leren begint bij de ontwikkeling van (vaak onbewuste) emotionele intuïtieve reacties. Je bent je vaak niet bewust van je emotionele reacties tijdens het vroege leren. Maar als je bijvoorbeeld een verkeerde beslissing neemt en je staat op het punt een fout te maken, dan worden je handpalmen wel vochtig. Emotioneel reageer je dus al, voordat je cognitief kunt uitleggen waarom je beslissing de verkeerde is. Pas in een later stadium worden die emotionele intuïtieve reacties omgezet in cognitieve regels.
2. Emotionele bijdragen aan leren kunnen bewust of onbewust zijn. Als je iets nieuws leert en je doet het goed, dan voel je je positief opgewonden. Maak je een fout dan voel je je teleurgesteld. Die emoties van opwinding en teleurstelling kunnen zowel onbewust als bewust bijdragen aan cognitief leren. Zodra je je emotie herkend als opwinding of teleurstelling, dan kan die emotie je leiden in je verdere leerproces en je keuzes beïnvloeden.
3. Emotioneel leren geeft je toekomstige gedrag vorm. De emoties van degene die leert worden impliciet verbonden met de cognitieve kennis van het domein. Heb je een examen gemaakt en heb je een dikke onvoldoende gehaald, dan is je negatieve emotie een onlosmakelijk onderdeel geworden van de examenstof. De intellectuele activiteit is niet langer neutraal voor je, maar krijgt een emotionele lading. Die emotionele reacties die verbonden zijn met de resultaten van zijn inspanningen om iets te leren, geven zijn toekomstige gedrag vorm. Bijvoorbeeld door het op te geven, interesse te verliezen en het vak te gaan ontwijken of juist andere strategieën te kiezen om het de volgende keer beter te doen.
4. Emoties zijn het meest effectief wanneer ze de ontwikkeling van taakrelevante kennis faciliteren. In plaats van te proberen om voorbij je emoties te komen en je alleen maar te richten op het cognitief leren van de nieuwe taak, is het veel effectiever om taakrelevante emoties te incorporeren in je leerproces. Als je tijdens het leren bezig bent met niet-taakrelevante emoties, dan staan je emoties inderdaad je leren in de weg (je maakt je bijvoorbeeld druk om hoe de docent je beoordeelt en dat leidt je af van het leren van de nieuwe taak). Taakrelevante emoties zijn emoties die optreden omdat je op de goede of de verkeerde weg bent met het leren van de taak. Die emoties helpen het leerproces omdat ze nuttige en relevante intuïties worden.
5. Zonder emoties is het leren moeilijk en gebrekkig. Bij mensen die schade hebben aan hun ventromediale prefrontale cortex werkt het de wisselwerking tussen het ervaren van lichamelijke sensaties en het leren van cognitieve strategieën niet goed. En dat leidt er toe dat die personen niet goed in staat zijn om te leren van hun goede of slechte aanpak, van hun successen en hun fouten. Ze kunnen wel cognitief uitleggen wat een goede of foute beslissing is, maar die cognitieve regels leiden hun toekomstige gedrag niet adequaat, omdat hun emoties niet meedoen in het leren.

Hier kun je lezen hoe je taakrelevante emoties kunt stimuleren bij studenten.

NOAM-trainingen